Strijd om Noord-Syrische enclave

Turkse luchtmacht doodt 36 strijders van de militie die namens president Assad naar Afrin was gestuurd

Turkse luchtaanvallen op de Noord-Syrische enclave Afrin hebben zaterdag aan zeker 36 strijders die loyaal zijn aan het regime van president Assad het leven gekost. Dat meldt het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten. Volgens het Observatorium was het de derde keer in 48 uur dat de Turkse luchtmacht bombardementen uitvoerde op regeringsgezinde troepen in Afrin. Donderdag vielen daarbij 14 doden en vrijdag 4 doden. De strijders van een regeringsgezinde militie zijn naar Afrin gestuurd om de Koerdische militie YPG te helpen bij de gevechten tegen het Turkse leger. Het regime heeft fel gereageerd op de „schaamteloze aanval” op zijn soevereiniteit. Rusland, Assads belangrijkste bondgenoot, controleert het luchtruim boven Afrin. De Turkse luchtaanvallen waren voor Moskou echter geen aanleiding het luchtruim te sluiten. Turkse troepen veroverden zaterdag Rajo, een stadje van een paar duizend inwoners in het westen, en een strategische berg in het noordoosten van de enclave. Daarmee zouden de Turken zo’n 20 procent van Afrin controleren. Donderdag kwamen acht Turkse militairen om het leven.