‘Als je de NBA niet haalt, moet je een beetje nederig zijn’

Sean Cunningham en Jason Dourisseau Basketballers

De NBA was te hoog gegrepen. Nu spelen de twee Amerikanen, met Nederlands paspoort, voor het eerst Europese play-offs met het Groningse Donar. „Er zijn spelers die de genetische loterij hebben gewonnen. Je kunt lengte niet leren, right?”

De Amerikanen Sean Cunningham (links) en Jason Dourisseau, spelers van basketbalclub Donar. „Er is veel onbenut potentieel hier, zonde. Er moet geïnvesteerd worden, financieel en qua infrastructuur.” Foto’s Kees van de Veen

Drukte op het hoofdkantoor van de Groningse basketbalclub Donar in Martiniplaza, maandagmiddag. Coach Erik Braal bekijkt beelden van de komende tegenstander, een NOS-crew monteert een item over de club en beneden in de hal wordt het houten parket aangelegd voor een van de grootste wedstrijden uit de clubgeschiedenis.

Jason Dourisseau (34) en Sean Cunningham (31) leunen achterover in een stoel. De eerste is aanvoerder en heeft een iconische status in Groningen. Hij won hier vier landstitels, in Martiniplaza is een tribune naar hem vernoemd.

De tweede is een gewaardeerde, hardwerkende kracht. „We hebben eigenlijk nooit problemen met die jongens. Superprofs”, zegt Martin de Vries, bestuurslid technische zaken. „Nooit wat op aan te merken.”

Dourisseau en Cunningham praten rustig, met zware stem. Ze spreken Groningen uit met een zachte, ingehouden g.

Dourisseau: „Groningen is a fan-tas-tic place to play. We hebben een geweldige fanbase.”

Cunningham: „Exactly.”

Dourisseau: „De sfeer in Martiniplaza is ongelofelijk als het vol is. Natuurlijk, in de NBA heb je stadions met 20.000 plekken. Ik kijk er ook graag naar. Maar ik ben blij dat ik hier ben.”

Dinsdagavond speelt Donar voor het eerst in play-offs in Europees verband. In de achtste finale van de FIBA Europe Cup, dat wordt gezien als de vierde Europese competitie, treft het de Roemeense club Cluj-Napoca. Volgende week is de return in Roemenië. Het is voor het eerst sinds 2009 dat een Nederlandse club in Europese play-offs uitkomt, destijds was het Amsterdam.

Foto Kees van de Veen

Dourisseau en Cunningham zijn in Amerika geboren en opgegroeid, maar spelen onder de Nederlandse vlag. Dourisseau is getrouwd met een Groningse, ze hebben een kind en kochten een huis in het dorp Harkstede. Dourisseau – uit Omaha, Nebraska – deed zijn inburgeringscursus en kreeg in 2015 een Nederlands paspoort. „Ik voel mij ook zeker Nederlands.”

Cunningham, opgegroeid in Los Angeles, heeft een Nederlands paspoort doordat zijn moeder Nederlandse is. Beiden kwamen enkele duels in actie voor de nationale ploeg.

Hoe is het om in Groningen te spelen, terwijl de NBA [Noord-Amerikaanse basketbalcompetitie] jullie jeugddroom was?

Cunningham: „Zolang ik de sport kan spelen waar ik van hou, is het niet moeilijk mij te focussen. Ik vind het wel heel interessant om naar de NBA te kijken, hoe ze teams samenstellen, hoe spelers worden ingepast, wat wel en niet werkt bij ploegen.”

Dourisseau: „Het belangrijkste is dat ik kan basketballen. Als kind wist ik dat als je de NBA niet haalt, er nog zo’n zeventig landen zijn met professionele competities. Ik ben begonnen in Duitsland en daarna speelde ik in IJsland, dan moet je een beetje nederig zijn. Ik vind het leuk hier. Maar ik weet dat het niet het hoogste niveau is.”

Welke kwaliteiten misten jullie om de NBA te halen?

