Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Zo werkt de wet van de groeiende woede

Politiek is voortaan woede vergroten, zei de Italiaanse schrijver Paolo Di Paolo zaterdag in NRC. Goed gezien. We hebben het hier ook. Over een paar weken zijn er gemeenteraadsverkiezingen, en ontstellend veel aandacht gaat naar D66 en Forum voor Democratie, de vierde en dertiende partij van het land, alleen omdat zij bereid zijn voortdurend woedend op elkaar te zijn.

De tijd dat politici vooral woede wilden temperen, van burgers en van elkaar, ligt blijkbaar achter ons.

Een van de gevolgen is dat ook burgers voortaan uitstekend weten dat je pas gehoord wordt als je woedend doet. Als die demonstranten bij de Oostvaardersplassen op hun spandoek hadden gezet dat ze het ‘niet leuk’ vinden dat de dieren er niet gevoerd werden, was niet de storm opgestoken die nu opstak.

Woede is dus ook een voorwaarde voor aandacht geworden. Daarmee is niet alle woede gerelativeerd. Groningers die woedend zijn over aardbevingen kun je alleen gelijk geven. Mensen die boos zijn omdat een kinderfeestje met cowboykostuums cultureel incorrect zou zijn, kan ik ook begrijpen. Zo zijn er genoeg voorbeelden.

Evengoed lopen we het gevaar dat we onszelf, als land, voortdurend woede aanpraten. Een jaar terug hadden we een verkiezingscampagne waarin het leek alsof alle schappelijkheid was verdwenen. Precies daar zag je hoe vertekenend de wet van de groeiende woede is: 80 procent van de bevolking koos voor een partij die geen woede bracht.

Vaak wordt gezegd: de samenleving moet woedende burgers niet afwijzen maar de oorzaak van hun woede aanwenden: hun betrokkenheid. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gaf maandagavond een sympathieke essaybundel van die strekking uit. Elke politicoloog kan je vertellen dat er één manier is om problemen met de democratie op te lossen: meer democratie. Dan kom je terecht bij meer meepraten en meebeslissen. Het goede achter de woede zoeken.

Ik snap de bedoeling, maar ik weet het niet. Die woedende ‘dierenvrienden’ bij de Oostvaardersplassen negeerden zelfs adviezen van de Dierenbescherming en de Partij voor de Dieren.

Het lijkt me van groter belang dat mensen, alle mensen, accepteren dat ze niet overal verstand van hebben: ook woedende mensen kunnen domweg ongelijk hebben.

Maar het begint bij politici. Als zij voortdurend woede op elkaar communiceren voor wat stemmen, legitimeren ze burgers hetzelfde na te streven. Dan stimuleren ze dat steeds meer mensen woedend doen - niet omdat ze het zijn, maar omdat het werkt.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.
    • Tom-Jan Meeus