Vorige maand duizend dode grazers in Flevoland

Oostvaardersplassen Oorzaak van de sterfte onder de grote grazers zijn kou en voedselgebrek.

Demonstranten tegen dierenleed legden afgelopen zondag kadavers van herten voor een gebouw van Staatsbosbeheer. Foto Bram Petraeus

Opnieuw zijn er afgelopen maand veel dieren gestorven in de Oostvaardersplassen. In februari kwamen 1.062 grote grazers om, meldt Staatsbosbeheer; 94 procent van de verzwakte dieren werd afgeschoten.

De sterfte is groter dan in de twee maanden december en januari samen; toen stierven 693 edelherten, heckrunderen en konikpaarden. Het totaal aantal omgekomen dieren komt deze winter op 1.755. Dat is relatief veel op een populatie van ongeveer vijfduizend dieren, zoals die in november werden geteld. Toch zijn dergelijke verminderingen van de populaties niet uitzonderlijk voor in het wild levende dieren, aldus een woordvoerder van Staatsbosbeheer.

Ter vergelijking: vorig jaar stierven in de periode december-april 813 dieren. In de winter van 2012-2013 stierven in dezelfde periode eveneens veel dieren: 1.680. En ook in de winter van 2015-2016 kwamen veel dieren om in de Oostvaardersplassen; 1.613.

Kou en voedselgebrek

Oorzaak van de sterfte zijn kou en voedselgebrek. Opnieuw is dit jaar de discussie ontbrand over het beheer van het natuurgebied tussen Almere en Lelystad, waar dieren in relatieve vrijheid zonder jacht leven. Zondag waren er demonstraties bij het natuurgebied. Veel mensen vinden de sterfte zielig. De provincie Flevoland, sinds enkele jaren verantwoordelijk voor het beheer, besloot vorige week de dieren te laten bijvoeren, wat volgens ecologen weinig zin heeft en de voortplanting en de spijsvertering in de war zou sturen.

Lees een reportage over het protest van afgelopen zondag

Staatsbosbeheer voert sinds een aantal jaren een „vroeg-reactief beheer”; de conditie van de dieren wordt vrijwel continu in de gaten gehouden en dieren waarvan wordt verwacht dat zij de winter niet zullen overleven, worden afgeschoten. Dat is wezenlijk anders dan in natuurgebieden als de Veluwe, waar jaarlijks vaste aantallen wild worden geschoten. Een internationale commissie adviseerde jaren geleden de dieren in de Oostvaardersplassen voor mogelijk lijden te behoeden en te streven naar 90 procent afschot.

Moerasachtig

Dat percentage haalt Staatsbosbeheer al jaren, meldt een woordvoerder, al schommelt het weleens tussen 98 procent (in december en januari) en 94 procent (februari). In februari was het volgens Staatsbosbeheer moeilijk sommige verzwakte dieren af te schieten doordat ze in het moerasachtige, bevroren en lastig bereikbare deel van de Oostvaardersplassen verbleven. Het afschotpercentage was deze winter gemiddeld 95 procent.

Bezoekers zien regelmatig kadavers in het gebied liggen; deze afgeschoten dieren worden niet afgevoerd, en dienen als voedsel voor andere dieren, zoals vos en insecten. Een deel van de afgeschoten edelherten wordt wél afgevoerd, de geschoten heckrunderen en konikpaarden worden zo veel mogelijk afgevoerd.

Er zijn de afgelopen winter 1.478 edelherten gestorven, 26 runderen en 251 paarden.