Opinie

    • Maarten Schinkel

Don’t mention het Hollandse overschot

O, die Trump. Die snapt er weer niks van. Heeft niemand de Amerikaanse president verteld dat het handelstekort waartegen hij te hoop loopt niet of nauwelijks te verhelpen is met het instellen van invoertarieven of soortgelijke maatregelen?

Amerika geeft simpelweg meer uit dan het verdient. Meer sparen, of minder uitgeven: dát is de oplossing voor het probleem – vooropgesteld dat het handelstekort van de VS daadwerkelijk een probleem is. Want wat het buitenland via een handelsoverschot met de VS verdient, leent het gewoon weer terug aan de Amerikanen. In dollars nog wel, de munt waar Washington alles over te vertellen heeft.

Maar goed, het is grappig dat het Amerikaanse beleid zichzelf tegenspreekt. Want het nieuwe belastingplan en de begrotingsimpuls die de Republikeinen onder Trump doorvoeren, verhogen het begrotingstekort van de overheid. Amerika geeft straks dus nóg meer uit dan het verdient. En het handelstekort loopt dan verder op, door toedoen van Trump zelf.

Lachen! Maar wacht even. Hebben we in Nederland niet een zelfde soort van dilemma – maar dan andersom? Dinsdag kwam het Centraal Planbureau met de jongste ramingen voor dit en volgend jaar. Daaruit blijkt dat we in 2018 een overschot hebben op de betalingsbalans van 9,4 procent en in 2019 van 9,2 procent. Dat is enorm. De oorzaak is bekend: we sparen te veel en geven te weinig uit. Precies andersom dan de VS dus.

Trumps begrotingsbeleid wakkert het Amerikaanse handelstekort alleen maar aan. Maar Nederland heeft óók een dilemma.

Zo’n enorm overschot wordt steeds minder goed te verdedigen in het buitenland. Zeker nu het klimaat rond internationale handel guurder wordt, moet je niet al te veel opvallen. Niet in de grote wereld, maar ook niet binnen Europa.

Moet onze overheid dan juist méér uitgeven om dat overschot terug te dringen? Dat wordt lastig. Volgens het Internationale Monetaire Fonds, dat vorige week zijn periodieke rapport over de Nederlandse economie uitgaf, stimuleert het kabinet-Rutte de economie al met 2 procentpunt van het bbp.

Dat is al een doorn in het oog van CPB-directeur Laura van geest. Die wees er dinsdag op dat de huidige hoogconjunctuur, waarin de Nederlandse economie met meer dan 3 procent groeit, fragieler is dan wordt aangenomen – en sowieso een keer ten einde komt. Want de economische cyclus slaat een keer om, wellicht al tijdens deze kabinetsperiode.

Haar advies is: geef juist niets extra’s uit. Leg een buffer aan, zodat je straks in een laagconjunctuur niet extra moet bezuinigen en het allemaal erger maakt. Dat advies slaat Rutte-III in de wind. Het begrotingsoverschot dat onder het vorige kabinet is bereikt, slinkt. Vorig jaar was dat nog 1,1 procent, dit jaar 0,7 procent en volgend jaar 0,9 procent van het bbp. En dat terwijl de groei van de economie dus mee blijft vallen.

Het is dan ook geen wonder dat het ‘structurele saldo’ van de overheid, dat wordt gecorrigeerd voor de conjunctuur, nogal verslechtert. Dat daalt van een overschot van 0,8 procent in 2017, naar evenwicht dit jaar en een tekort van 0,4 procent in 2019.

De ene dokter, het IMF, zegt dus: verlaag je overschot op de betalingsbalans. De andere dokter, het CPB, zegt: hou de hand op de knip. Hoe kom je daar uit? Er is een manier, waar het IMF ook op wijst. Als er extra uitgaven zijn, dan moeten die gericht worden op het verhogen van de potentiële groei. Dat is de kruissnelheid waarmee de economie zonder problemen kan groeien.

Dus investeren in onderwijs, onderzoek en ontwikkeling zijn volgens het IMF goed. Infrastructuur of de overgang naar duurzame energie zijn, hoewel het IMF die niet expliciet noemt, allemaal prima bestedingsdoelen. Voor de rest hoeft niet alles van de overheid af te hangen. Wat minder sparen, daar hoeven ze niet alleen in Den Haag goed in te zijn.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.
    • Maarten Schinkel