De kiezer binnen de ring bepaalt het stadsbestuur

Amsterdam Waar verover je de macht in Amsterdam? Partijen weten precies waar hun electoraat zit, en waar winst te halen valt. Tegelijk treedt vervlakking op: straks zitten vier of vijf partijen extra in de raad.

In het centrum van Amsterdam zijn D66, GroenLinks en de VVD de drie grootste partijen. Foto Dingena Mol/Hollandse Hoogte

Kijk naar de uitslagenkaart van de jongste Kamerverkiezingen en je ziet hoe Amsterdam in elkaar zit. De groene bol in het midden en de veelkleurige cirkel eromheen – twee werelden. En de kans is groot, zeggen politici en politieke waarnemers, dat de kaart er na 21 maart niet zo anders uitziet.

De groene bollen in de binnenstad zijn D66 (donker) en GroenLinks (licht). Zij domineren het gebied binnen, ruwweg, de ring A10. De donkerblauwe bollen in het zuiden: VVD. Elke bol is een stembureau, gekleurd naar de partij die er de grootste werd bij de Kamerverkiezingen van vorig jaar. Buiten de ring zie je de gele bollen van Denk in stadsdeel Nieuw-West, de oranje bollen van Artikel 1 (nu Bij1) in Zuidoost (en daar in de buurt ook de laatste vijf rode bolletjes van de PvdA) en in Noord de lichtblauwe PVV. En let op die lichtgroene bolletjes aan de onderste rand van Noord, zegt Jeroen Slot, van het gemeentelijke bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek, maker van deze kaart: „Dat zijn de kolonisten: GroenLinks-stemmers.”

Dezelfde vlakverdeling zie je terug op thematische kaarten over de waarde van koophuizen (hoog binnen, laag buiten de ring), over de hoogte van het inkomen per huishouden (hoog binnen, laag buiten), over de vertegenwoordiging van (kinderen van) migranten in de stad (hoog buiten, laag binnen).

De vraag is: wat betekent deze uitslagenkaart voor de partijen die meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen? Waar wordt de slag om de kiezer het hardst uitgevochten? Waar wordt de macht in de hoofdstad veroverd? Campagneteams van drie partijen wegen het Amsterdamse electoraat.

„Wij vinden de tweedeling in de stad verschrikkelijk”, zegt Bas Torenvliet van het ‘TechTeam’ van de lokale PvdA. „Maar je ziet haar heel duidelijk in 2017.”

Marijn Bosman, campagneleider van D66, laat een sheet zien uit haar powerpoint voor het campagneteam: dezelfde kaart, met de woorden ‘Opdracht: inclusieve stad’ erboven. „Ik vertel onze vrijwilligers dat D66 in stembureaus in werkelijk de hele stad kiezers heeft”, zegt ze.

Lees ook: Al dat participeren van burgers, hoe gaat dat?

In het hoofdkwartier van GroenLinks hangen kaarten met in groene kleur het potentieel van de partij: buurten waar stemgerechtigden wonen die in 2014 of 2017 GroenLinks stemden, PvdA of D66. In Nieuw-West is geen GroenLinks-potentieel te zien. Hoe komt dat? „De Denk-stemmer is sociaal-economisch gezien wel links, maar cultureel conservatief”, zegt campagneleider Yvette Hofman.

Witte huishoudens met kinderen

Volgens PvdA’er Torenvliet is de campagnestrategie binnen en buiten de ring verschillend. Erbinnen is de opkomst hoog. „Daar telt elke stem die je haalt dubbel: eentje voor de PvdA erbij, is er eentje minder voor onze directe tegenstanders.” Onderzoeker Jeroen Slot zag hoe D66 in 2014 extra groot werd door een sterkere opkomst binnen de ring. „Witte huishoudens met kinderen hebben D66 toen een boost gegeven.”

Buiten de ring, zeggen de drie partijen, is hun campagne gericht op verhoging van de opkomst. In Zuidoost stemde bij de raadsverkiezingen van 2014 maar 38,3 procent. Savannah Koolen ging voor GroenLinks langs de deuren. „Mensen leken wel verbaasd dat iemand de moeite nam hen te benaderen. De meeste partijen laten dat stadsdeel links liggen.”

Is dat zo? De PvdA organiseerde een van haar ‘buurtbivaks’ vlak bij metrostation Ganzenhoef. D66’ers vertellen steeds over Heesterveld, ooit een van de beruchte plekken in de H-buurt. Nu heet het een broedplaats, met een „creative community” en een „positieve uitstraling”.

