Pas als Oost-Ghouta valt, komt er misschien hulp

Oost-Ghouta

Er komt nog geen eind aan de strijd om het Syrische rebellenbolwerk. Wat speelt er?

Oost-Ghouta Foto Mohammed Badra/EPA

Temidden van groeiende internationale ophef, in weerwil van een VN-resolutie die oproept tot een maandlang staakt-het-vuren en ondanks Russische aanbiedingen van een dagelijkse gevechtspauze of vrijgeleide, gaat de strijd om de Syrische rebellenbolwerk Oost-Ghouta ook deze week in alle hevigheid door.

Woensdag bood Rusland, als bondgenoot van het regime in Damascus, de gewapende groepen in Oost-Ghouta een veilige aftocht aan met hun families én met behoud van hun wapens. Maar volgens persbureau Reuters weigeren de voornaamste rebellengroepen op dat voorstel in te gaan. „De strijders in Ghouta en de mensen zullen hun grond verdedigen”, zei een woordvoerder van Jaish al-Islam, de grootste groepering in de voorstad van hoofdstad Damascus. Een woordvoerder van Falaq al-Rahman, de tweede grootste groep, had het over een gedwongen vertrek, en bestempelde dat als een misdaad.

In totaal zouden sinds het begin van het offensief op 18 februari ruim 800 mensen zijn gedood in Oost-Ghouta. Tegelijkertijd zijn tientallen mensen gedood of gewond in Damascus zelf door beschietingen vanuit Oost-Ghouta. Is er enig zicht op een oplossing voor de slepende strijd om de enclave?

Foto Hasan Mohammed / AFP

  1. Kunnen burgers die dat willen uit Oost-Ghouta vertrekken?

    De Syrische president Assad zei zondag in een gesprek met bevriende media dat „wie wil ontsnappen uit de greep van de terroristen – en wij geloven dat dit de meerderheid van de mensen is – de kans moet krijgen om terug te keren naar de boezem van de staat”. Maar Assad zei ook dat hij geen tegenstelling ziet tussen het bestand dat zo’n vertrek moet mogelijk maken en het voortzetten van de militaire operaties. „Die operaties moeten doorgaan, gelijktijdig aan het openen van de weg voor burgers naar regeringsgebied”, aldus Assad.

    Er zijn berichten dat de gewapende groepen in Oost-Ghouta burgers verhinderen om te vertrekken. De ngo Reach meldde in december dat de gewapende groepen vrouwen en kinderen nog steeds verbieden te vertrekken wegens de risico’s die ze zouden lopen bij de controleposten, vooral „seksuele agressie”.

    Voor de mensen in Oost-Ghouta weegt ook zwaar dat zij hun huizen niet willen kwijtraken. Ze hebben gezien hoe mensen die vertrokken zijn uit andere belegerde steden, vluchteling zijn geworden in eigen land. De naar schatting 34.000 burgers die eind 2016 uit Oost-Aleppo zijn vertrokken, zitten nu in Idlib, waar het wachten is op het volgende regeringsoffensief.

    Lees ook: Nivin Hotary (38) doet op Facebook verslag van het leven in een schuilkelder in Oost-Ghouta. Lees daarover: ‘Goedemorgen, negende dag in de schuilkelder!’
  2. Zijn de gewapende groepen in Oost-Ghouta ‘terroristen’, zoals de Assad en zijn bondgenoot, de Russische president Poetin zeggen?

    Assad beschouwt iedereen die de wapens heeft opgenomen tegen het regime als terrorist. Rusland is preciezer: het heeft het in verband met Oost-Ghouta altijd over Jabhat al-Nusra, de oude naam voor het Al Qaeda-filiaal in Syrië.

    Dat is belangrijk omdat de Veiligheidsraad slechts twee groepen in Syrië als terroristen beschouwt: Islamitische Staat en Al-Qaeda en aanverwante groepen. VN-resolutie 2.401 over het staakt-het-vuren maakt een uitzondering voor de strijd tegen deze twee groepen: die mag gewoon doorgaan.

    Het probleem is dat Jabhat al-Nusra, onder welke naam dan ook, volgens de meeste waarnemers slechts een klein onderdeel vormt van de gewapende groepen in Oost-Ghouta. De voornaamste groepen zijn Jeish al-Islam en Faylaq al-Rahman. De eerste wordt beschouwd als salafistisch, de tweede als fundamentalistisch (Moslimbroeders).

    Dat onderscheid is belangrijk, in de zin dat alleen IS en Al Qaeda het internationaal jihadisme aanhangen: zij plegen aanslagen tegen burgerdoelwitten overal in de wereld, of eisen die op in hun naam. Jeish al-Islam en Faylaq al-Rahman zijn in de eerste plaats met de strijd tegen het Syrische regime bezig.

  3. Wat kan of moet het Westen doen in Syrië?

    Westerse landen voeren al jaren een dubbelzinnig beleid in Syrië: ze eisen officieel het vertrek van president Assad, maar zij zijn al lang niet meer bereid om de rebellen aan een militaire zege te helpen.

    De Zweedse Syrië-expert Aron Lund schrijft dat landen die de Syrische oppositie steunen, moeten ophouden met „de rebellen te misleiden over de waarschijnlijke uitkomst van de strijd, en over hun eigen inzet voor het overleven van de oppositie”.

    Lund pleit voor meer realisme: het enige wat de internationale gemeenschap nog kan doen, is het beschermen van de burgers wanneer de rebellen straks de controle over Oost-Ghouta moeten prijsgeven. Dat wil zeggen: garanties afdwingen dat mensen mogen terugkeren naar hun huizen, en ter plekke aanwezig zijn om ervoor te zorgen dat een eventuele evacuatie op vrijwillige basis gebeurt.

    In Beiroet wordt geprotesteerd tegen de bombardementen op het Syrische Oost-Ghouta. Vooral om familieleden daar een hart onder de riem te steken, hoort correspondent Gert Van Langendonck. Lees daarover: Betogen voor Oost-Ghouta, tegen beter weten in.