Nette mannen, maar brutaal – voor CDA’ers

Christen-democraten Vier jonge mannen moeten het CDA in de grote steden overeind houden. Ze vinden hun eigen partij soms „te voorzichtig”.

Ze zitten op een keurige rij op het keurige podium van de Haagse Sociëteit De Witte: vijf mannen, de lokale lijsttrekkers van VVD, D66, CDA, PvdA en de Haagse Stadspartij. Al vier jaar lang vormen zij het college van Den Haag – en zo gaan ze met elkaar om in dit verkiezingsdebat, eerder deze week: als collega’s.

Op één na: Karsten Klein, lijsttrekker en wethouder van het CDA.

Híj zit deze avond tussen electorale concurrenten. Als anderen praten, schudt hij vaak zijn hoofd, is soms zichtbaar geïrriteerd. En scherp. „D66 lijkt in paniek te schieten door het gasdebat”, zegt Klein over D66-lijsttrekker Robert van Asten, die de Haagse huizen van het gas af wil hebben. „U berijdt weer het PvdA-stokpaardje”, tegen PvdA-lijsttrekker Martijn Balster die pleit voor méér verplichte sociale woningbouw.

En als de lijsttrekker van de Haagse Stadspartij ermee komt dat meer „brede trams” nodig zijn, zegt Klein: „Dit slaat helemaal nergens op. Als er ergens drie bomen weg moeten voor een tramlijn, staat de Stadspartij vooraan om te protesteren.”

Kleins eigen stelling van de avond gaat over werklozen die „verkeerde prikkels” krijgen van de gemeente – allerlei voorzieningen en hulp – waardoor ze liever een uitkering willen dan een baan. Het gaat zelfs VVD-lijsttrekker Boudewijn Revis te ver. „Je moet niet iedereen over één kam scheren.”

Je zou kunnen denken dat Karsten Klein een niet-zo-typische CDA’er is. Maar er is meer: in de grote steden staat er voor het CDA – en dus ook voor de lijsttrekkers zelf – veel op het spel. Kan de partij zich na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart nog een ‘brede volkspartij’ noemen als ze in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht zetels verliezen – van de weinige die ze daar nog hebben?

Met drie zetels is het CDA in Den Haag de kleinste coalitiepartij. Net als in Rotterdam. In Utrecht, ook drie zetels, zit de partij al twee bestuursperiodes in de oppositie. In Amsterdam heeft het CDA nog maar één zetel en in de partijtop wordt het „een ramp” genoemd als de christen-democraten die zouden verliezen.

De lijsttrekkers die het CDA moeten behoeden voor het imago van plattelandspartij: Karsten Klein (41) in Den Haag, Sven de Langen (31) in Rotterdam, Diederik Boomsma (39) in Amsterdam, Sander van Waveren (38) in Utrecht.

In de CDA-top kennen ze Klein al langer, hij is voor de derde keer lijsttrekker. De Langen geldt als een nieuw bestuurlijk talent. Boomsma wordt „de intellectueel” genoemd en politiek slim. De Utrechtse Van Waveren is in de partij minder bekend. „Je zou het niet meteen denken”, zegt een CDA’er over hem, „maar als je met hem op pad gaat, zie je een echte activist.”

Ze werden de afgelopen jaren begeleid door het partijbestuur met precies dat doel: dat ze activistischer werden. Dat zou hen helpen om – met het verhaal van ‘gezinspartij’ CDA over waarden en normen – op te vallen in links-liberale steden als Amsterdam en Utrecht en niet worden verdrukt in de ophef rond partijen als PVV, Forum voor Democratie en Denk.

Redelijk brutaal

Dan nog is het moeilijk genoeg om kiezers te vinden. Uit intern onderzoek weet de partij: CDA’ers in de stad denken niet heel anders dan CDA’ers buiten de stad, het zijn er in de stad wel steeds minder.

In gesprekken met de vier stadse lijsttrekkers valt op: Buma’s boodschap van vorig jaar over ‘gewone Nederlanders’ die verlangen naar geborgenheid, identiteit en gemeenschapszin, is ook hún boodschap.

Al kan die, vindt bijvoorbeeld Diederik Boomsma uit Amsterdam, wat „uitnodigender” worden gepresenteerd: „Ons erfgoed, onze tradities, daar zijn we trots op. Maar dat betekent niet dat je anderen uitsluit. Sterker nog: het is een uitgestoken hand. Kom en word deelachtig aan deze tradities.”

Voor Karsten Klein in Den Haag was het precies goed. „De zorgen over gedeelde normen en waarden die verloren gaan, die zorgen zie je ook in migrantengroepen in Den Haag.”

Klein, opgeleid als bestuurskundige en al acht jaar wethouder, noemt zichzelf „de veteraan”, hij klinkt zelfverzekerd. „Het is voor iedere traditionele volkspartij hard werken om in de stad overeind te blijven. Maar in 2014 heb ik bij de verkiezingen winst gehaald, volgens mij als enige CDA-afdeling in Nederland.” Het CDA in Den Haag trok meer kiezers, maar kreeg hetzelfde aantal zetels.

