Na schandalen

Bij wangedrag hulpverleners wil Kaag subsidie terughalen

Het Oxfam-schandaal vormde de aanleiding voor het Kamerdebat dinsdagavond. Minister Sigrid Kaag van Ontwikkelingssamenwerking zegt het mogelijk te willen maken om subsidies aan hulporganisaties op te schorten.

Minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (D66). Foto Bart Maat / ANP

Als medewerkers van hulporganisaties zich misdragen moet het mogelijk zijn om subsidies van de instanties op te schorten of terug te vorderen. Dat heeft minister Sigrid Kaag (Ontwikkelingssamenwerking, D66) dinsdagavond gezegd in een overleg in de Tweede Kamer. Nu heeft de minister die macht nog niet. Het is volgens haar juridisch niet mogelijk om geld terug te halen bij Oxfam Novib na het schandaal in Haïti in 2011. Onlangs bleek dat medewerkers van de Britse tak van Oxfam na de aardbeving in Haïti seksfeesten hielden met prostituees, wat de aanleiding vormde voor het Kamerdebat.

Lees ook: Oxfam weet ophef niet te sussen

Kamerbreed was „met afschuw” kennisgenomen van dit nieuws. Ook Kaag zei „diep geschokt” te zijn. De minister noemde het „onbestaanbaar en onacceptabel” dat hulpverleners hun macht misbruiken. Maar veel antwoorden op alle vragen van de Kamer over de Oxfam-kwestie – wat wist het ministerie wanneer en hoe kon het dat er niet werd ingegrepen? – kon Kaag nog niet geven, omdat het onderzoek nog loopt. Over uiterlijk tien dagen krijgt de Kamer een brief, beloofde ze.

Eerder op de dag had Kaag een „meer dan twee uur” durend overleg gehad met de hulpsector. Nadat Oxfam in opspraak was geraakt, bleek seksueel misbruik in de hulpindustrie veel vaker voor te komen. „Het zijn geen incidenten”, zei VVD-Kamerlid Bente Becker, „dit is een morele crisis”. De VVD wil dat misstanden financieel bestraft worden, terwijl andere fracties, waaronder D66, waarschuwen dat de „allerarmsten en de allerzwaksten”, die de noodhulp hard nodig hebben, hierdoor getroffen worden.

Op de bijeenkomst van Kaag en de sector is afgesproken dat de organisaties „binnen vier tot zes weken” met een plan komen om te zorgen dat het risico op misstanden afneemt. Verder moeten er ruimere mogelijkheden zijn voor klokkenluiders om misdragingen te melden en daarnaast om instanties die zich eraan schuldig maken te bestraffen.

    • Barbara Rijlaarsdam