De beeldtaal van het journaal

Ewoud Sanders

Foto Getty

Bij het NOS Journaal schiet ik de laatste jaren steeds vaker in de lach. Niet vanwege de nieuwsberichten zelf, die geven daar zelden aanleiding toe, maar door de clichématige beeldtaal van de binnenlandse reportages.

Voor de goede orde: veel nieuws is cyclisch en ik snap goed dat de NOS niet makkelijk op de proppen kan komen met verrassende beelden in een reportage over bijvoorbeeld reizigers die op Schiphol zijn gestrand vanwege de zoveelste storm of staking. We krijgen dan mensen in beeld met een trolley bij een balie die verzuchten dat zij hierdoor de aansluiting met een volgende vlucht zullen missen. Of reizigers die, als de vertraging lang genoeg duurt, op een bankje of op de grond liggen te slapen.

Het NOS Journaal laat ijsmeesters steevast gaatjes boren in het ijs en woordvoerders van de NS worden bij voorkeur onder een informatiebord geïnterviewd, dan wel voor een trein die vervolgens wegrijdt. Het achterliggende idee is: je kunt op televisie niet volstaan met pratende hoofden, er moet ondersteunend beeld bij.

Dat is te billijken, maar de beeldtaal van de NOS is mij soms al te simplistisch. Alfawetenschappers worden meestal voor een boekenkast afgebeeld, want zij lezen natuurlijk veel boeken. Dat de meeste alfawetenschappers tegenwoordig tools inzetten om in big data patronen te herkennen, is lastiger in beeld te brengen, dus die boekenkasten zullen nog wel even blijven.

Bètawetenschappers worden bij voorkeur in een laboratorium gefilmd: met op de achtergrond microscopen of petrischaaltjes. Liefst met een witte jas aan, net als medici. Ik schiet altijd in de lach als ik – voor de honderdste keer – zie dat de directeur van bijvoorbeeld een farmaceutisch of voedingsbedrijf zich heeft laten verleiden om het interview te laten plaatsvinden in een productieruimte. Hij draagt een witte jas en zo’n mal douchemutsje over zijn haar. Je ziet aan zo’n man dat hij normaal op kantoor zit. Ingenieurs moeten steevast een helm op, net als bouwkundigen en medewerkers van ProRail.

Eind vorige week wijdde de NOS in één uitzending twee items aan de politie, items die elkaar in beeldtaal tegenspraken. In het eerste verslag, over de dalende criminaliteit in Nederland, zagen we twee agenten, een man en een vrouw, uit een politiebureau naar een dienstauto sprinten om met loeiende sirenes weg te rijden. Ze waren allebei stoer en fit; zij reed. Boodschap: de politie zit erbovenop.

Vijf minuten later meldde hetzelfde journaal dat er in Utrecht, bij een overval op een pakketbezorger, dozen met politie-uniformen waren gestolen. De politie is bezorgd, meldde de presentator, dat criminelen de uniformen bij overvallen gaan gebruiken, „en wil ze daarom snel terug”.

Ik dacht: dit is inderdaad alarmerend en hier is dus haast bij geboden. Het ondersteunende beeld liet echter agenten zien – twee mannen van middelbare leeftijd – die kalmpjes naar een politiebusje liepen.

De beelden bij het eerste item hadden veel weg van een reclamespotje voor de politieacademie; ik vind dat het NOS Journaal de kijkers hiermee niet serieus neemt. De beelden bij het tweede item leken mij een stuk realistischer: natuurlijk wil de politie die uniformen graag terug, maar deze sjokkende agenten gingen die zaak niet meteen oplossen.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders