‘Niemand die zegt wat ik moet doen’

Meerkamper Eelco Sintnicolaas De meerkamper die zichzelf coacht, dat is Eelco Sintnicolaas. Het bracht hem een nationaal record, nog geen mondiale medaille.

Wéér vijfde. Een klassering om moedeloos van te worden. Maar Eelco Sintnicolaas, grossier in vierde en vijfde plaatsen op WK’s, raakt niet gedeprimeerd. Nog niet, omdat de meerkamper, die op de WK indooratletiek opnieuw buiten het podium bleef, een intrinsieke liefhebber is. „Wat niet wegneemt dat ik voor het einde van mijn carrière een mondiale medaille wil winnen.”

Sintnicolaas (30) weet waar het wringt. Die zwakke enkel hindert hem al sinds 2009, toen het retinaculum – dwarse versterkingsvezels die over spieren en pezen heen liggen – scheurde. De vraag is: hoe zwaar kan hij de enkel belasten, speciaal bij ver- en hoogspringen? Zwaarder dan hij in Birmingham deed, concludeert Sintnicolaas. „De belastbaarheid kán en móét omhoog; ik moet ’m niet ontzien, maar lichtjes blijven prikkelen.”

Die protesterende enkel is zo’n probleem dat de Europees indoorkampioen van 2013 zelf moet oplossen. Sinds de breuk met coach en zwager Vince de Lange, na de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016, werkt de Apeldoornse meerkamper autonoom, zonder trainer. Zeer uitzonderlijk voor een topsporter, een meerkamper in het bijzonder. Maar Sintnicolaas vindt zich wijs genoeg zijn carrière als solist te vervolgen.

Zijn verklaring: „Na Vince voelde ik er niets voor dat iemand anders zou vertellen wat ik moet doen. Ik heb in de loop der jaren mijn ideeën over een goede trainingsaanpak ontwikkeld en besloot 2017 als testjaar te gebruiken. Met resultaat, want bij het meerkampgala in Götzis verbeterde ik mijn nationaal record tot 8.539 punten. Helaas ging het op de WK in Londen mis als gevolg van krampverschijnselen, maar al met al was ik tevreden. Weet je, mijn techniek zal de laatste jaren van mijn carrière niet veranderen. En een meerkamper is geen specialist; het is belangrijk de essentie van alle onderdelen te begrijpen. Het verschil met een trainer? Ik ben veel bewuster met mijn sport bezig, alsof je auto rijdt zonder navigatie.”

De receptie voorbij rennen

Als Sintnicolaas traint, filmt hij met zijn telefoon de worpen en sprongen, voor de feedback. Of hij shopt voor de sprintdisciplines bij trainer Bart Bennema, of hij laat zich op nationaal sportcentrum Papendal adviseren door Paul Brice, bewegingswetenschapper van de Atletiekunie. Polsstokhoogspringtrainingen doet de meerkamper onder toezicht van zijn vader – „dat wil ik niet in mijn eentje doen, in geval er iets misgaat.” Tussendoor combineert Sintnicolaas in Stockholm trainingen met zijn Zweedse vriendin en hordeloopster, Elin Westerlund. „Moet ik wel de receptie van de trainingshal voorbijrennen, zodat ik niet word gezien”, zegt hij lachend. Maar hij voegt zich in Zweden ook vaak bij collega-meerkamper Fredrik Samuelsson.

Sintnicolaas zegt zich relaxed te voelen, ook al moet hij veel zelf regelen. De bottomline blijft, dat hij zijn programma bepaalt, ook bij de keus voor trainingskampen. Hij voelt er bijvoorbeeld weinig voor de komende maand met de bond naar Florida te gaan. Sintnicolaas prefereert een weekje Spanje. De financiële afwikkeling is voor hem nooit leidend. Desnoods gaat de meerkamper op eigen kosten. Hij verwacht dat immer in goed overleg een oplossing wordt gevonden. Gedecideerd: „Ik ben niet op zoek naar confrontaties, maar ik zal niet overal ja en amen op zeggen. Ik neem niet alles klakkeloos meer aan. Ik ben op een leeftijd dat niemand mij meer zegt: je moet zo laat ergens zijn en je moet dit of dat doen.”

Even terug naar die vierde en vijfde plaatsen. Brachten die Sintnicolaas nooit in de verleiding doping te gebruiken? Nee, zegt hij nadrukkelijk. Bovendien, redeneert hij, komen er op de meerkamp meer factoren bij kijken. Doping is volgens hem effectiever op één discipline. Sintnicolaas: „Ook al gebruikt een tegenstander doping, denk ik een kans te maken.”

Of hij weleens verdenkingen heeft? Ja, terwijl hij niet zo wil denken, zegt Sintnicolaas. „Ik wil graag naïef blijven, hoewel ik ook weet dat het Russische systeem niet deugde. En als een Rus als neutrale atleet 8.600 punten scoort, vind ik dat verdacht. Ik gebruik voor de afsluitende 1.500 meter op de tienkamp geen natriumbicarbonaat meer. Ik voelde weinig verschil en heb het spul een keer in de prullenbak gegooid. Stik ermee, dacht ik. Ik loop zonder die pillen. Ik houd het bij koffie of een cafeïnepil.”

Op trainingsstage in Cuba, bij Leonel Suárez, tweevoudig winnaar van olympisch brons, was een laboratorium in het stadion voor Sintnicolaas verboden terrein. Nuchter: „Ik heb geen idee wat ze daar deden, maar verdacht vond ik het wel. Ach, eigenlijk wil ik het ook niet weten.”

    • Henk Stouwdam