‘Nationalisme is als een vlam die nooit helemaal dooft’

Fernando Aramburu

Met zijn bestseller Patria schreef Fernando Aramburu ‘de literaire nederlaag van ETA’. „De Spanjaard hangt nogal aan zijn eigen dorp, en vecht graag met het dorp verderop.”

Fernando Aramburu Foto Iván Giménez Tusquets Editores

Ruim een half miljoen exemplaren zijn inmiddels verkocht van Patria, de roman die in 2017 nagenoeg alle grote literaire prijzen van Spanje binnensleepte. Maar niet in Hernani, het fel nationalistische Baskische dorp waar de bestseller over de decennialange terreur van afscheidingsbeweging ETA op gebaseerd is. In Elkar, een boekhandel in de hoofdstraat van Hernani, staat het boek van Fernando Aramburu wel in de kast. Maar het wordt „niet veel verkocht”, bromt de eigenaar als hem naar de populariteit van Patria wordt gevraagd. Nukkig: „Niet in dit dorp.”

Fernando Aramburu moet lachen als hij dit hoort. „Mij is verteld dat mijn boek wel degelijk goed gelezen wordt in Hernani. Maar dat inwoners het liever hier in de stad kopen en dan stiekem mee terugnemen naar het dorp”, vertelt hij tijdens een interview in een hotel met uitzicht op La Concha, het schelpvormige stadsstrand van San Sebastián. ,,Maar het valt me al reuze mee dat het überhaupt in Hernani te koop is.”

In Patria, dat deze dinsdag als Vaderland in Nederlandse vertaling verschijnt, schetst Aramburu een indringend beeld van het Baskisch conflict. Hij beschrijft hoe vriendschappen, families en een dorp verscheurd worden door de bomaanslagen, moorden en afpersingspraktijken van de ETA. Hoe tijdens de polariserende nationalistische strijd voor afscheiding van Spanje iedere Bask gedwongen werd om kant te kiezen.

En hoe – ook nu ETA’s gewapende strijd doodgebloed is – de regio worstelt met verzoening. Aramburu: „Slachtoffers en daders kunnen inmiddels wel vreedzaam naast elkaar leven, maar leven nog niet samen. We zitten nog op het niveau van kinderen op het schoolplein, die ruzie maken over ‘wie er begon’. Of we zwijgen erover, want zo zit de mens ook in elkaar.”

De nationalistische doctrine bereikte jongeren via priesters, via muziek die gespeeld werd op dorpsfeesten. Wie zich daar tegen verzette, kon al snel alleen achterblijven.

Hij had dit boek niet kunnen schrijven als het geweld nog had gewoed. „Het is moeilijker schrijven als je onderwerp in beweging is”. Maar, zegt hij ook: „Het nationalisme is als een vlam. Hij kan hoger en lager gedraaid worden, maar hij dooft nooit helemaal.”

Patria telt negen hoofdpersonen, verdeeld over twee families. De gezinnen uit één dorp – dat niet bij naam wordt genoemd , maar dat in alles lijkt op Hernani – zijn aanvankelijk nauw bevriend. Totdat in de ene familie een zoon radicaliseert tot ETA-terrorist en in de andere familie de vader mikpunt wordt van ETA-terreur.

Elk hoofdstuk wordt verteld vanuit het perspectief van een andere hoofdpersoon. Een vertelvorm die de lezer misschien geen sympathie, maar op z’n minst wel enig begrip doet opbrengen voor álle partijen in het conflict. Juist daarom is het verkoopsucces van Patria niet alleen van literaire, maar ook van maatschappelijke waarde. Het trekt Spanjaarden uit decennia diep gedolven loopgraven. Aramburu koos deze vorm, zegt hij, „om een breder beeld te schetsen en me niet in één bepaalde ideologische hoek op te sluiten”.

Patria is wel uitgelegd als de „literaire nederlaag” van ETA. Was dat ook uw doel bij het schrijven van dit boek?

„Dit was geen puur literair doel. Het heeft meer te maken met de strijd om de beeldvorming. ETA is verleden tijd, hopen we althans, want ze hebben zich nog altijd niet opgeheven. Maar ze plegen in ieder geval aanslagen meer. Toch zijn er recent opiniepeilingen geweest onder Baskische jongeren en daaruit blijkt dat velen niet goed geïnformeerd zijn. Er circuleren nog steeds versies van de werkelijkheid die erg gunstig zijn voor de agressor. Waarin de terrorist wordt neergezet als een jongen die van zijn volk houdt, als een held, die zich opofferde voor het goede doel.”

„Ik vind dat je dat soort verhalen moet ontkrachten door andere verhalen te vertellen, die ik zelf waarachtiger vind. Verhalen die ook het lot van de slachtoffers belichten.”

Het boek schetst ook hoe een deel van de Baskische samenleving het terrorisme lang vergoelijkte en steunde.

„Er was inderdaad een zekere medeplichtigheid, die zich uitte in betogingen en graffiti, met name in de dorpen. Maar bovenal tijdens de verkiezingen, wat heel triest was. Een aanzienlijk deel van de bevolking, meer dan 20 procent, stemde elke keer weer op de politieke handlangers van de ETA en keurde zo het geweld goed. Dit wakkerde het vuur aan. Tegelijkertijd was er ook veel angst, die overlevingsmechanismen in gang zette: mensen zagen zich gedwongen hun gezicht te laten zien bij nationalistische betogingen, ook al steunden ze de zaak niet. Dat leidde tot een schizofrene samenleving.”

