Stef Blok, de vaste flexkracht van het kabinet

Oud-VVD fractievoorzitter en minister Stef Blok keert terug in Rutte III als minister van Buitenlandse Zaken. Degelijkheid, onzichtbaarheid en saaiheid kenmerken zijn publieke optredens.

Stef Blok als minister voor Wonen en Rijksdienst in de Tweede Kamer. ANP JERRY LAMPEN Foto ANP/ Jerry Lampen

Toen Stef Blok afgelopen najaar wist dat hij na bijna twintig jaar het Binnenhof zou gaan verlaten, begon hij opeens te praten. Niet over de grote geheimen van het kabinet Rutte II (2012-2017), dat hij als onderhandelaar naast Mark Rutte gesmeed had en waarin hij minister voor Wonen en minister van Veiligheid en Justitie was geweest. Ook niet over de sensationele periode van Rutte I (2010-2012), waarin hij als fractievoorzitter van de VVD de gedoogsteun van de PVV en premier Rutte heel moest houden. Maar wel over zichzelf.

Blok, „het verborgen juweel” van Rutte II (dixit PvdA collega-minister Ronald Plasterk), keek met voor hem karakteristieke zelfspot en relativeringsvermogen terug op zijn tijd als politicus. Wie de afscheidsinterviews met hem nu terugziet, kan daarin een voorspelling lezen van wat zich deze week afspeelt: op het moment dat een VVD-bewindspersoon door een stommiteit tot aftreden is gedwongen, keert Stef Blok (53) terug naar Den Haag.

Blok was, zo zei hij in radioprogramma Met het Oog op Morgen, „de vaste flexkracht van het kabinet” en, zoals dat in de politiek heet „a safe pair of hands”.

Die ervaring en betrouwbaarheid is precies wat Mark Rutte nodig heeft. Al binnen een paar maanden na de beëdiging van zijn derde kabinet verloor hij een minister uit eigen stal: Halbe Zijlstra. Diens positie was in februari onhoudbaar geworden nadat hij had moeten toegeven dat hij een anekdote over zijn aanwezigheid in het buitenhuis van Poetin had verzonnen.

Geen diplomatiek talent

Dergelijk gepoch is van Blok niet te verwachten. Hij opereert het liefst geruisloos op de achtergrond en haalt zo min mogelijk het nieuws. Degelijkheid, onzichtbaarheid en saaiheid kenmerken zijn publieke optredens. Blok is, vrij uniek voor een VVD’er, nooit in grote politieke problemen gekomen.

Maar verder lijken Zijlstra en Blok politiek op elkaar. De één stond Rutte bij tijdens de formatieonderhandelingen van 2017, de ander deed dat in 2012. Blok ging Zijlstra ook voor als fractievoorzitter. Ze zitten op de rechterflank van de VVD, zijn ervaren, al jaren uiterst loyaal aan Rutte en staan niet bekend om hun diplomatieke talent. Bij een bezoek aan Curaçao in 2011 opperde Blok bij lokale politici dat ze als ze ontevreden waren met hun eiland uit het koninkrijk kon stappen.

Meer dan Zijlstra is Blok, dankzij Rutte II, een bekwaam bestuurder. Hij was als minister voor Wonen in 2013 de eerste bewindspersoon die werd geconfronteerd met het feit dat de coalitie van VVD en PvdA geen meerderheid had in de senaat en sloot het eerste van verschillende akkoorden met D66, ChristenUnie en SGP die het kabinet overeind hielden. Partijen waar hij ook nu weer mee zal samenwerken.

Als minister van Buitenlandse Zaken moet Blok vooral op reis, het Nederlandse belang over de grenzen behartigen. Dat was de voornaamste reden dat er in zijn omgeving de afgelopen weken nog werd getwijfeld aan zijn benoeming. „Stef houdt niet van reizen en niet van gewichtigdoenerij. En daar bestaat die baan uit”, zei iemand die hem goed kent tegen NRC.

Blok zelf was helemaal niet van plan om terug te keren, vertelde hij eind vorig jaar, ook niet als de VVD opnieuw een beroep op hem zou doen. Hij ging in Enkhuizen de tuin van de bed and breakfast van zijn vrouw onderhouden en een baan zoeken „tussen bedrijfsleven en overheid in”. Hij was sinds kort toezichthouder op accreditatie van keurmerken.

Bloks Haagse missie was geslaagd. Hij was van 1998 tot 2012 Kamerlid geweest en hij had als bewindspersoon „een heel ministerie doen verdwijnen” – in Rutte III is Wonen ondergebracht bij de minister van Binnenlandse Zaken. Op het ministerie van Veiligheid en Justitie, het departement dat hij erfde toen Ard van der Steur begin 2017 moest aftreden, heeft hij na opeenvolgende affaires de rust teruggebracht. En ook dat ministerie verdween, althans in naam: tegenwoordig heet het Justitie en Veiligheid.

Geen gedroomde comeback

Dergelijke radicale veranderingen zijn bij Buitenlandse Zaken niet te verwachten. In Europa moet hij de federaliseringsdrang van Frankrijk en Duitsland temperen en de beste Brexit-deal voor Nederland onderhandelen. In New York zit Nederland dit jaar in de VN-Veiligheidsraad en moet hij een omgangsvorm vinden met de Russen, mede met het oog op vervolging van de verdachten van het neerhalen van MH17. Wat betreft Rusland moet hij ook de imagoschade herstellen die de Poetin-leugen van Zijlstra heeft veroorzaakt.

BuZa is niet Bloks gedroomde comeback. Als hij nog ergens voor te porren zou zijn, was het Financiën geweest, zei hij vorig jaar. Liever de strenge boekhouder dan de wereldreiziger. Dat hij nu toch weer aantreedt is omdat Rutte „een dringend beroep” op hem heeft gedaan, zei Blok maandagmiddag na een bezoek aan het Torentje. Dat wilde hij niet „ijzerenheinig” afwijzen omdat hij eerder had gezegd niet terug te keren. „Het aantal mensen met kabinetservaring is overzichtelijk”, constateerde hij.

Het wordt de VVD, Rutte voorop, kwalijk genomen dat de partij er niet in slaagde een vrouwelijke minister te vinden. Blok zelf zei over sekseverschillen tegen de Volkskrant , in een van zijn persoonlijke afscheidsinterviews, dat hij als liberaal niet gelooft in „ordening van bovenaf”, maar dat hij een uitzondering maakt voor het stimuleren van vrouwen in topposities om de pragmatische reden dat „vrouwelijk potentieel onbenut blijft” en „gemengde teams beter functioneren”.

Een uitspraak uit dat interview die de meeste aandacht kreeg was er één van onblokkiaanse openhartigheid, maar typische onhandigheid: „Vrouwen brengen een zekere irrationaliteit met zich mee, die iemand zoals ik, die erg in zijn hoofd zit, goed doet,” zei hij.