Met je auto de lucht in

Vliegende auto

Het Nederlandse bedrijf PAL-V presenteert de PAL-V Liberty. Het moet de eerste commercieel verkrijgbare vliegende auto worden.

Foto’s: promotiemateriaal van de vliegende auto PAL-V Liberty. PAL-V

Op een zonnige dag rij je van de randstad naar het IJsselmeer. Daar zoek je een startveldje, vouw je de propeller van je auto uit en vlieg je naar een vriendin op Terschelling. ’s Avonds vlieg je, wanneer jou dat uitkomt, weer terug.

Als je portemonnee het toelaat kan dit vanaf 2019 werkelijkheid worden. Het Nederlandse bedrijf PAL-V presenteert begin maart een commercieel verkrijgbare vliegende auto op de internationale autosalon in Genève.

Krap twee weken voor de autosalon waar de PAL-V Liberty voor het eerst gepresenteerd zal worden, wordt er in de assemblagehal in Raamsdonksveer hard gewerkt. Het frame van de auto, dat bestaat uit buizen, wordt in elkaar gezet. Zo is de auto licht genoeg om te vliegen, maar ook sterk genoeg om aan de veiligheidseisen voor wegverkeer te voldoen.

Op elke deur in de hal hangt de waarschuwing dat er niet gefotografeerd mag worden. PAL-V is het eerste bedrijf dat een officieel gecertificeerde vliegende auto op de markt wil brengen, en hoe ze dat precies gaan doen moet strikt geheim blijven.

Er wordt al zeker honderd jaar gedacht over vliegende auto’s. In die tijd zijn er verschillende modellen ontwikkeld, maar nooit brak er een door, vertelt Joris Melkert, luchtvaartdeskundige aan de Technische Universiteit Delft. „Het is technisch mogelijk, maar levert vaak een voertuig op dat als auto niet optimaal is en als vliegtuig ook niet.” Het lastigste is dat een auto een stevig en zwaar frame moet hebben om de inzittenden te beschermen tijdens botsingen, terwijl een vliegtuig juist zo licht mogelijk moet zijn, legt hij uit.

Een vliegende auto moet voldoen aan de veiligheidseisen op de weg en aan de wetgeving van de Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA). „Ons doel is om binnen die bestaande wetgeving een vliegend voertuig te ontwikkelen”, vertelt Marco van den Bosch van PAL-V. „Als je de wet moet aanpassen, ben je veel te lang bezig.” PAL-V heeft tien jaar gewerkt om tot het eerste productiemodel te komen. Al die tijd zijn ze gefinancierd door investeerders.

Na de onthulling in Genève gaat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen met RDW (Dienst Wegverkeer) en Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) kijken naar de mogelijkheden voor de certificering van de PAL-V op de weg en in de lucht, vertelt Arjan van Vliet. Hij houdt zich namens de RDW onder andere bezig met de veiligheids- en milieu-eisen van innovatieve voertuigen.

Promotievideo voor de PAL-V Liberty

Vliegen als een gyrokopter

De PAL-V Liberty is een tweezitsdriewieler met de stoelen naast elkaar. Het voertuig vliegt als een gyrokopter. Een gyrokopter heeft net als een helikopter bovenop een rotor zitten. Bij een helikopter wordt die in beweging gebracht door een motor en bij een gyrokopter door de wind. Om genoeg lucht langs de rotor te laten stromen om het voertuig op te tillen, zit achterop een duwpropeller die voor de voorwaartse beweging zorgt. Er is 80 tot 180 meter aan startbaan nodig om op te stijgen en een baan van 30 meter om te landen.

Een gyrokopter heeft minder energie nodig om op te stijgen dan een helikopter. En het is een veilige manier van vliegen. Van den Bosch: „Als alle motoren uitvallen, blijft de rotor draaien en zakt het voertuig langzaam naar beneden, als een esdoornzaadje.”

