Nanne Dekking in zijn in huis in Brooklyn, New York.

Foto Chantal Heijnen

Tefaf-voorzitter: ‘Nieuwe doelgroepen liever dan nog meer bontjassen’

Nanne Dekking

De nieuwe voorzitter van Tefaf vindt dat de kunstbeurs moet gaan mikken op een jonger publiek en nieuwe media moet gaan omarmen. „Dankzij een nieuwe app kun je nu prijzen van kunstwerken delen.”

Al woont Nanne Dekking sinds 1996 in New York, hij heeft nog nooit een editie van The European Fine Art Fair in Maastricht gemist. Als student kunstgeschiedenis genoot hij al van de enorme verscheidenheid die Tefaf tot zo’n bijzondere kunstbeurs maakt.

Maar ondanks dat brede aanbod werd Dekking al in geen jaren verleid tot een aankoop, vertelt hij. Zijn verzamelgebied – werk van Afro-Amerikaanse kunstenaars – is in Maastricht onvindbaar, een onbetaalbare Jean-Michel Basquiat daargelaten.

Een minder blank aanbod, het is een van de dingen waar Dekking als Tefaf-bestuurder van droomt. De CEO van het kunstinformatiebedrijf Artory volgde in juli oud-bankier Willem van Roijen op als voorzitter van het Executive Committee van de beursorganisator. In een videogesprek vanuit New York legt Dekking uit hoe de beurs aansluiting kan houden bij de snel veranderende internationale kunstmarkt. Hij lardeert zijn antwoorden met Amerikaanse uitdrukkingen en soms klinkt aan de andere kant van de oceaan een luide lach.

Waarom ambieerde u deze functie?

„Ik ambieerde het niet echt. Nog meer tijd in vliegtuigen doorbrengen. Dat ik toch ‘ja’ heb gezegd, komt omdat ik denk iets aan Tefaf te kunnen bijdragen. Mijn ervaring met de kunstwereld is groot. Als werknemer van kunsthandel Wildenstein heb ik zelfs twee keer op Tefaf gestaan. Tussen de uitgelichte meesterwerken en omringd door een bepaald slag mensen leef je in een cocon. Dat je ook nog onderdeel uitmaakt van een andere wereld vergeet je dan makkelijk.

„In dienst van Sotheby’s leerde ik dat je moeite moet doen om nieuwe klanten te vinden. De kunsthandel richt zich veel te veel op bestaande klanten. Een wijdverbreid misverstand is bovendien dat in de kunsthandel zoveel geld omgaat. Een middelmatig computerbedrijf als Dell zet jaarlijks meer om dan de gehele kunsthandel bij elkaar.”

Noemt u eens een paar verbeterpunten voor Tefaf.

„Wat me het afgelopen half jaar het meest heeft verbaasd, is waarom de keuring van Tefaf the best kept secret in the world is. Die uitgebreide vetting maakt Tefaf uniek. Die moet je als beurs dus juist uitdragen. Met nieuwe media moeten we ook meer doen. Er is nu een app om prijzen van kunstwerken te delen. Over twee jaar kan iedere bezoeker in een handomdraai de prijzen van alle kunstwerken opzoeken. Dat kan je als handelaar eng vinden, maar je kunt ook drie weken voor een beurs begint je hele inventaris met prijzen en al online zetten. Dan kunnen bezoekers alvast een verlanglijstje maken.”

Sommige oudere Tefaf-deelnemers hebben niet eens een website.

„Ja, ik realiseer me dat het niet zoveel zin heeft om tegen handelaren op leeftijd te zeggen dat alles wat ze in huis hebben gepost wordt op Instagram, en dat die informatie gedeeld wordt door minstens 340.000 mensen. Maar als Tefaf-voorzitter moet ik de leden wel informeren over wat eraan zit te komen.”

Droom eens hardop: hoe ziet de beurs er over vijf jaar uit?

Na enig nadenken: „Niet alleen zijn nieuwe media dan veel belangrijker, ook lopen er veel meer jonge mensen over de beurs. Dertigers, veertigers.

„Ik zou ook graag zien dat er dan meer wordt gedaan aan kunstuitingen van nieuwe Nederlanders en nieuwe Europeanen – niet steeds diezelfde blanke kunstenaars uit hetzelfde laantje. Daar kun je ook nieuwe groepen mee binnenhalen. Ook in ons bestuur moet de diversiteit beter tot uitdrukking te komen. Dat klinkt wel heel nobel voor iemand uit het land van Donald Trump, toch?”

De eerste twee dagen van Tefaf zijn dit jaar exclusief gereserveerd voor genodigden en de toegang is drastisch gelimiteerd. Is dat ook uw idee?

„Nee, zeker niet. Dat is een wens die al vele jaren leeft onder een groot deel van de handelaren. Zij klaagden dat de openingsavond steeds meer een uitje werd voor mensen die nooit kunst kopen.

„Sommige handelaren hebben me laten weten dat ze de beurs graag meer glamourous zouden zien. Dan vraag ik: moeten we nog meer bontjassen naar binnen halen, of moeten we eerder proberen een nieuwe doelgroep aan te trekken? 80 procent van alle handel gaat om objecten met een waarde onder de 50.000 dollar.”

Wat is er zoal te koop op Tefaf? Lees ook: Zeven hoogtepunten van Tefaf

Tefaf heeft geïnvesteerd in twee zusterbeurzen in New York. Wanneer verwacht u uit de kosten te komen?

„Het gaat sneller dan we dachten. Bij de volgende New Yorkse fair draaien we al break even. Voor ik aantrad, hoorde ik geruchten over enorme investeringen die waren gedaan. Omdat ik niet in een wespennest wilde stappen, heb ik met een accountant de boeken bekeken. Boekhoudkundig is er niks geks gebeurd. We zijn overigens in New York niet primair op winst uit, maar we willen er uiteraard ook geen verliespost van maken.”

Wat is het doel dan?

„Ons merk versterken. Tefaf New York zet het vergrootglas op Tefaf Maastricht. De boodschap aan Amerikaanse verzamelaars moet zijn: als u dit mooi vindt, ga dan in maart naar Maastricht.”

De beurzen in New York zijn kleiner van opzet en duren korter. Diverse handelaren zeggen dat de Maastrichtse beurs ook best geconcentreerder zou mogen zijn.

„Ik zou de opzet van Maastricht graag een keer naar New York willen verplaatsen. Het hoeft niet elf dagen te duren, maar wel net zo groot en gevarieerd. Twee mooie, grote beurzen in de wereld, dat moet toch kunnen?”

Is Maastricht volgens u de beste locatie voor Tefaf?

„Ik heb tegen de burgemeester van Maastricht gezegd: ‘U bestiert een fantastische stad. Maar gelukkig denken onze beursbezoekers niet de hele dag dat ze ook nog even bij de Uffizi of het Rijksmuseum moeten binnenwippen.’ Voor een destination fair is een rustige, centraal gelegen stad als Maastricht een voordeel.”

    • Arjen Ribbens