Een leraar heet ineens een coach

Japke-d. vraagt door Japke-d. Bouma presenteert de topvijf van onderwijsjargon. „‘De leerling centraal’. Als een school dát zegt, is er iets mis.”

Illustratie Tomas Schats

Als je érgens jargon en hypes kan bestuderen, dan is het wel in het onderwijs. Daar zijn ze tegenwoordig bezig met ‘leerrendement’, ‘zelfsturing’ en ‘eigenaarschap van het leerproces’ en wordt er ‘opbrengstgericht’ gewerkt met ‘leerarrangementen’ alsof leerlingen kantoortijgers zijn die lean en mean hun targets moeten halen.

Maar er zijn ook leerlingen die ‘opstromen’ of ‘afstromen’ – dat is dat ze een niveau hoger of lager naar school gaan. Alsof het zalmen zijn, schreef iemand op Twitter, die tegen de stroom in of met de stroom mee zwemmen. Ik denk overigens altijd aan leerlingen die door een rioolbuis geperst worden als ik het hoor.

Of wat dacht je van de term ‘flipped classroom’. Dat is geen „punkband uit eind jaren zeventig”, zoals iemand op Twitter dacht, maar dat leerlingen lesstof zelf moeten bestuderen en de tijd in de klas wordt gebruikt voor vragen.

Ik had het vorige week al over onderwijsjargon met ‘leraar van het jaar 2017’ Conrad Berghoef. Hij ergert zich er ook aan. Ik besprak met hem de tien hypes waar hij zich het meest aan ergert, maar we hadden zóveel te bespreken dat we alleen aan nummer tien tot en met zes toekwamen. Vandaag dus zijn top-5.

Op vijf heb je ‘stakeholders’ gezet. Ik schrijf zelf altijd ‘steakholders’ en dan hoop ik dat iemand mijn steak even wil vasthouden terwijl ik een biertje haal.

„Haha ja, een compleet overbodige term. Scholen bedoelen er belanghebbenden als ouders, leerlingen, docenten en stagebedrijven mee, maar als je ze zo gaat noemen, moet je voor je het weet ook een beleidsplan maken hoe je ze gaat „bedienen”, hoe je ze gaat „engagen” en hoe je ze gaat „positioneren in de regio”. Hou toch op, noem het gewoon ‘betrokkenen’.”

En zijn er dan ook kapot slechte scholen en moeten díe dan niet ook een bordje aan de gevel?

Op vier: ‘coach’. De nieuwe leraar?

„Sterker nog. Ik ken scholen waar alle leraren zijn afgeschaft en alleen nog maar coaches werken. Of erger nog: ‘procesbegeleiders’. Leraar is kennelijk een besmet woord geworden. Waarom? Ik zeg op verjaardagen graag dat ik leraar ben, ik ben trots op mijn vak. Coaches heb ik op mijn voetbalclub, hier op school wil ik leraren.”

Op drie: ‘de leerling centraal’.

„Vreselijk. Wat moet er ánders centraal staan in een school? De nieuwbouw, de roosters, de auto van de directeur? Wees dus op je hoede als een school zegt dat de leerling er centraal staat. Dan is er waarschijnlijk iets mis.”

Op twee: excellent onderwijs.

„Ook zo erg. Alles moet tegenwoordig excellent zijn in het onderwijs. Dat wordt ook beloond hè, de minister trekt het land door en deelt taarten uit voor ‘excellentie’.”

Ik wou dat ik vroeger excellent onderwijs gehad had.

„Nou, zo excellent is het allemaal niet hoor. Het is niet meer dan een pr-dingetje waarmee scholen zich profileren, een kunstmatig schild voor de buitenwacht, iets dat ze op hun website mogen zetten en op een bordje aan de gevel. Terwijl ik denk: is het écht zo excellent en blijf je dan altijd excellent? En zijn er dan ook kapotslechte scholen en moeten díe dan niet ook een bordje aan de gevel? Ik zou zeggen: laten we eerst eens proberen goed onderwijs te gaan leveren. Dan zien we daarna wel verder.”

En dan op één, tromgeroffel: ‘21st-century skills’. Wat is dat?

„Dat betekent dat scholieren in de 21ste eeuw hele andere kennis en vaardigheden nodig hebben dan die in de 20ste eeuw.”

Het klinkt als een soort Star Trek.

„Ha ja, cool hè? Maar het slaat nergens op. Want waarom zouden kinderen in de 21ste eeuw hele andere dingen moeten kunnen en weten dan kinderen in de 20ste eeuw? Het moeten toch nog steeds complete mensen worden? Ik vind het bovendien onverstandig dat er met die term zoveel nadruk gelegd wordt op ‘skills’, vaardigheden. Alsof parate kennis niet meer van belang zou zijn. Al die ‘skills’ worden bovendien bedacht door experts die hun onderwijs in de 20ste eeuw hebben gevolgd, dus voor hen waren die 20ste eeuwse vaardigheden blijkbaar wél genoeg. Ik zou dus zeggen: laat docenten zelf bepalen wat hun leerlingen nodig hebben.”

Ik hoor onderwijsvernieuwers ook wel eens zeggen dat parate kennis niet meer nodig is omdat je alles kan googlen op je laptop. Dan hebben ze het over ‘ontscholen’ en dat leerlingen zelfstandig moeten werken in een ‘leercentrum’.

„Volstrekte onzin. Parate kennis, overgedragen door een leraar, zal altijd nodig blijven. Hoe weet je anders wáár je moet googlen. En naar wát?”

Voel je jezelf wel eens een don quichot die vecht tegen alle onderwijsvernieuwing?

„Soms voel ik me wel zo. Er zijn veel mensen die vinden dat ik ouderwets ben en mee moet in alle vernieuwing. Aan de andere kant zie ik ook hoeveel reacties ik kreeg op mijn oproep om onderwijsergernissen te delen én zie ik hoe populair de serie De Luizenmoeder is die al die gekke modes op school op de hak neemt. Dus ik weet niet welke beweging gaat winnen. Ik hou je op de hoogte.”

Jeuktweets van de week