Muzikaal bloedbad

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: In de opera stroomt een rivier van bloed.
Illustratie Eliane Gerrits

Mijn eerste Wagner-opera was een echt schandaal. Op het hoogtepunt barstte iedereen in lachen uit, later gevold door luid boegeroep. Het was 1987 en we zaten in de engelenbak van de pas geopende Amsterdamse Stopera. Die dag was de beruchte première van Tristan und Isolde geproduceerd door Jürgen Gosch. Vijf uur lang gebeurde er vrijwel niets in deze uiterst sober aangeklede voorstelling. Zelfs toen Tristan voor het laatst Isolde kuste en zich daarna in het zwaard van zijn verrader Melot stortte, alle drie de omvangrijke zangers potsierlijk gekleed in onder hun armen geknoopte lakens, vloeide geen druppel bloed. De dodelijke stoot leek eerder op het lekprikken van een gigantische ballon.

Hoe groot was het contrast met mijn tweede Wagner-opera afgelopen week, bijna dertig jaar later: Parsifal in de Metropolitan Opera in New York City. In deze productie van François Girard vloeit wel bloed en niet zo’n beetje ook. Het begint al in de eerste akte. We zien een droge aarde vol barsten, een deprimerende postapocalyptische wereld, na een nucleaire winter of extreme klimaatverandering. Tussen de kale heuvels stroomt een rivier van bloed. Koning Amfortas heeft een grote bloedvlek op zijn witte overhemd. Een wond die blijft vloeien.

In de tweede akte zijn kosten noch moeite gespaard om een bloedbad te suggereren. De zangers en dansers waden met hun blote voeten door het rode water. Bij aanvang zijn de jurken van het koor nog smetteloos wit, alsook de lakens van het bed dat door hen omhoog wordt getild, maar dit alles niet voor lang. Na twee uur druipt alles, inclusief de muren, van het bloed.

Iedere avond wordt bijna vijfduizend liter verwarmd water, gemengd met glycerine, rode en blauwe verf, in de pauze het toneel op gespoten. Het roept een wel heel letterlijk beeld van Blut und Boden op. Nu juist de associatie waaraan ik niet wil denken als ik naar Wagner luister. Het libretto leidt tenslotte ook al onaangenaam af. Een vergezochte religieuze sage in de context van een superieure Germaanse cultuur. Al gauw zet ik het tekstblokje voor mijn stoel uit.

Het laatste bedrijf zou ons moeten opbeuren. Parsifal raakt met de punt van de heilige speer de zijde van Amfortas, zodat eindelijk zijn wond kan genezen. De heilige graal, de beker waar Jezus uit dronk tijdens het Laatste Avondmaal en waarin zijn bloed werd opgevangen, wordt onthuld. Nu kunnen de zonden van de mensen worden vergeven. Maar de enscenering weerspiegelt geen blijdschap. De aarde vertoont zo mogelijk nog meer barsten. Er ligt een open graf en er wordt met een lijk gezeuld.

Muzikaal is de opera een traktatie. De nieuwe chef-dirigent Yannick Nézet-Séguin leidt het orkest tot grote hoogte. Verleidster Kundry zingt fantastisch, terwijl ze op het bebloede bed Parsifal, tevergeefs, op hysterische wijze probeert te verleiden. Maar als ik tegen middernacht buiten de frisse winterwind tegen mijn gezicht voel, ben ik opgelucht aan de beklemming van al dat bloed te zijn ontsnapt.

Wat een verschil met Tristan und Isolde destijds. Het enige bloed dat toen vloeide was de volgende dag in de krantenpagina’s.

Reacties naar pdejong@ias.edu