De burgemeester heeft behoefte aan een stok achter de deur

Integriteit De raad van Brunssum debatteert deze dinsdag over de nasleep van de kwestie-Palmen. Wat moet een burgemeester kunnen doen als een omstreden benoeming dreigt?

Minister Ollongren bezoekt maandag Parkstad Limburg, waar ook Brunssum deel van uitmaakt. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Moet een burgemeester kunnen ingrijpen als de integriteit van het bestuur in het geding is? Die vraag is actueel sinds burgemeester Luc Winants van Brunssum in december aftrad nadat de gemeenteraad had geweigerd de benoeming van Jo Palmen als wethouder te blokkeren. Palmen vormde volgens Winants een integriteitsrisico door een slepend grondconflict tussen hem en de gemeente, en om zijn ruwe omgangsvormen. Geef mij als burgemeester de middelen om in dit soort gevallen in te grijpen, luidde Winants’ noodkreet, gericht aan Den Haag.

Ingrijpen kan een burgemeester nu namelijk niet. Hij „bevordert de bestuurlijke integriteit”, stelt de Gemeentewet, maar de benoeming van wethouders is een exclusieve bevoegdheid van de raad. Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) komt nog voor de raadsverkiezingen met maatregelen die de burgemeester of commissaris van de koning op dit terrein meer macht geven.

Winants kreeg onlangs een tik op de vingers van de hoogleraren Douwe Jan Elzinga en Arno Korsten, die constateerden dat een onderzoek naar Jo Palmen „ondeugdelijk” was. De discussie over integriteit ging in Brunssum te veel over moraal of fatsoen, licht Elzinga toe. Zo staat Palmen bekend om zijn soms grove taalgebruik. „Veel mensen vinden Palmen een onfatsoenlijke meneer, maar als je dan geen wethouder meer kunt worden, kom je snel op een hellend vlak”, zegt Elzinga.

Lees ook: Het bevlekte blazoen van Brunssum, een achtergrondverhaal over de bestuurscultuur van Brunssum en de rol van Jo Palmen daarin.

De gemeenteraad van Brunssum debatteert deze dinsdag over het rapport van Elzinga en Korsten. Zij bevelen de Haagse politiek aan om een procedure op te zetten waarbij de burgemeester en de raad samen een integriteitsonderzoek doen. Alleen „in uiterste gevallen” zou de burgemeester daarna de minister van Binnenlandse Zaken moeten kunnen vragen een benoeming te blokkeren. Elzinga geeft als voorbeeld „dat iemand evident corrupt is of met het strafrecht in aanraking is geweest”.

In de Tweede Kamer wordt met belangstelling op de voorstellen van Ollongren gewacht. CDA-Kamerlid Harry van der Molen voelt wel voor een verplichte screening van kandidaat-wethouders en een rol voor de burgemeester, als hoeder van de integriteit. SP-Kamerlid Ronald van Raak denkt eerder aan een rol voor de commissaris van de koning. „Als burgemeester moet je boven de partijen staan, dat werkt niet als je dan zelf tegelijk scheidsrechter bent.”

Dat probleem ziet ook VVD’er Albert van den Bosch, die zelf bijna dertien jaar burgemeester van Zaltbommel was. „Mijn griffier waarschuwde me altijd: je kan er als burgemeester scherp op gaan zitten, maar je hebt uiteindelijk niks te zeggen.” Volgens Van den Bosch zou een burgemeester zijn eigen wethouders moeten kunnen benoemen als je hem bevoegdheden op het gebied van integriteit geeft.

‘Stok achter de deur’

Johan Remkes, commissaris van de koning in Noord-Holland, erkent dat ingrijpen door de minister vergaand is en noemt het daarom een ultiem, maar noodzakelijk middel. „Een stok achter de deur, met de bedoeling die zo weinig mogelijk te gebruiken”, aldus Remkes. Hij pleitte eerder ook voor de mogelijkheid van het schorsen van raads- of Statenleden als zij betrokken zijn bij zaken als drugsgerelateerde criminaliteit.

SP’er Van Raak vindt dat je alleen aan de positie van gekozen volksvertegenwoordigers moet komen „als het héél erg nodig is”. Van den Bosch (VVD): „Hoe kan je mensen wegsturen die zijn gekozen door de kiezer? Dat kan eigenlijk alleen de kiezer.”