Opinie

    • Peter de Bruijn

Nostalgie blijft effectief bij de Oscars

Peter de Bruijn Hollywood is dol op odes aan Hollywood. Dat kan een verklaring zijn voor het succes van ‘The Shape of Water’ bij de Oscars, denkt Peter de Bruijn.

The Shape of Water, het briljante sprookje voor volwassenen van Guillermo del Toro over schoonmaakster Elisa die verliefd wordt op een amfibisch monster, had als grote voordeel op de concurrentie bij de Oscars dat de film een ode is aan het oude Hollywood. Daar is Hollywood altijd dol op. Dat bleek ook al bij andere recente Oscar-successen zoals La La Land en The Artist.

The Shape of Water speelt zich begin jaren zestig af, maar staat bol van de verwijzingen naar wat toen al de goede oude tijd was: de gloriedagen van het studiosysteem in de jaren dertig en veertig.

Dat is vooral te danken aan het perspectief van Giles (prachtige bijrol van Richard Jenkins): een eenzame, homoseksuele reclametekenaar, die nauwelijks emplooi meer heeft omdat zijn geschilderde reclamebeelden zijn verdrongen door eigentijdse fotografie. Hij lijdt onder zijn kaalheid en gaat af en toe de deur uit met een toupet. Troost vindt hij bij oude Hollywoodfilms uit de jaren veertig – de jaren van zijn jeugd. ‘O Betty’, roept hij verrukt uit, als hij een oude musical terugziet met Betty Grable op zijn kleine zwart-wittelevisie, die voortdurend aanstaat in zijn rommelige huiskamer.

Helemaal lyrisch is Giles als hij Alice Faye (1915-1998) terugziet, die tegenwoordig eigenlijk alleen nog bij aficionado’s van oude musicals – zoals Guillermo del Toro – bekend is. „Ze was een enorme ster”, legt Giles in de film uit aan zijn buurvrouw Elisa (en aan ons, onwetende kijkers). „Tot ze op een dag genoeg had van alle achterbaksheid en onzin en gewoon is weggelopen.”

Fayes grote carrière in Hollywood duurde nauwelijks meer dan tien jaar. Ze kwam van Broadway, waar ze was ontdekt door ster Rudy Vallée. In zijn kielzog kreeg ze een voet aan de grond in Hollywood, aanvankelijk als een look-a-like van de sexy blondine Jean Harlow. Maar een echte ster werd ze pas met een minder kunstmatig imago: als een warme, goedhartige, benaderbare girl next door, die tegelijk beschikte over een hese, verleidelijke stem; ze was als zangeres een favoriet van de grote songschrijvers Irving Berlin, Cole Porter en George Gershwin.

Faye was steeds ongelukkiger onder de manier waarop ze werd geleefd door studio Fox. Toen studiobaas Darryl Zanuck haar rol in misdaadmelodrama Fallen Angel (1945) had laten verknippen aan de montagetafel, liet ze van de ene op de andere dag de boel de boel. „Ik ben niet eens meer langs de kleedkamer gegaan om mijn persoonlijke spullen te halen.” Hollywood liet ze vervolgens decennialang links liggen. Wel was Faye nog succesvol op de radio; hét amusementsmedium in die jaren voor de opkomst van de televisie.

The Shape of Water zou weleens kunnen leiden tot een opleving van de roem van Alice Faye. De fraaie, weemoedige ballad You’ll Never Know die Del Toro een prominente plaats gaf in zijn film, is afkomstig uit een van haar musicals en gold lange tijd als haar ‘signature song’. Del Toro geeft haar zo een fraai eerbetoon – als een buitenbeentje in een film die een ode wil zijn aan buitenbeentjes.

    • Peter de Bruijn