Draghi geeft Trump veeg uit de pan

Europese Centrale Bank

De ECB zette donderdag een klein stapje richting een normaler monetair beleid. Risico’s komen nu vooral uit de Verenigde Staten.

Mario Draghi veroordeelde de handelspolitiek van Donald Trump. „Als je je bondgenoten tarieven oplegt, dan kun je je afvragen wie nog je vijanden zijn.” Foto Michael Probst / AP

Daar was donderdag opeens een nieuw ‘neerwaarts risico’ voor de economie van de eurozone, in de analyse van de Europese Centrale Bank: „groeiend protectionisme”. In de persconferentie van ECB-president Mario Draghi was wel duidelijk waar dat op sloeg. In niet mis te verstane bewoordingen veroordeelde Draghi, namens het 25-koppige bestuur van de ECB, de plannen van de Amerikaanse president Donald Trump om de invoer van staal en aluminium te belasten met heffingen van respectievelijk 25 en 10 procent. „Als je je bondgenoten tarieven oplegt, dan kun je je afvragen wie nog je vijanden zijn”, aldus de Italiaan.

Donderdagmiddag was nog niet precies duidelijk hoe die importtarieven eruit zouden zien – tweets van Trump leken te duiden op enige soepelheid. Draghi noemde de „unilaterale” Amerikaanse stap niettemin „gevaarlijk”. Dat was niet zijn enige kritiek richting de VS. Zonder het land naam bij naam te noemen, stond hij stil bij het „risico van financiële deregulering” in „belangrijke” economieën. Net deze week stemde de Amerikaanse senaat voor afzwakking van de regels voor de bankensector die na de crisis werden ingevoerd. Aan die crisis ging een „systematische ontwrichting van financiële regelgeving” vooraf. „Het risico is dat we dezelfde fouten herhalen.”

Voor het monetaire beleid van de ECB hebben die risico’s uit de VS vooralsnog geen effect, hoewel het bestuur naar verluidt wel discussieerde over de vraag of Amerikaans protectionisme de inflatie in Europa kan gaan beïnvloeden. Enerzijds kan protectionisme de economische groei vertragen en zo de inflatie afremmen. Anderzijds kunnen handelsbarrières leiden tot duurdere import en dus tot hogere prijzen.

Voorlopig blijft de ECB maandelijks 30 miljard euro aan staats- en bedrijfsleningen opkopen om de inflatie aan te jagen, in elk geval tot en met september dit jaar. Het geld dat de centrale bank betaalt voor het schuldpapier moet via het financiële circuit in de economie terechtkomen, wat de prijzen zou moeten opdrijven. Inmiddels heeft de ECB 2.300 miljard euro aan staats-en bedrijfsleningen opgekocht. Dit jaar blijft de inflatie hangen rond de 1,5 procent, zei Draghi. Het streefgetal van de ECB is vlak onder de 2 procent, een doel dat al jaren buiten bereik ligt. „De overwinning kan nog niet worden uitgeroepen”, aldus Draghi.

Het ECB-bestuur nam wel een kleine stap richting afbouw van het ultraruime monetaire beleid. In het monetaire besluit staat niet langer, zoals na vorige vergaderingen, een zinnetje dat de ECB klaar staat om het opkoopprogramma uit te breiden. Het schrappen van de zin is een kleine opsteker voor het kamp van ‘haviken’, waartoe ook het Nederlandse ECB-bestuurslid en president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot behoort. Zij willen al langer van het opkoopprogramma af en pleiten voor beëindiging ervan na september. Een besluit hierover moet in de zomer vallen.

Het kamp van haviken heeft de wind in de rug door de goed draaiende economie van de eurozone. De ECB hoogde haar groeiraming voor de eurozone in 2018 op naar 2,4 procent. In december ging ‘Frankfurt’ nog uit van 2,3 procent.

Lessen voor Italië

De doorgaans voorzichtige Draghi was donderdag in een opvallend politieke bui. Niet alleen Trump, ook Europese regeringen kregen allerlei ongevraagd advies van de centrale bankchef. Alle eurolanden moeten meer hervormen („grotere inspanningen zijn nodig”) en zich beter houden aan de begrotingsregels. Ze moeten de bankenunie voltooien en meer samenwerken tegen witwassen – dit naar aanleiding van een fraudeschandaal rond een bank in Letland, waarin de nationale centrale bankpresident wordt genoemd.

Eén land in het bijzonder kreeg lessen mee van Draghi: Italië. Vragen van journalisten over zijn eigen land, waar populistische partijen zondag verkiezingswinst boekten, ging hij niet uit de weg. Over plannen van Italiaanse partijen om eerdere hervormingen ongedaan te maken, zei hij: „De houdbaarheid van de begroting is van het allergrootste belang in landen met een hoge schuld.” De Italiaanse staatsschuld bedraagt 132 procent van het bruto binnenlands product, ofwel meer dan twee keer de EU-norm. Dat kan een groter probleem gaan worden als de ECB inderdaad de opkoop van staatsleningen gaat terugschroeven.

Voor Italiaanse politici die van de euro af willen had Draghi ook een paar woorden klaar: „De euro is onomkeerbaar.”