Zijn ouders zijn Duits, ze kwamen in de jaren zestig naar Nederland. Zijn vader werkte als elektricien, zijn moeder in de thuiszorg.

Sven de Langen, ook bestuurskundige en ook wethouder, is minstens zo zelfverzekerd. „Ik ben redelijk brutaal voor een CDA’er”, zegt hij in zijn werkkamer in het stadhuis. „Dat komt ook omdat ik van de Rotterdamse afdeling ben.” Zijn vader was hr-manager bij Akzo Nobel, zijn moeder verpleegkundige. De Langen zegt dat hij in de politiek „charismatische leiders” mist. Ruud Lubbers was zo, volgens hem. Wie nu zijn voorbeeld is? „Goeie vraag.”

CDA’ers vindt hij vaak wat te voorzichtig. „Uit een soort bestuurlijke bescheidenheid. We moeten onszelf steviger laten zien.” Dat doet hij, vindt hij, in Rotterdam. „Wij maken heel duidelijk dat we tegen het gedonder zijn van partijen die mensen tegen elkaar opzetten. Wij zijn ook tegen het egoïsme, tegen individualisering.”

En, zegt De Langen, vóór fatsoen. „Mensen zijn het geschreeuw van partijen als de PVV en Denk zat. Onder fatsoen kun je ook het probleem van de drugsmaffia vatten, het ronselen van jongeren om drugs te dealen. En burgerschapsvorming, opvoeding.”

In de Utrechtse gemeenteraad pleit het CDA voor ‘buurtafspraken’ en ‘straatregels’. CDA’ers gaan steeds vaker de straat op, zegt Sander van Waveren. „We zoeken de plekken op waar mensen elkaar tegenkomen om te laten zien dat we dat steunen. Onze fractievergadering houden we om de week bij een organisatie, vereniging of bijvoorbeeld een moskee. We vragen: mogen we een uurtje komen praten? Daarna vergaderen we nog een uurtje.”

Korte broek, stropdasje

Van Waveren is bestuursadviseur van de Vereniging van Gemeentesecretarissen. Zijn vader was remonstrants predikant, ook vijf jaar in Londen. „Ik ging als zevenjarige in korte broek en met een stropdasje naar school”, zegt Van Waveren. „Misschien komt mijn waardering voor orde, netjes praten en fatsoen uit die periode.”

In een café op het Amsterdamse Leidseplein zegt Diederik Boomsma met een glimlach dat hij de verantwoordelijkheid voelt rusten op zijn schouders, ja. Die ene zetel in de Amsterdamse gemeenteraad móét het CDA houden, er moeten zetels bíj.

Van de vier is hij de enige vrijgezel. Zijn vader is biochemicus, zijn moeder werkte als remedial teacher. Boomsma promoveert in Leiden op het werk van de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset. Zijn politieke voorbeeld: Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt die op het Binnenhof bekendstaat om zijn vasthoudendheid.

Als Boomsma wil uitleggen hoe hij een paar jaar geleden tot het katholieke geloof is gekomen, volgt een redenering over de „constatering dat er iets is en niet niets”, over het heelal met „intelligente, vrije personen” en dat hij het „dus aannemelijk” vindt dat er een schepper is. Rationeel, ja. „De andere kant is dat ik in de kerk kom en door de knieën ga en de schepper wil eren, danken, loven en prijzen.”

De erfpacht

In de Amsterdamse verkiezingscampagne is Boomsma’s thema vooral: de erfpacht, de ‘huur’ die huiseigenaren moeten betalen voor de grond waarop ze wonen. Het college van VVD, D66 en SP heeft de erfpacht veranderd en het nieuwe stelsel is ingewikkeld, voor veel mensen wordt het duurder. Boomsma wil nu boze huiseigenaren naar zijn partij trekken, vooral uit de „duurdere wijken”. „VVD’ers ja, maar er zitten ook veel D66’ers bij en zelfs mensen van GroenLinks.”

Er zijn andere thema’s, zegt Boomsma: parkeren bijvoorbeeld, prostitutie. Maar of je daarmee opvalt? „Het is frustrerend om te zien hoe de discussie in de stad al weken wordt gedomineerd door een wedstrijdje: wie kan het meeste afstand nemen tot Forum voor Democratie? Ik vind dat een teken van leegte.”

In een app-groepje sturen de lijsttrekkers elkaar tips. Zo houden Utrecht en Den Haag een online ‘gezinsonderzoek’ om erachter te komen waarom zoveel gezinnen de stad verlaten – wat kan de gemeente voor hen doen? Een idee van Rotterdam.

In Den Haag is lijsttrekker Klein vooral tevreden over zijn kandidatenlijst voor de verkiezingen. Er staat een marktkoopman op die „de taal van het volk spreekt” en eerder geen CDA-lid was. Maar ook mensen van Poolse en Javaanse afkomst, een Chinees, een Hindostaan. „Mensen moeten zich herkennen in een lijst. Dat is de essentie van een volkspartij.”

In het buitenland mag hij erover komen vertellen. Klein was al een keer in Brussel bij de Vlaamse christen-democraten en bij de Konrad-Adenauer-Stiftung, het wetenschappelijk bureau van de CDU. „Daar zien ze ook dat dit de oplossing is voor de stad.”