De lage opkomst buiten de ring betekent dat inspanningen daar voor partijen minder lonen. „De opkomst bepaalt het gewicht van de kiezers”, zegt onderzoeker Jeroen Slot. Dat betekent dat Amsterdammers die buiten de ring wonen een minder zwaar stempel op de uitslag drukken, en dus de komende vier jaar in mindere mate deel hebben aan de macht in de stad. Slot: „Binnen de ring wordt in belangrijke mate bepaald hoe het volgende stadsbestuur eruitziet.”

Dat effect wordt versterkt door de stellingname van de grootste partijen ten opzichte van nieuwkomers die vooral buiten de ring kiezers trekken. Forum voor Democratie (FvD) voert onder leiding van Annabel Nanninga intensief campagne in Noord – kansrijk aangezien de PVV in Amsterdam niet meedoet. Dan zouden alle blauwe bolletjes daar kunnen overgaan van PVV naar FvD.

D66, PvdA, GroenLinks hebben al laten weten niet met FvD te willen samenwerken in een nieuw stadsbestuur. GroenLinks-leider Rutger Groot Wassink zegt dat hij zich ook geen samenwerking met Denk kan voorstellen, de partij die bij de verkiezingen van 2017 de grootste werd in Nieuw West. „Hoe sympathiek ik de Amsterdamse lijsttrekker ook vind, de opstelling van de landelijke kopstukken tegenover mijn partijgenoten van Turkse komaf is een onoverkomelijke hindernis.” In Zuidoost kan Bij1, de partij van Sylvana Simons, genoeg stemmen voor twee zetels halen, is de verwachting.

Systeempartijen kalven af

Daarmee lijkt de kans dat de nieuwkomers deelnemen aan het stadsbestuur heel klein. En dat betekent weer dat het ideaal van de ‘inclusieve stad’ verder uit zicht verdwijnt, of afhankelijk wordt van de onbaatzuchtigheid van stemmers op de grootste partijen – in meerderheid binnen de ring – ten gunste van Amsterdammers buiten de ring. Marijn Bosman vindt dat een eigenschap van de D66-kiezer. „Die denkt niet alleen: als het in míjn buurt maar goed geregeld is.”

Bij GroenLinks vermoeden ze dat D66 met deze kaart in het achterhoofd inzet op de ‘zwaarste’ delen van de stad. „Ik kan met de hand op het hart zeggen dat het niet zo is”, zegt Marijn Bosman. „Het zou toch ongeloofwaardig zijn als wij een verhaal ophangen over de ongedeelde stad en alleen in Zuid campagne voeren?”

Zuid is het ‘zwaarste’ stadsdeel: veel inwoners, hoge opkomst. Vanouds is het een VVD-bolwerk, maar „de drie systeempartijen kalven af”, zoals onderzoeker Slot zegt. Hij let daarbij vooral op de verkiezingen voor het Europees Parlement: daar is de opkomst zo laag, dat vooral de trouwe kiezers opkomen. In drie verkiezingen tussen 2004 en 2014 zie je het CDA zakken van 7,5, naar 5, naar 4 procent. De PvdA gaat van 28 naar 14 procent (en naar 8,3 procent bij de laatste Kamerverkiezingen). „Je kunt erop wachten dat ook de VVD een keer een klap krijgt”, zegt Slot. Die partij zakte in tien jaar Europese verkiezingen van 11 naar 9,5 procent.

Zodoende vlakt het hele politieke landschap in Amsterdam af. Na de volgende verkiezingen kunnen er zomaar vier of vijf nieuwe partijen in de raad bij komen. „Maar die toetreders mobiliseren geen nieuwe kiezers”, zegt Slot. „De partijen snoepen de kiezers van elkaar af.”

Slot werpt een mogelijkheid uit vroeger tijden op: het afspiegelingscollege, waarbij alle fracties van enige omvang in de raad zijn vertegenwoordigd in het stadsbestuur. Hij wijst op de verwachte grafiek van de uitslag: een brede vlakte met lage heuveltjes. D66 en GroenLinks gaan in alle peilingen op kop, met acht, hooguit tien zetels voor de grootste. D66 heeft er nu veertien. „D66 en GroenLinks trekken kiezers met een heel specifiek profiel, dat zijn geen brede volkspartijen”, zegt Slot. „Misschien is dat relevant bij de vorming van een nieuw college.”

    • Bas Blokker