In de Baskische stad Guernica wordt grafitti voor de separatistische ETA overgeschilderd. De terreurgroep is sinds 2011 niet meer gewapend actief.

Foto Vincent West/ Reuters

Vooral jongeren radicaliseerden onder groepsdruk. Wat merkte u daar zelf van tijdens uw jeugd?

„Ik stond als vijftienjarige ook onder invloed van de nationalistische indoctrinatie. [Dictator] Franco lag op sterven, evenals zijn regime. ETA werd daardoor heel anders beoordeeld dan later het geval zou worden. Franco onderdrukte de Basken, dus er was een vanzelfsprekende, brede sympathie voor het ETA-geweld tegen zijn regime.

„De nationalistische doctrine bereikte jongeren via priesters, via muziek die gespeeld werd op dorpsfeesten. Wie zich daar tegen verzette, kon al snel alleen achterblijven. Ik had het geluk dat ik in de grote stad opgroeide, waar je makkelijker nieuwe vrienden kan zoeken. Waar je blik breder is dan in een bergdorp. Maar het was voor elke Bask in die tijd onmogelijk om geen stelling te nemen. Ook binnen families: het was niet zeldzaam dat broers ineens niet meer met elkaar spraken, dat vriendschappen uiteenvielen.”

In Baskenland staat het nationalisme nu op een laag pitje, maar het vuur laaide onlangs nog zeer hoog op in Catalonië, die andere eigengereide regio van Spanje. Ook hier wil een deel van de bevolking en regiopolitiek zich afscheiden in Spanje. Vorig najaar brak een diepe politieke crisis uit toen de separatistische regioregering een verboden referendum over een eigen republiek doorzette. De Spaanse regering greep hard in tegen de stembusgang. De regioregering riep eenzijdig de onafhankelijkheid uit – die door niemand erkend werd – waarna Madrid de macht in Catalonië overnam.

Lees ook over Catalonië: Wie is nu de baas in Catalonië?

Het Catalaans conflict leeft ook in Hernani, nog altijd een bolwerk van Baskisch nationalisme in de groene heuvels rondom San Sebastián. In de hoofdstraat wapperen ikurriñas (Baskische vlaggen) en hangen spandoeken die oproepen de ETA-gevangenen ‘terug’ te halen. Maar er hangen ook volop esteladas, versies van de officieuze Catalaanse onafhankelijkheidsvlag.

De Catalaanse zaak wordt door radicaal-nationalistische Basken warm omarmd als „een tweede front” tegen de Spaanse staat. Op de groene muren van het Baskische balspelveld op het dorpsplein staan geen slogans meer voor ETA, zoals je die er jaren geleden nog aantrof. Wel staat er op gekalkt: Puigdemont president, een steunbetuiging voor de door Madrid afgezette en naar Brussel uitgeweken Catalaanse ex-regiopresident.

Waarom blijft het nationalisme zo’n effectief politiek instrument in delen van Spanje?

„Omdat Spanje al sinds de Romeinse tijd een legpuzzel is. In deze uithoek van de wereld is de enige constante in al die eeuwen geweest dat regio’s, stammen, steden onderling strijden. Het was het eerste dat buitenlanders die hier voorbijkwamen opmerkten: dat iedereen hier elkaar constant de tent uitvecht. De Spanjaard hangt nogal aan zijn eigen dorp, en vecht graag met het dorp verderop. De enige uitzondering is misschien toen Napoleon ons binnenviel: toen trokken Basken, Catalanen, iedereen, ineens samen op tegen de vreemde indringers. Maar zodra de Fransen eenmaal verjaagd waren, begon het onderlinge gedonder weer.”

In Catalonië verscheurt het nationalisme nu ook weer vrienden en families. Welke les heeft Baskenland voor de Catalanen?

,,De Baskische parlementsvoorzitter probeerde Puigdemont nog van zijn eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring af te houden. Hij zei: volg de Baskische weg en probeer via onderhandelingen meer bevoegdheden naar je toe te trekken. Baskenland is daarin verder dan Catalonië, zo heeft het zijn eigen belastingregime.

En er is één belangrijk verschil: in Catalonië is er nooit terreur geweest. Ja, er is sociale druk van separatisten, maar geen terreur. Er vielen geen ruim achtonderd doden, zoals hier. Daardoor zal het in Catalonië uiteindelijk wellicht makkelijker worden om de maatschappelijke banden ooit weer te herstellen. Want zo’n afscheidingsproject heeft altijd een maatschappelijke prijs. Je maakt de bevolking enthousiast met de belofte dat het doel binnen handbereik is: ‘Een paar stemmingen in het regioparlement en we zijn er, Europa erkent ons, we zullen rijk zijn en dit wordt het paradijs’. En veel mensen geloven dat, raken enthousiast. Maar dan blijkt het ineens toch allemaal niet zo makkelijk te zijn. Ondertussen praten buren niet meer met elkaar, zijn vrienden gebrouilleerd geraakt. Dat vind ik heel verdrietig.”

    • Merijn de Waal