Recensie

Nihilistische natte droom

Wraakthriller Een remake van de wraakthriller ‘Death Wish’ met Bruce Willis in de hoofdrol verlustigt zich aan wraakgevoelens in een moreel failliete wereld.

Paul (Bruce Willis) wil wraak in ‘Death Wish’.

Casting is alles. Dat is vast ook de reden waarom regisseur Eli Roth Bruce Willis vroeg om de hoofdrol te spelen in zijn update van wraakthriller Death Wish uit 1974. Bruce Willis is immers Mr. Die Hard. Dus wie kan beter dan hij in de huid kruipen van de keurige chirurg Paul Kersey die na een fatale overval op zijn vrouw en dochter in een wreker transformeert; een superheld van middelbare leeftijd in een ‘hoodie’; een soort oudere oom van Travis Bickle uit Martin Scorseses klassieker Taxi Driver.

Het is een Amerikaanse mythe: de eenling die het op zich neemt om het kwaad uit te roeien.

Regisseur Eli Roth – door Quentin Tarantino ooit de ‘toekomst van de horror’ genoemd – is echter niet geïnteresseerd in die eenling, maar in de exploitatie van het kwaad. Uit Cabin Fever, Hostel en zelfs uit de ultrawrede remake van kannibalenfilm The Green Inferno spreekt een ouderwets plezier in het verbeelden van grand guignol-achtige gruwelijkheden.

Death Wish is een film die alleen in een vacuüm van exploitatiefilms kan bestaan. Echt subversief is hij niet; hooguit verontrustend. Want hoe hard Roth ook zijn best doet om er hedendaagse verwijzingen naar de Amerikaanse obsessie met wapenbezit en de rol van sociale media in te smokkelen, hij heeft de pech dat dit absoluut de verkeerde film op het verkeerde moment is. Hoe die goedkeurende knipoog op te vatten die oom agent aan dit bijzondere geval van eigenrichting geeft?

Wil Roth zeggen dat zelfs in de meest keurige huisvader een meedogenloze killer schuilt, als je hem maar genoeg tart? Is de orde hersteld als de vendetta is voltrokken? Geroutineerd sleept de film je mee in de genoegdoening van wraak. Death Wish verwordt tot de nihilistische natte droom van voorvechters van vrij wapenbezit in een moreel failliete maatschappij.

    • Dana Linssen