Het buurtinitiatief gaat de stationsrestauratie runnen

Wat doen burgers zelf, met of zonder de politiek?

Wat is het geheim van de kip-nasi van Mothers United Delfzijl? Niemand wil het zeggen. De ondernemerscoach van de vijf Antilliaans-Nederlandse moeders, Yvonne Gaasendam (54), heeft geen idee. „Het moet iets met de kruiden zijn, het is pittiger dan bij de Chinees.” Naast haar staat kok Narie Martis (32) te grinniken.

In Delfzijl-Noord zijn de kookkunsten van de vijf bijstandsmoeders inmiddels een begrip. Als deel van het Bewonersbedrijf Delfzijl-Noord runnen zij al drie jaar een cateringbedrijfje vanuit het buurthuis. Deze weken staan in het teken van een belangrijke verandering die hun gerechten ook naar de rest van het stadje zal brengen: ze gaan verhuizen en beginnen een heuse restauratie in het grote bakstenen gebouw van station Delfzijl, dat al tijden leegstaat. De vrouwen zullen er niet alleen koken, maar ook een oogje in het zeil houden – tot vreugde van NS. Woensdagochtend wordt druk schoongemaakt in de nog wat kale ruimte, de zon reflecteert in de gloednieuwe afzuigkap. Achter matglas rommelt de Arriva-boemel naar Groningen.

Het nieuwe werk-leerbedrijf is eigenlijk de zoveelste manier waarop het Bewonersbedrijf – in feite een stichting – uit de klauwen loopt, vertelt voorzitter Silly Udema (64). Het begon een paar jaar geleden allemaal als een vrij doorsnee buurtinitiatief: nadat er in het eerste decennium van de eeuw enorme sloop had plaatsgevonden om de Vogelaarwijk Delfzijl-Noord te herstructureren, kon er wel wat gedaan worden aan de leefbaarheid. „Het onkruid stond tot hier, de oude bewonersverenigingen waren opgeheven.” Udema begon zich hard te maken voor een wijkcentrum – had je haar toen verteld dat ze een paar jaar later in een ander stadsdeel een stationsrestauratie zou gaan regelen, dan zou ze hebben gelachen.

Nu is er een buurttuin, een krantje, een hypermodern buurthuis, een breiwinkel in het centrum, drie medewerkers die in dienst zijn en zestig vrijwilligers. Udema zegt er wekelijks zestig uur aan kwijt te zijn. Ze richt zich eigenlijk niet langer alleen op Delfzijl-Noord („die naam willen we eigenlijk veranderen”) en eigenlijk ook niet meer alleen op de leefomgeving: werkgelegenheid is ook een doel. De sociale dienst tipte over de vrouwen van Mothers United bij het Bewonersbedrijf – ze kunnen zo goed koken, kunnen jullie daar niet wat mee?

De gemeente – die ook subsidie geeft – vindt dat volgens Udema allemaal prima. De lijntjes zijn kort, er wordt veel samengewerkt. Tegelijkertijd is het wel voor iedereen soms nog wennen aan de nieuwe rollen. „Je ziet toch dat ze dit soort participatie vaak niet echt gewend zijn en in hun eigen kaders denken.” Een buurttuin viel bijvoorbeeld eerst niet in de subsidieregeling, tot frustratie van Udema. Vaak ben je afhankelijk van die éne ambtenaar die iets ziet in je project.

Bij Mothers United lukte dat in ieder geval. De precieze openingsdatum is nog niet helemaal duidelijk, er moeten nog wat vergunningen worden afgegeven. Narie Martis, die in 1994 voor familie van Utrecht naar Delfzijl verhuisde, ziet er erg naar uit, vertelt ze tussen de ongebruikte frituurpannen. „Het is spannend. Maar ook een droom die uitkomt. Het buurthuis was een mooi startpunt, nu krijgen we ons eigen dingetje.”