Tijdens het rijden ligt de opvouwbare rotor op het dak. Dit grote gewicht hoog boven de weg en de drie wielen, maken de auto minder stabiel. Dit is opgelost door gebruik te maken van de techniek van het driewielige motorvoertuig van de voormalige Nederlandse autoproducent Carver. Die kantelt tijdens het rijden in de bochten, terwijl de wielen op de weg blijven. Daardoor blijft het zwaartepunt recht boven de wielen en rijdt de auto stabiel op de weg.

De gyrokoptertechniek is niet de enige manier om een vliegende auto te maken. Het Slowaakse AeroMobil en het Amerikaanse Terrafugia werken bijvoorbeeld aan voertuigen met uitvouwbare vleugels. Verder wordt er onderzoek gedaan naar grote versies van de elektrische drones, zoals de Pop.Up van Airbus. Maar grote elektrische vliegtuigen en drones komen niet ver. Het gewicht van accu’s is voorlopig een belemmerende factor voor elektrische luchtvaart.

De vliegende auto van PAL-V rijdt en vliegt daarom op benzine: Euro 95. Duurzaam is het voertuig dus niet. „We zijn klaar voor de overgang naar elektrisch, maar we wachten op betere batterijen”, zegt Van den Bosch.

Opstijgen vanaf de snelweg zit er helaas niet in. Er is een startbaan nodig

Meer dan toys for boys

De toepassingen van de vliegende auto reiken volgens PAL-V verder dan toys for (rijke) boys en girls. Behalve deelconstructies, waarbij een groep hobbyisten of ondernemers samen een vliegende auto koopt, wordt er ook gedacht aan politie, het houden van grenscontroles of artsen die in afgelegen gebieden werken. Voor hen kan de combinatie van vliegen en rijden uitkomst bieden.

Dat zijn ook de nichetoepassingen waar Melkert aan denkt: „Het is een prachtig ontwerp waar je als ingenieur echt van gaat watertanden, maar ik denk niet dat het iets is voor de grote markt. Technisch kan het, maar de prijs is te hoog en ik zie het niet als praktische oplossing voor bijvoorbeeld files.”

In landen als Nederland zijn er namelijk veel plekken waar je niet mag vliegen; in de buurt van (militaire) vliegvelden en vlakbij gebouwen bijvoorbeeld. Hoger is het gebied van grote verkeersvliegtuigen. Je moet een vliegplan indienen als je door het gecontroleerde luchtruim, internationaal of in het donker wil vliegen. En boven de 1.200 ft (ca. 366 meter) heb je een transponder aan boord nodig om berichten te zenden en ontvangen, laat de Luchtverkeersleiding Nederland weten.

Bovendien zit opstijgen vanaf de snelweg er helaas niet in. Er is een startbaan nodig en de rotor moet eerst uitgevouwen en gecontroleerd worden. Er zijn dus start- en landingsplekken nodig, bijvoorbeeld bij afritten of tankstations.

Promotiefoto’s van de PAL-V Liberty, door PAL-V

Private Pilot License

Toch is er genoeg animo. De eerste tientallen bestellingen voor de PAL-V Liberty Pioneer zijn al binnen. Adviseur Pieter van Herk is een van de eersten die er straks een thuis heeft. Hij sprak hierover in het programma Stand van Nederland. Voor zijn werk rijdt hij veel. Hij is al begonnen met vlieglessen.

Voordat je naar je werk kan vliegen en rijden, moet je namelijk een Private Pilot License (PPL) halen. Voor een gyrokopter betekent dit ongeveer 35 uur vlieglessen en theorie. Daarna volgt nog 10 uur les in de PAL-V. Het bedrijf houdt de opleiding in eigen hand; als tijdens de training iemand niet geschikt geacht wordt, leveren ze de vliegende auto niet. De eerste lessen worden nu al gegeven op Breda International Airport, maar er komen ook scholen in Florida, Sint Eustatius en Marbella.

Van den Bosch: „Het gaat echt gebeuren. In ons kleine Nederlandje hebben we voor het eerst sinds Fokker weer een stukje vliegtuigbouwindustrie.”

    • Dorine Schenk