Aangifte misbruik in joodse school pas na druk minister

School het Cheider

De school weigerde eerst de verplichte aangifte tegen een leerkracht en liet weten de zaak „volgens de joodse wet” te willen afhandelen.

De orthodox-joodse school het Cheider in Amsterdam heeft in 2012 ondanks aandringen van de onderwijsinspectie vier maanden lang geweigerd de wettelijk verplichte aangifte tegen een leerkracht te doen wegens mogelijk seksueel misbruik. Dat gebeurde pas na druk van de toenmalige minister van Onderwijs.

Dat blijkt uit onderzoek van NRC. De krant sprak met betrokken leraren, ouders en andere betrokkenen en kreeg inzage in stukken, onder meer interne documenten van het Cheider zelf.

Op 6 juni 2012 meldden zich de eerste ouders met vermoedens van misbruik door Ephraïm S. Na andere meldingen liet de vertrouwensinspecteur van de onderwijsinspectie het Cheider nog diezelfde maand weten dat er sprake was van een „redelijk vermoeden” van misbruik en dat de school volgens de wet verplicht was direct aangifte te doen. Toch deed de school dat maandenlang niet.

„Het bestuur vindt het van belang om aan te geven dat de aangifte uitsluitend plaatsvindt omdat de vertrouwensinspectie meent dat daartoe een wettelijke plicht bestaat”

Na een bericht van de toenmalige minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt deed het schoolbestuur op 30 oktober 2012 uiteindelijk wel aangifte. De regionale opperrabbijn Binyomin Jacobs, vicevoorzitter van het schoolbestuur, schreef een dag daarvoor in een brief aan zijn schooldirectie: „Het bestuur vindt het van belang om aan te geven dat de aangifte uitsluitend plaatsvindt omdat de vertrouwensinspectie meent dat daartoe een wettelijke plicht bestaat.” Jacobs vroeg de directie om deze brief ook aan de politie te overhandigen.

Uit een gespreksverslag van een rechercheur van de zedenpolitie met een lid van de schooldirectie kort na de eerste meldingen rijst het beeld dat de school de zaak niet uit handen wilde geven. De rabbijn wilde gaan „bemiddelen” tussen ouders en school, en het voorval „volgens de Joodse wet” afhandelen, Bronnen rond het politieonderzoek bevestigen dat de school geen aangifte wilde doen omdat het de zaak „intern” wilde oplossen.

Ouders deden zelf in eerste instantie geen aangifte, zo vertellen zij, omdat zij door Jacobs onder druk werden gezet. Zij zouden hun plek in de gesloten gemeenschap kwijtraken, verstoten worden. Pas nadat de school aangifte deed, deden ouders dat ook.

S. was intussen naar Israël gevlucht. Pas eind 2016 werd hij uitgeleverd. S. staat volgende maand terecht. Hij wordt door het Openbaar Ministerie vervolgd wegens het op school plegen van ontucht met of verkrachting van minstens vijf leerlingen tussen de zes en dertien jaar oud.

Volgens het schoolbestuur waren de vier maanden en herhaald overleg met de inspectie nodig om tot het oordeel te komen dat er daadwerkelijke een aangifteplicht was. „Het bestuur heeft nimmer het standpunt ingenomen dat de zaak intern moest worden geregeld.” In het papieren dossier van de kwestie zit volgens de voorzitter van het schoolbestuur geen bericht van de minister.

Jacobs schrijft niet te kunnen reageren, omdat de zaak onder de rechter is, en omdat hij niet kan praten over vertrouwelijke contacten met betrokkenen.

    • Leonie van Nierop
    • Derk Stokmans