Cunningham: „Je moet niet alleen goed zijn, soms is er meer nodig. Met mijn lengte moet je een beetje geluk hebben. Mijn fysieke coach in Amerika zei toen ik jong was: je bent 6 ft 3 in [zo’n 1,90 meter], hoe lang is dat nou? Dat is niet echt speciaal.”

Dourisseau: „1 procent van de basketballers wereldwijd haalt de NBA. Er zijn zeker spelers in de NBA die de genetische loterij hebben gewonnen. Ze zijn langer, groter. Je kunt lengte niet leren, right? En lengte is een onderdeel van het spel. Er zijn ook spelers, zoals Kyrie Irving: die is niet de grootste, sterkste, snelste, maar hij is wereldklasse qua balbehandeling, scoren. Om op dat niveau te komen, zijn de verschillen niet enorm, maar er zijn bepaalde dingen die je van de rest scheiden.

Foto Kees van de Veen
Foto Kees van de Veen

„En als je eenmaal daar komt, heb je spelers die wegvallen, die komen naar Europa, of gaan naar China. En dan heb je wisselspelers, zo’n zeven man in een selectie, die zijn goed, maar ze vervullen een bepaalde rol in het team, zij zijn niet noodzakelijk de beste spelers ter wereld. En dan heb je het beste van het beste, LeBron James, Kyrie Irving, James Harden.”

Tot tien, vijftien jaar geleden reisden er soms Amerikaanse basketballers naar Nederland die hier ook voor het avontuur en het feesten kwamen, vertelt Bas Kammenga, voorzitter van de supportersvereniging van Donar. „Hét voorbeeld van zo’n figuur is Mack Tuck. Dat was een center uit Amerika, die stond bij wijze van spreken dronken op het veld, nog van de avond ervoor. Hij liet in wedstrijden fantastische dingen zien, maar was soms ook periodes afwezig en niet in goede conditie.” Dat soort spelers zie je hier niet meer, zegt Kammenga. „Deze generatie Amerikanen zijn echt topsporters.”

Nederland is een land met veel lange mensen, vinden jullie het niet vreemd dat we niet meer presteren in basketbal?

Cunningham: „Als ik in Amerika ben kijk ik over iedereen heen, als ik hier dan weer het vliegtuig uitstap, staat iedereen op ooghoogte. Het is een beetje gek. Lengte is belangrijk, maar het is geen grote sport hier.”

Dourisseau: „Voetbal is koning hier. Voor de jeugd is het zo: als je hard werkt en profvoetballer wordt, ben je financieel zeker. Dat is hetzelfde als je als kind in Amerika de NBA haalt. In Nederland heb je de DBL [Dutch Basketball League], maar daar word je niet rijk van. Het is zonde, want er is veel onbenut potentieel hier. Er moet geïnvesteerd worden, financieel en qua infrastructuur.

Foto Kees van de Veen

Dourisseau (sinds 2006) en Cunningham (2010) verblijven al lang in Europa. Ze kijken met verbazing naar het Amerika onder president Trump.

Spelers als LeBron James en Stephen Curry spraken zich uit tegen Trump, is dat typisch voor de Amerikaanse sportcultuur?

Dourisseau: „Ik respecteer het dat ze dat hebben gedaan. Bijvoorbeeld Michael Jordan zei nooit iets politieks, omdat hij bezorgd was over de samenwerking met sponsors. Het is een stap terug in de tijd, naar Kareem Abdul-Jabbar en Bill Russell. Zij stonden in de jaren zestig op voor de burgerrechten. In die tijd was het veel gevoeliger, ook voor henzelf. Ze hadden de moed om hun platform en status te gebruiken om zich uit te spreken, dat is geweldig. Om te spreken voor mensen die geen stem hebben.”

Correctie, 6 maart, 10:10 uur: in een eerdere versie stond abusievelijk de naam van Bas Kammenga verkeerd. Dit is aangepast.

    • Steven Verseput