Onderwijs

De examens voor vmbo-leerlingen zijn ongelijk

Onderwijsblog De digitale vmbo-examens verschillen nogal in niveau, maar er kan niet worden nagegaan waarom, vindt Ruud Jongeling.

ANP Robin van Lonkhuijsen

Door Ruud Jongeling

Onderwijsminister Arie Slob overweegt de digitale examens van het vmbo verplicht te stellen. Om een goede afweging te kunnen maken laat hij komend jaar een onafhankelijke evaluatie uitvoeren van de digitale examens die tot nu nog een pilot zijn. Dat is een goede zaak want ondanks dat meer dan 90 procent van de leerlingen in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg digitaal examen doet, blijven er vragen over deze examens.

In opdracht van de overheid maakt het College Voor Toetsen en Examens (CVTE) twee derde van de examenopgaven openbaar. Dat lijkt veel maar wat betekent dit in de praktijk? Van de 13 verschillende versies van de digitale examens wiskunde in de basisberoepsgerichte leerweg uit 2017 zijn er slechts twee openbaar gemaakt. In de kaderberoepsgerichte leerweg is dat zelfs maar één. De examens die geheim blijven, bevatten één of meer opgaven die het CvTE later nog een keer wil gebruiken.

Je kunt je afvragen of dat erg is. Op basis van de openbaar gemaakte examens krijg je immers toch een indruk van wat geëxamineerd wordt? Analyse van de openbaar gemaakte schriftelijke en digitale examens wiskunde uit 2017 laten echter zien dat niet iedere leerling in het vmbo langs dezelfde meetlat gelegd is. De leerlingen kregen inhoudelijk en qua moeilijkheidsgraad verschillende examens te maken. Op zo’n moment is transparantie belangrijk en wil je ook weten hoe het zit bij de examens die niet openbaar zijn gemaakt.

Veel moeilijker

De N-term wordt door de CvTE gebruikt om bij verschillende examens toch gelijke prestatie-eisen aan leerlingen te kunnen stellen. De N-term bij de digitale wiskunde examens varieert van 0,5 tot 2,2 wat het vermoeden bevestigt dat het nog niet zo eenvoudig is om gelijkwaardige examens te maken. Maar lost de N-term grote verschillen tussen examens wel op? Neem als voorbeeld de schriftelijke wiskunde-examens van de kaderberoepsgerichte leerweg uit 2017. Zowel het examen uit het eerste tijdvak als uit het tweede tijdvak kreeg een N-term 1,1. Toch was het tweede examen aantoonbaar moeilijker dan het examen uit het eerste tijdvak.

Een ander voorbeeld komt uit de brief van de minister. De minister geeft aan dat het gemiddelde voor de centraal examens voor alle schoolniveaus in 2017 licht gedaald is, behalve voor de basisberoepsgerichte leerweg. Hier is het gemiddelde voor de centrale examens significant (!) gestegen en dat komt doordat Nederlands en Engels relatief goed gemaakt is. Moet ik hier nu uit afleiden dat de leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg in 2017 plotseling veel vaardiger zijn geworden in beide talen of hebben we hier toch te maken met twee examens die relatief eenvoudig waren, waarbij de N-termen niet de correctie leverde die je zou verwachten?

Paul van Meenen (D66) heeft een motie ingediend waarin hij de minister vraagt een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar de N-termen bij de examens op alle onderwijsniveaus. Een dergelijk onderzoek sluit goed aan bij het onafhankelijke onderzoek dat de minister wil laten uitvoeren naar de digitale examens in het vmbo. De digitale examens zijn in het vmbo niet meer weg te denken. Daar staat tegenover dat je aan deze digitale examens dezelfde eisen met betrekking tot kwaliteit en transparantie moet kunnen stellen als bij de schriftelijke examens in het havo en vwo.

Ruud Jongeling is docent wiskunde aan het vmbo bb en kb
www.digitalewiskundeexamens.nl

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.