‘Niemand begrootte de extra miljoenen van de Uithoflijn’

Openbaar vervoer Belangrijke kostenposten blijken volgens topambtenaren te zijn weggelaten uit de begroting van de Uithoflijn in Utrecht. Want anders was die politiek niet haalbaar.

De overvolle buslijn 12 zorgt nu voor het vervoer van treinstation Utrecht Centraal naar de Uithof. Foto Bram Petraeus

Ze zijn politieke tegenpolen. Toch brengen de twee vrouwen eind januari gebroederlijk het slechte nieuws. De Uithoflijn, de acht kilometer lange trambaan van het Centraal Station naar de universiteitscampus bij Utrecht, kan pas anderhalf jaar later dan gepland gaan rijden. En hij kost 84 miljoen euro extra. „Enorm balen”, vinden ze zelf.

De vrouwen, de Utrechtse wethouder voor Verkeer en Mobiliteit Lot van Hooijdonk (GroenLinks) en de inmiddels opgestapte provinciebestuurder voor mobiliteit Jacqueline Verbeek-Nijhof (VVD), kunnen de overschrijding samen goed uitleggen, vinden ze. Ze sommen een reeks oorzaken op: vertragingen in het stationsgebied, onvoorziene bouwomstandigheden, lastige veiligheidsvoorschriften, technologie die niet werkt, een nieuwe tramremise.

En wat ook nog betaald moest worden: de „voorbereiding exploitatie en beheer” – alle kosten die nodig zijn om de sneltram in gebruik te kunnen nemen. Dat is een post van 20 miljoen euro, die gek genoeg nooit op de begroting heeft gestaan.

Maar ze zijn eruit. De gemeente Utrecht zal 25 miljoen extra betalen, de provincie Utrecht bijna 59 miljoen euro. Alles om de reiziger zo snel mogelijk op de Uithof te krijgen.

Achter de nette verdeling van tegenvallers die de vrouwen publiek maken gaan jaren van twist en conflicten schuil, blijkt uit onderzoek van NRC. Het ging al mis in 2012, toen het besluit tot de aanleg van de trambaan werd genomen.

De twee opdrachtgevers waren destijds de gemeente Utrecht en de Bestuursregio Utrecht, een later opgedoekt samenwerkingsverband tussen negen gemeenten in de regio, met de stad Utrecht als grootste partij. Zij stelden het budget voor de trambaan vast op een toen al duizelingwekkende 321 miljoen euro, die later inclusief de rijksbijdrage zou oplopen tot circa een half miljard.

Opvallende gaten

Vijf jaar later, op 3 mei 2017, moeten de verantwoordelijke managers van provincie en gemeente zich over opvallende gaten in het budget van de Uithoflijn buigen. Samen vormen zij de directieraad van de Uithoflijn. Die vergadert op het kantoor van de projectorganisatie die de trambaan aan het bouwen is, vlak naast de trambaan. In de raad zitten directeuren en projectmanagers van de gemeente en de provincie. De bestuursregio is inmiddels opgeheven, de provincie Utrecht heeft de boedel overgenomen en daarmee alle problemen met de Uithoflijn cadeau gekregen. De directieraad zit in z’n maag met de kosten die nog gemaakt moeten worden om de sneltram straks te laten rijden, blijkt uit de vertrouwelijke notulen. Het gaat om af te sluiten onderhoudscontracten, concessies, proefdraaisessies, omscholingsbudgetten, de inhuur van bestuurders, een tramsimulator. De post is de afgelopen jaren steeds gegroeid, zonder dat er budget voor is gereserveerd. Hij begon op nul, en gaat inmiddels richting de 20 miljoen euro.

Maar hoezo begon hij op nul? Is het niet zinvol, vraagt de directeur mobiliteit van de gemeente zich in de genotuleerde vergadering af, „als wordt nagegaan waarom in het verleden is besloten om bepaalde zaken niet te begroten, zoals de kosten voor Voorbereiding van Exploitatie en Beheer”?

Als alles netjes berekend was, dan was het budget zo hoog geworden dat de trambaan politiek niet meer haalbaar was.

