Column

Boekenweek

De ware helden van de Boekenweek zijn natuurlijk niet de schrijvers of uitgevers, maar de boekhandelaren die zich in zo’n periode het vuur uit de sloffen rennen. Zelf bewaar ik, als voormalig boekverkoper, mooie herinneringen aan de Week. Het is zwaar maar gezellig, en altijd lachen om mensen te woord te staan die alleen maar je toko binnenlopen voor het boekenweekgeschenk.

Klant: „Ja hallo dat gratis boekje dat bij deze week hoort graag.”

Ik: „Dan zult u eerst voor minstens twaalf vijftig aan Nederlandstalige boeken moeten aanschaffen.”

De klant verdwijnt de winkel in, al morrend dat het dus geen geschenk is, en komt terug met de vertaalgids Hoe en wat in het Servo-Kroatisch.

Ik: „Sorry, u zult fictie moeten kopen.”

Klant: „Dit is toch een Nederlandstalig boek of niet?”

Volgt een ontologische discussie over wat een Nederlandstalig boek nou eigenlijk is, terwijl de rij achter hem groeit. Uiteindelijk blijkt de klant het geschenk vooral te willen hebben omdat je er een zondag gratis mee kan treinen.

Dan zijn er ook klanten die wél van lezen houden maar een beetje achterdochtig worden als ze iets zomaar voor niets krijgen.

Ik (rekent een stapel Nederlandstalige boeken ter waarde van meer dan 12,50 af): „Wilt u er trouwens een boekenweekgeschenk bij?”

Klant: „Oh, dat ligt eraan, waar gaat het over?”

Ik: „Over dit en dat en zus en zo.”

Klant: „En waarom denkt u dat dit iets voor mij is?”

Ik: „(Omdat u eruitziet alsof u van gratis dingen houdt.) Het is gewoon een attentie van de boekhandelaar naar haar klanten toe.”

Klant denkt er nog eens diep over na en knikt dan. Ziet vervolgens dat het geschreven is door auteur X en zegt: „Ja maar liever een andere schrijver, hem vind ik niet leuk.”

Eeuwen geleden kwam in mijn boekhandel een meisje van zeventien dat het boekenweekgeschenk wilde hebben om als gratis treinkaartje te kunnen inzetten. Op mijn aanraden kocht ze Joe Speedboot. Enkele weken later kwam ze terug. Ze vroeg of ik nog een boek voor haar wist. Sindsdien is ze verslaafd aan lezen.

Als ik aan haar denk, komt er altijd een gedicht in me op dat toenmalig Dichter des Vaderlands Anne Vegter schreef voor de Boekenweek van 2015, waarin ze over boekhandelaren het volgende zegt: „Je bent een eiland maar eigenlijk verkoop je lifelines.” Ik hoop dat er deze week niet alleen extra lifelines worden uitgeworpen, maar ook worden aangenomen. Want daar doe je het in het boekenvak voor, tijdens en rond zo’n week. Je biedt mensen reddingsvlotten gemaakt van kaften, zodat ze blijven drijven tussen alle verhalen die dagelijks op hen af worden gevuurd.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.