Gemeente rijdt nog altijd diesel, ondanks belofte

Duurzaamheid In 2007 spraken gemeenten af om vanaf 2015 alle producten die ze gebruiken duurzaam in te kopen. Wat brandstof betreft is dat nog lang niet zo.

Stratenmaker Robbie van Tuil tankt zijn gemeentelijke voertuig vol met biobrandstof HVO op een gemeentewerf in het Gelderse Renkum. Foto Bram Petraeus

Terwijl Nederlandse gemeenten hebben afgesproken vanaf 2015 alle producten en diensten die ze gebruiken 100 procent duurzaam in te kopen, blijven bijna alle van zestig onderzochte gemeenten de komende jaren fossiele brandstof gebruiken.

Dit blijkt uit onderzoek van NRC naar de brandstofaanbestedingen van zestig grote gemeenten en gemeenteconsortia sinds 2016. Deze gemeenten gaan meer dan 200.000 euro besteden, waardoor hun aanbestedingen openbaar zijn.

58 van de 60 onderzochte gemeenten kiezen voor fossiele brandstof. Deze gemeenten laten hun grasmaaiers, veegwagens en vuilniswagens op diesel, gemaakt van olie of gas, rijden. 14 gemeenten kiezen voor diesel, 27 voor het van aardgas gemaakte GTL en 17 nemen een combinatie af van diesel en GTL. Dat strookt niet met de afspraak die gemeenten in 2007 maakten om vanaf 2015 honderd procent duurzaam in te kopen.

„De experimentele fase van deze brandstof is allang voorbij, maar gemeenten hebben er nog onvoldoende kennis van.”

Zo blijft de gemeente Den Haag de komende jaren op diesel van Shell rijden, voor 810.000 euro per jaar. Groningen kiest voor brandstof gemaakt van aardgas en de in oppervlakte grootste gemeente van Nederland, Súdwest-Fryslân, blijft op diesel rijden. Amsterdam, dat in 2025 alle gemeentevoertuigen ‘schoon en uitstootvrij’ wil hebben, worstelt al anderhalf jaar met de aanbesteding; een contract waarmee jaarlijks 3,5 miljoen euro gemoeid is.

Er is maar één gemeente die via de openbare aanbesteding biobrandstof heeft aangevraagd. Dat is de gemeente Utrecht. Aangezien de aanvraag nog loopt, gaat die gemeente op zijn vroegst pas vanaf de zomer op een biobrandstof rijden.

Alternatief uit restproducten

Het duurzame alternatief voor diesel en GTL is er al: biobrandstof. Deze hydrotreated vegetable oil (HVO) wordt voornamelijk gemaakt van restproducten uit de levensmiddelenindustrie. Daardoor kunnen olie en gas in de grond blijven. Het stoot ook nog eens 75,4 procent minder CO2 uit dan diesel, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Zo worden de restproducten niet weggegooid maar hergebruikt.

„HVO kan puur de tank in”, zegt Vincent van Maurik, salesmanager bij Future Fuels, dat onder meer grondstoffen voor HVO inkoopt. Nieuwe voertuigen kunnen doorgaans puur HVO tanken. Bij oudere typen, die onder een andere Europese brandstofnorm vallen, kan een mengsel met 50 procent HVO gebruikt worden – en bij navraag bij de voertuigfabrikant vaak meer.

Lees ook: Dit had de duurzaamste school van Nederland moeten worden

De weerstand bij gemeenten verbaast Van Maurik van Future Fuels niet. Er is volgens hem onder gemeenten veel onwetendheid over de alternatieven voor fossiele brandstof. „Veel gemeenten hebben totaal geen weet van HVO en brandstofnormen. Ze begrijpen niet dat het olieafval aan strenge Europese certificaten voldoet.” Jeroen van Heiningen, van GoodFuels, een handelaar in HVO, beaamt dit: „De experimentele fase van deze brandstof is allang voorbij, maar gemeenten hebben er nog onvoldoende kennis van.”

Gemeenten zeggen eerst de brandstoffen te willen testen, vanwege slechte ervaringen in het verleden. Ook vinden ze de prijs te hoog – biobrandstof kan 10 tot 20 procent duurder zijn - al blijkt uit metingen van de gemeente Renkum dat ze per voertuig 8 tot 14 procent brandstof besparen.

    • Mark Middel