Ontbijten voor 1,50 euro, dineren voor 4 euro

Daar heb je Rabia Nouhi-Nnouh, 48 jaar en moeder van zes kinderen, de jongste is 12. Ze kwam op haar tiende naar Nederland en was na het vmbo graag bij de politie gaan werken, als haar vader het haar niet verboden had. Bejaarden verzorgen mocht ze wel, tot ze trouwde met een neef uit Marokko. „En toen bleef ik thuis.”

We zijn in het restaurant van Buurthuis ONS in de wijk Geeren-Zuid, Breda-Noord. Ontbijten voor 1,50 euro, dineren voor 4 euro, iedere dag wat anders. Afrikaans, Antilliaans, Marokkaans. Turks, Syrisch, Hollands. Rabia Nouhi-Nnouh doet het regelwerk, betaald. „Mijn man werd werkloos”, zegt ze. „En mijn kansen op de arbeidsmarkt waren beter omdat ik goed Nederlands spreek.” Het hele gezin stond te juichen toen ze deze baan kreeg.

Zaal huren in het buurthuis? Moet je ook bij haar zijn. Vergaderen met catering? Kookworkshop organiseren? Rabia Nouhi-Nnouh. ONS is namelijk niet alleen een buurthuis waar wekelijks 1.300 buurtbewoners over de vloer komen (clubs, taallessen, kinderactiviteiten), maar ook een bedrijf waar geld moet worden verdiend. Nou ja, bedrijf, bedrijf. Op de markt van vraag en aanbod zou het zich niet staande kunnen houden. Er zit een woningcorporatie achter die een deel van het gebouw ter beschikking stelt. Er is subsidie voor mensen met een uitkering die hier werkervaring opdoen. En een deel van het werk wordt gedaan door stagiairs. Of door vrijwilligers die om wat voor reden dan ook geen normale baan kunnen krijgen.

Het begon in 2013 met vrouwen uit Geeren-Zuid die een buurtrestaurant wilden openen, Nouhi-Nnouh was een van hen. Geeren-Zuid: laagbouw uit de jaren 60, hoogbouw uit de jaren 70. Het idee was dat de woningcorporatie hen op weg zou helpen en dat ze het daarna zelf zouden gaan doen. Een coöperatie van buurtbewoners voor buurtbewoners. Dat bleek niet te werken. Regels toepassen, continuïteit bewaken, dat kan niet iedereen. Dus de drie vrouwen die namens de woningcorporatie de ondersteuning deden, zijn gebleven en noemen zich nu sociale ondernemers. Ze worden betaald uit de omzet. Ze hebben de helft van de zeggenschap, buurtbewoners de andere helft.

En kijk, nu is er ook een stadslandbouwbedrijf waar groenten worden gekweekt. Er is een beautysalon en een winkel voor tweedehands vrouwenkleren. Er is een schoonmaakbedrijf dat Mevrouw de Wit heet en waar particulieren een schoonmaakster kunnen huren voor 15 euro per uur, inclusief belasting. Er is een naaiatelier waar wollen kussens voor de Bijenkorf worden gemaakt en babykleertjes voor een winkel in Breda. Daar werkt een Syriër die in Aleppo een gordijnenbedrijf had en een Afghaan die altijd al kleermaker is geweest.

Ludovica Ivaldi uit Genua werkt er ook. Ze is 28 en woont sinds vijf maanden in Nederland, haar vriend werkt in de Rotterdamse haven. In Italië naaide ze kleding voor Max Mara, hier doet ze naast het naaiwerk de begeleiding van stagiairs en vrijwilligers, ook betaald. Ze zou zo elders een baan kunnen vinden, maar dit vindt ze leuker.