Brits onderzoek

Test op prostaatkanker redt geen levens

Dat komt uit onderzoek onder ruim 400.000 Britten, het grootste ooit gedaan, naar de omstreden PSA-test op prostaatkanker.

Mannen van tegen de zestig die zich op prostaatkanker lieten testen, leven daardoor niet langer vergeleken met mannen die de test niet lieten doen. Dat is de stand tien jaar nadat de test is afgenomen. Wel zijn er dan méér prostaatkankerpatiënten onder de geteste mannen.

Dat komt uit onderzoek onder ruim 400.000 Britten, het grootste ooit gedaan, naar de omstreden PSA-test op prostaatkanker, woensdag gepubliceerd in JAMA.

De PSA-test is een eenvoudige bloedtest die in de jaren negentig in de mode kwam. De test geeft als uitslag hoogstens een verhoogde kans op prostaatkanker, waarna verder onderzoek voor de hand ligt. Bijvoorbeeld door stukjes weefsel uit de prostaat te prikken.

De prostaat is een klier bij de uitgang van de blaas die een deel van het zaadlozingsvocht produceert. Prostaatkanker is de meest voorkomende kanker bij mannen, met in 2017 in Nederland 11.700 nieuwe patiënten, vooral 60-plussers. Er overleden 2.800 mannen aan prostaatkanker. Dit betekent dat er meer mannen mét dan áán prostaatkanker overlijden.

Dat relatief goede nieuws is het onderliggende probleem van de PSA-test: veel tumoren die bij die test aan het licht komen zullen nooit veel last (of de dood) veroorzaken. Maar als patiënten zich laten behandelen zijn er vaak vervelende bijwerkingen als incontinentie en impotentie.

De PSA-test is nooit aangeboden als screeningsmethode. Maar als mannen er om vragen moeten ze hem kunnen krijgen, na goed te zijn geïnformeerd, zeggen de richtlijnen in veel landen. Die informatie moet na dit onderzoek worden bijgesteld, schrijft een commentator in JAMA.