Dit zijn hele aaibare therapeuten

Therapiedieren Dieren aaien wordt ook ingezet als therapie. Honden, cavia’s of paardjes moeten voor wat ontspanning voor patiënten zorgen.

Mevrouw Boeren-Van der Most (71) zit met therapiedieren. „Normaal is deze mevrouw stil”, zegt de locatiemanager van de zorginstelling. „Maar zodra ze de dieren ziet, begint ze verhalen te vertellen.”

Minipaard Olly staat voor de deur van zorginstelling Golden Years in Rotterdam. Rustig loopt hij naar binnen met eigenaar Samantha Hylkema (33). Zijn hoeven klinken op de parketvloer in de lange gang.

Aan het einde daarvan wachten zeven bewoners in de gemeenschappelijke ruimte op zijn komst. Op de tafel tussen hen in zitten vier cavia’s en drie konijnen op een wit tafelkleed. Twee honden zitten op schoot bij bewoners, van wie één ook een dwergpapegaai op haar schouder heeft.

Het zijn allemaal therapiedieren. Wat iets anders is dan assistentiedieren, zoals blindengeleidehonden, die mensen ondersteunen door handelingen uit te voeren. Therapiedieren helpen bij het verlichten van symptomen. „Het aaien van dieren vermindert stress, biedt ontspanning en fleurt mensen op”, zegt Hylkema, oprichter van de stichting Hug4joy. Met haar dieren gaat ze voornamelijk naar zorginstellingen, maar soms ook naar mensen met het syndroom van Down of mensen met een ernstige ziekte. Vandaag zitten voornamelijk bewoners met alzheimer aan tafel. „De dieren werken als sociaal smeermiddel, omdat het laagdrempelig is om een praatje over ze te maken. Bovendien roepen de dieren vaak allerlei herinneringen bij hen op.”

Dat is vandaag duidelijk het geval bij mevrouw Boeren-Van der Most (71). „Kijk nou toch wat een prachtige groene veren jij hebt”, zegt ze tegen de vogel. „Blijf maar bij mij zitten, dat vind ik zo gezellig.” Ze kriebelt het konijn op haar schoot achter zijn oren. „Vroeger hadden wij thuis ook altijd konijnen. Mijn vader legde mij precies uit welk onkruid ik moest plukken om ze te eten te geven.”

Het personeel van de zorginstelling is telkens weer verbaasd over het effect van de dieren. „Normaal is deze mevrouw behoorlijk stil”, zegt Carla Shiamrai, locatiemanager van de zorginstelling. „Maar zodra ze de dieren ziet, begint ze hele verhalen te vertellen.”

Knuffelhormoon aanmaken

„Het is bewezen dat bij het aaien van een vriendelijke hond of kat bloeddruk, hartslag en stressniveau dalen”, zegt Nienke Endenburg, gz-psycholoog bij het departement dier in wetenschap en maatschappij aan de Universiteit Utrecht. „Daarnaast komt in je lichaam oxytocine vrij, het zogenoemde knuffelhormoon.” Mensen maken dat ook aan tijdens seks of een bevalling. Het speelt een centrale rol bij het gevoel van verbondenheid tussen mensen. „Het mooie is: ook de dieren maken dit hormoon tijdens het aaien aan.”

Soms zetten mensen zomaar hun eigen huisdier in als therapiedier

Maar verder is het lastig om wetenschappelijke uitspraken te doen over het effect van de therapie. „Er zijn zo veel factoren om rekening mee te houden, dat het moeilijk is er betrouwbaar onderzoek naar te doen”, zegt Endenburg. „Allerlei verschillende diersoorten worden door elkaar gebruikt. Sommige mensen trainen hun dieren, anderen helaas niet. En ze worden gebruikt bij een enorm spectrum van klachten: van depressie en dementie tot leerstoornissen.”

Het gebrek aan wetenschappelijk bewijs weerhoudt mensen er niet van om als dierentherapeut aan de slag te gaan. Integendeel. „Het is sinds een jaar of vijf een enorme hype”, zegt Endenburg. „Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd.” Eerst hoorde ze er in haar vakgebied niet zoveel over, nu stuit ze continu op nieuwe dierentherapiebedrijven.

Lees ook: Stiekem zit Amsterdam vol met dieren

Hoeveel dierentherapeuten Nederland telt, valt niet te zeggen. Het is een onbeschermde titel, iedereen met een huisdier kan vandaag besluiten aan de slag te gaan als dierentherapeut. Sommigen noemen zich dierentherapeut, anderen dierencoach of bijvoorbeeld lama-therapeut.

Niet elk dier vindt het leuk

In de Verenigde Staten hebben mensen soms eigen therapiedieren, die bij hen wonen. In Nederland zijn sessies gebruikelijk, bijvoorbeeld elke week een uurtje. Door de populariteit van dierentherapie zetten mensen hun eigen huisdier er soms zomaar voor in. Nikki Rethmeier, directeur van Stichting Contacthond, vindt dat problematisch. „Veel dieren vinden dit helemaal niet leuk om te doen.” Op internet ziet ze regelmatig foto’s voorbijkomen van therapiehonden die tekenen van stress vertonen, zoals een angstige blik of een in elkaar gedoken houding. Zelf werkt ze alleen met therapiehonden die speciaal getraind worden door haar hondentrainers.

Ook Hylkema van Hug4joy, opgeleid tot dierenverzorger, traint haar honden en paarden. Daardoor schrikken ze niet van aanrakingen en geluiden. En dieren die de sessies niet leuk vinden, laat ze meteen stoppen. Zo doopte ze de therapiekat om tot haar eigen huiskat.

Niet alle mensen trainen hun dieren

Anders dan bij Hug4joy zijn de therapiedieren van Stichting Contacthond niet alleen om te aaien, maar ook om oefeningen mee te doen. Zo vinden ouderen die geen zin hebben in fysiotherapie, hun oefeningen samen met een hond vaak leuker. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen door de hond opdrachten te laten uitvoeren meer zelfvertrouwen krijgen. En gepeste kinderen leren zich weerbaarder op te stellen door met een hond te werken aan hun stem en lichaamstaal: honden luisteren beter als je duidelijk spreekt, rechtop staat en hen aankijkt.

In zorginstelling Golden Years is de knuffelsessie bijna voorbij. Hylkema en twee vrijwilligers stoppen de dieren in mandjes en begeleiden het paardje naar buiten. Een bewoner die in zijn rolstoel voorbijkomt moppert: „Dat paard staat weer eens in de gang.” Hylkema grinnikt: „Of mensen de dieren nu leuk vinden of niet, ze reageren er altijd op.”

Genoeg mensen vinden haar dieren daarentegen behoorlijk leuk: Hug4joy is voor de rest van het jaar al bijna volgeboekt, voor vijf tot zes knuffelsessies per week. „Een sessie zonder paardje kost 75 euro, met paardje 125 euro”, zegt Hylkema terwijl ze met de dieren naar een hooischuur en weiland naast de zorginstelling loopt. Hier wonen haar dieren, al doorkruisen ze voor de therapie heel Nederland.

In het weiland aangekomen hobbelt Olly naar de vier andere minipaardjes toe. De rest van de week heeft hij vrij.

Lees ook: Een dik huisdier is niet schattig, maar zielig
    • Alexandra van Ditmars