Een stukje lente in teruggevonden Vivaldi

Honderd jaar geleden kenden slecht enkele musicologen de naam van Antonio Vivaldi (1678-1741), en dan alleen als componist van virtuoze concerten. Maar zijn tijdgenoten kenden hem vooral van het theater. Begin deze eeuw begon de Italiaan Alberto Basso met het ontsluiten van dat veelzijdige vocale werk in het Vivaldi-project, dat de teruggevonden manuscripten van de barokcomponist vastlegt. De serie telt inmiddels ruim vijftig mooi vormgegeven albums, door grote – voornamelijk Italiaanse – barokspecialisten. In de nieuwste uitgave, herdersopera Dorilla in Tempe, hergebruikte Vivaldi de openingsklanken van de ‘Lente’ uit zijn Vier Jaargetijden. I Barocchisti speelt de noten meeslepend. Minpuntje is de bijna geheel vrouwelijke cast. Van de vier mannenrollen worden er drie door mezzo’s gezongen, wat het in recitatieven moeilijk maakt de karakters uit elkaar te houden. Bovendien boet daardoor het chiaroscuro-principle – Vivaldi’s kenmerkende contrast tussen licht en donker – aan kracht in.