Column

Een genuanceerde blik op nepnieuws

Zap De NOS deed met een thema-uitzending een poging om de kijker ‘mediawijzer’ te maken. Wie de hashtag #nieuwsofnonsens intypte, kreeg het idee dat op NPO 2 de laatste resten van de Nederlandse democratie werden vernietigd.

Minister Ollongren in Nieuws of nonsens (NOS)

Je zou denken dat geen mens ertegen kan zijn: een thema-uitzending van anderhalf uur die gaat over het verschil tussen nieuws en nepnieuws (Nieuws of nonsens) en die aanwijzingen geeft om die twee uit elkaar te kunnen houden. Maar wie de door de NOS nadrukkelijk gedeelde hashtag #nieuwsofnonsens op Twitter intypte, kreeg het idee dat op NPO 2 de laatste resten van de Nederlandse democratie werden vernietigd.

Daar werd de NOS zelf de grootste verspreider van nepnieuws genoemd, werd gesuggereerd dat alles alleen maar diende om het referendum over de ‘sleepwet’ te beïnvloeden en luidde de conclusie: „Dit is echt gewoon angst aanpraten om vervolgens de EU meer bevoegdheden te kunnen geven.”

Ik zag het niet. Ik zag een programma waarin hoofdredacteur Bert Brussen van The Post Online even welwillend werd benaderd als minister Ollongren. Het scherpst was Nieuws of nonsens over het eerder door de minister aangeprezen bureau EU vs Disinfo.

Een korte reportage bracht de ‘specialisten’ in beeld die een stuk in De Gelderlander als ‘nepnieuws’ hadden gekwalificeerd. Ze bleken verbonden aan iets wat zich ‘Promote Ukraine’ noemde en stamelden enkele zinnen (in verstaanbaar Nederlands, dat wel) ter verdediging. Maar dat de door de Europese Unie betaalde ‘factcheckers’ broddelwerk hebben afgeleverd staat als een paal boven water. Gepruts, dat schadelijk is voor de gebrandmerkte publicaties, maar zeker voor het aanzien van de overheid.

Ollongren, die weet dat een Kamermeerderheid van het bureautje af wil, probeerde EU vs Disinfo zo zacht mogelijk te laten vallen. Misschien kan het een rol spelen in de gedachtevorming over hoe we moeten omgaan met trollen en nepnieuws, opperde ze – een late terugtocht.

Het volledige programma is hier te bekijken (begint op 2:08)

Nieuws of nonsens, uitgezonden vanuit de School voor de Journalistiek in Utrecht, was vooral informatief. Het toonde hoe echt nepnieuws kan lijken, hoe snel het zich (dankzij mens en robot) kan verspreiden en wat er inmiddels tegen wordt ondernomen. Wat dat laatste betreft: Google wilde wel komen praten, maar Facebook niet. In de reportage van correspondent Jeroen Wollaars bleef geen spaan heel van de Duitse Netzwerkdurchsetzungsgesetz, de wet die de verspreiding van nepnieuws moet tegengaan – die maakt dat bange bedrijven nu in het wilde weg berichten verwijderen.

De NOS zelf werd eenmaal onder de loep genomen, nadat een kijker appte over een item waarin ten onrechte werd gesuggereerd dat Vladimir Poetin een Britse verslaggever niet te woord had gestaan (terwijl hij pas bij de derde vraag was weggelopen). Wel een fout, maar geen nepnieuws, vond hoofdredacteur Marcel Gelauff van NOS Nieuws.

Daar vallen twee dingen over te zeggen. Allereerst dat het een beetje suf was dat Gelauff een half uur eerder toen presentator Rob Trip hem naar een fout vroeg, slechts een veertien jaar oud voorbeeld (de schuldvraag na de aanslagen in Madrid) paraat had.

Maar vooral dat zijn stelling dat dit ‘geen nepnieuws’ was, valt of staat met je geloof in de goede bedoelingen van de NOS. Want van de buitenkant zien zwakke journalistiek en bewuste manipulatie er vaak hetzelfde uit. Dat geloof kun je alleen bereiken door weinig fouten te maken en gemaakte fouten zonder omhaal te erkennen.

Of je kunt, zoals de NOS doet, anderhalf uur zendtijd besteden aan een genuanceerde poging om de Nederlandse burger een beetje ‘mediawijzer’ te maken. Met als enige nadeel dat ik nu nog steeds helemaal zelf moet bedenken wat ik bij het referendum van 21 maart ga stemmen.