Recensie

‘Bankier van het verzet’ is een ouderwetse oorlogsfilm over ‘vergeten’ verzetsheld

Oorlogsdrama Latere generaties kennen zijn naam vaak niet meer, maar de welgestelde bankier Walraven van Hall (‘Wally’) was een van de belangrijkste leiders van het verzet in WOII. Nu is er eindelijk een film over hem gemaakt.

Verzetsheld Walraven van Hall (Barry Atsma)

De marketingcampagne rond de oorlogsfilm Bankier van het verzet onderstreept dat de film een nagenoeg onbekend oorlogsverhaal zou vertellen. Daarbij is wel wat scepsis op zijn plaats. Historicus Loe de Jong noemt hoofdpersoon Walraven van Hall – gespeeld door Barry Atsma – in zijn standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog „een van de centrale figuren in de Nederlandse illegaliteit”.

„Walraven was in de eerste decennia na de oorlog een bekende en gerespecteerde figuur”, zegt NIOD-directeur Frank van Vree. „Hij kreeg postuum het Verzetskruis en de Medal of Freedom, een zeer hoge Amerikaanse onderscheiding. Dat latere generaties hem een beetje vergeten zijn, is een heel ander verhaal.”

Walraven van Hall (1906-1945), roepnaam Wally, was ook bekend onder zijn schuilnaam Van Tuyl. Zijn rol in het verzet begon bescheiden maar hij eindigde als „minister-president van alles wat verzet was”. Zo herinnerde een van zijn medewerkers zich Wally later.

Als hij een leidende figuur was in het verzet, waarom is er dan niet eerder een film over hem gemaakt? Historicus Erik Schaap, die een boek schreef over Walraven van Hall, vermeldt op zijn blog dat Rutger Hauer zo’n tien jaar geleden zijn regiedebuut wilde maken met een Engelstalige film over de verzetsheld: Changing Fortunes. Dat ging niet door omdat scenaristen te weinig drama zagen in Wally’s leven. Bankier Van Hall was een keurige familieman, bij hem geen seksuele escapades of schietpartijen maar ‘papieren’ verzet dat hij bedacht en uitvoerde met zijn broer Gijs van Hall, de latere burgemeester van Amsterdam – in de film gespeeld door Jacob Derwig.

Beide bankiers waren sleutelfiguren in het Nationaal Steunfonds (NSF), waarmee ongeveer driekwart van het Nederlandse verzet werd gefinancierd, evenals naar schatting 150.000 mensen in nood, onder wie joodse gezinnen en gezinnen met onderduikers. In totaal beheerde het NSF, dé bank van het verzet, bijna 84 miljoen gulden, omgerekend en met inflatiecorrectie een half miljard euro. De broers verkochten waardeloze obligaties en verlopen aandelen en hielden bij aan wie (zonder namen te noteren), zodat zij na de oorlog terugbetaald zouden worden door de Nederlandse regering. Omdat hij het langs ideologische lijnen verdeelde verzet op één lijn wist te krijgen, werd geboren bemiddelaar Van Hall ook wel ‘de olieman’ genoemd.

Bankroof van de eeuw

Dat werd lastiger toen de Spoorstaking begon op 17 september 1944. De spoorwegdirectie eiste dat het stakende personeel, ruim dertigduizend man, volledig werd uitbetaald. De regering in ballingschap in Londen ging daarmee akkoord, zeer tegen de zin van Wally en anderen in de illegaliteit.

Om de spoorwegstakers van inkomen te kunnen voorzien bedacht Gijs van Hall wat wel ‘de grootste bankroof uit de vaderlandse geschiedenis’ wordt genoemd: een koelbloedige, geniale bankfraude, met als codenaam ‘Tante Betje’. Daarbij werden schatkistpromessen, goed voor miljoenen, omgewisseld voor valse promessen.

Bankier van het verzet laat zien hoe lastig de door de staat uitgegeven schuldbekentenissen na te maken waren. Dat vergde speciaal gemaakt papier en drie drukgangen. Het kaarslicht in de kelder van De Nederlandsche Bank bracht ook uitkomst – de vervalsingen bleven onopgemerkt in het halfduister en konden door kassier-generaal C.W. Ritter gemakkelijk worden omgewisseld.

In werkelijkheid deed Ritter dit vijftien keer, in de filmversie wordt hij dwarsgezeten door een bankbediende.

Via de promessen, die bij grote banken werden ingewisseld voor geld, haalde het NSF 53.122.934,50 gulden op – Wally hield alles tot twee cijfers achter de komma bij en na de oorlog klopte alles precies. Er was zelfs nog geld over, waarmee onder meer het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie kon worden opgericht, het huidige NIOD.

Goed-fout-schema

Dat er nu eindelijk een film is gemaakt over de rechtschapen familieman Van Hall komt mede doordat 2018 is uitgeroepen tot ‘Jaar van Verzet’ door het Platform Herinnering Tweede Wereldoorlog. Bankier van het verzet haakt daarop in en grijpt terug op het klassieke goed-foutschema. Ook is het contrast tussen de heldhaftige Wally en zijn weifelende, bangere broer Gijs wat sterk aangezet. Kennelijk moest de heldenmoed toch nog een tikje worden uitvergroot.

Het maakt van Bankier van het verzet een ouderwetse oorlogsfilm. Regisseur Joram Lürsen maakt het ‘papieren verzet’ van de broers spannend en dynamisch met scènes waarin koffertjes worden uitgewisseld en koeriersters in hun fietsframe de vele bankbiljetten door het land verspreiden. Soms zet hij de gebeurtenissen iets te vet aan, ook via de nadrukkelijk aanwezige muziek. Onnodig, evenals de raamvertelling en iets te opzichtige symboliek van Wally, die als kind onder water spartelt.