Dat weet de manager OV van de provincie wel. Dat was expres. Het weglaten of te laag voorstellen van kosten begon in 2012 en ging in de jaren daarna gewoon door. De begroting heeft toen een „een optimalisatieslag” doorgemaakt, zegt hij. Of beter: een „bezuiniging”. De voorbereidingskosten die nu zo oplopen, zijn destijds nooit serieus begroot. Ze zijn enkel „als PM post” opgenomen. Pro memorie, iets waar we het later nog over gaan hebben. Gepraat werd er wel, maar er werd nooit geld voor opzij gezet.

Betrokkenen en interne documenten bevestigen het beeld. Topambtenaren van de provincie zeggen dat de begroting destijds te laag is voorgesteld uit opportunisme en dat de gemeente Utrecht daar een hand in had. Als alles netjes berekend was, dan was het budget zo hoog geworden dat de trambaan politiek niet meer haalbaar was, stellen ze.

De provincie draait daar ten onrechte voor op, vinden ze. Toen het project van de bestuursregio naar de provincie werd overgeheveld, kreeg die bijvoorbeeld nooit te horen dat de voorbereidingskosten niet waren begroot. Accountant EY, die indertijd het bijbehorende boekenonderzoek deed, zou het evenmin weten, aldus interne documenten.

Lange lijst twistpunten

De gemeente ziet dat helemaal anders. Het exploiteren van de tram is een taak van de provincie, aldus de stad. En daar hoeven Utrechters helemaal niks aan bij te dragen.

Langs deze lijnen hebben gemeente en provincie de afgelopen jaren ruzie gemaakt, over een lange lijst met twistpunten. Een deel van de vertraging komt door bouwcomplicaties bij Utrecht CS. Dat is de verantwoordelijkheid van de gemeente, zegt de provincie. Maar de stad vindt dat de meerkosten uit de gezamenlijke projectpot moeten komen, waar de provincie aan meebetaalt.

En is de ‘superomklap’, het in één keer verplaatsen van alle bushaltes naar de andere kant van het station, volledig de verantwoordelijkheid van de gemeente?

En voor wie zijn de kosten voor het langer in dienst houden van de chauffeurs van buslijn 12, zolang de sneltram niet rijdt?

Eén punt steekt echt bij de provincie. Dat is de winst van 7 miljoen euro die de gemeente afroomde bij de aanleg van een stuk busbaan, die parallel loopt aan het treinspoor. Die was nodig omdat elders aan de trambaan werd gebouwd.

De provincie betaalde dat deelproject – à 17 miljoen euro – maar de gemeente voerde het uit. Die wist dat te doen voor 10 miljoen euro. De overgebleven miljoenen stroomden niet terug in de projectpot, die hield de gemeente in eerste instantie zelf. En dat vond de provincie totaal onacceptabel.

Uiteindelijk kiezen de partijen er in 2017 voor om een onafhankelijke partij de pijn te laten verdelen. Onderling komen ze er niet meer uit. In het ‘zwaarwegende advies’ dat een ervaren bouwjurist uitbrengt, staat dat de 20 miljoen euro aan voorbereidingskosten moet worden gesplitst. Het voordeeltje van 7 miljoen moet de gemeente terugstoppen in de gezamenlijke pot. De partijen gaan ermee akkoord, net als met de andere voorstellen van de jurist.

Hoofdpijndossier

Maar de ruzie blijkt allerminst gesust. Een week nadat de vrouwen in januari gezamenlijk de strop bekend maken, komt het conflict tussen de provincie en de gemeente aan de oppervlakte. Gedeputeerde Jacqueline Verbeek stapt op, mede vanwege een kritische brief over de plannen die wethouder Lot van Hooijdonk heeft ondertekend.

En dat is niet het laatste resterende hoofpijndossier. Deze donderdag is er een spoeddebat in de gemeenteraad over de Uithoflijn, later volgt er nog één in de Provinciale Staten. Aanleiding is een eerder artikel in NRC, over hoe de provincie Utrecht is omgegaan met een melding van mogelijke belangenverstrengeling. Kern daarvan: bouwbedrijf BAM – hoofdaannemer van de Uithoflijn – zou hebben geprofiteerd van de ruzie-achtige sfeer die was ontstaan tussen haar beide opdrachtgevers, de gemeente en provincie Utrecht.