Recensie

Crowdsurfen op een dwarsfluitsolo bij King Gizzard

Pop

King Gizzard zet in een uitverkocht Paradiso Amsterdam de vaart erin met muziek als een trein. Het werd een vreugdevolle heksenketel met hier en daar een blauwe plek.

Stu Mackenzie van King Gizzard & The Lizard Wizard tijdens een optreden in Lissabon in 2015. Foto Manuel de Almeida

Wanneer zanger Stu Mackenzie de dwarsfluit aan zijn lippen zet lijkt zijn band King Gizzard & The Lizard Wizard precies op een progressieve rockband uit de jaren zeventig, type Supersister of Caravan. Het publiek dat maandag naar de eerste van hun twee uitverkochte Paradisoconcerten was gekomen, had geen last van nostalgie. Ze kwamen om te moshen, te crowdsurfen of gewoon wild te dansen op een band die zowel hippie-ouderwets als helemaal van nu is.

De Australiërs zijn anders dan gewone rockbands, met twee naar elkaar toe gerichte drummers die elkaar tot grote hoogte stuwen en een creatieve drive die in 2017 maar liefst vijf albums met nieuw repertoire opleverde.

Elektrische lading

Vanaf de eerste noot had King Gizzard de vaart erin, met een ritme als een trein en muziek die als een elektrische lading door de zaal ging. De motorische beat van ‘Rattlesnake’ en stuwende songs als ‘Nuclear Fusion’ en ‘The Lord of Lightning’ vonden hun plek in een praktisch ononderbroken marathon van hoogenergetische muziek.

Extra dynamisch klonk de band uit Melbourne in het nummer ‘Robot Stop’ dat na een beheerst intro met elektronische geluidsflarden tot een agressieve, metal-achtige ontlading werd gebracht. Het publiek was niet te houden. Op zeker moment waren er wel zes crowdsurfers tegelijk in de lucht die dreigden met elkaar in botsing te komen. Het bleef bij een vreugdevolle heksenketel met hier en daar een blauwe plek.

Na anderhalf uur was iedereen moe gestreden en nam de band afscheid met ‘Beginners Luck’, het meest ingetogen liedje op een avond die stevig doordenderde. „Fijn,” had MacKenzie verzucht na de fluitsolo van ‘Welcome to an Altered Future’, „morgen mogen we hier weer spelen.” Het enthousiasme droop er van af, in de zaal en op het podium.