VN: bijna 600 doden in Oost-Ghouta

Het Syrische leger begon vorige maand met een lucht- en landoffensief om het laatste rebellenbolwerk in de buurt van Damascus terug te veroveren.

Rookwolken boven Oost-Ghouta na bombardementen van de Syrische luchtmacht. Foto Abdulmonam Eassa/AFP

De bombardementen van het Syrische regeringsleger op de rebellenenclave Oost-Ghouta hebben de afgelopen weken bijna zeshonderd levens gekost. Ook zijn meer dan tweeduizend mensen gewond geraakt, concluderen de Verenigde Naties. Eerder zei het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR) al dat er zeker vijfhonderd doden in Oost-Ghouta waren gevallen bij de bombardementen.

De gevechten in de regio gaan in de tussentijd verder, ondanks een oproep tot een staakt-het-vuren van de internationale gemeenschap. Het Syrische leger zegt dit weekend zo’n zes dorpjes aan de rand van de enclave te hebben ingenomen, meldt AP. Het SOHR meldt zondag dat ongeveer een kwart van het rebellengebied weer in handen is van overheidstroepen.

Lees over de Syrische moeder in Oost-Ghouta die vanuit haar kelder een dagboek bijhoudt over de bombardementen: ‘Goedemorgen, negende dag in de schuilkelder!’

Oost-Ghouta is het laatste rebellenbolwerk in de buurt van de Syrische hoofdstad Damascus. Daar zijn volgens de VN ook tientallen burgers om het leven gekomen door mortierbeschietingen afgeschoten vanuit de enclave.

Humanitair coördinator voor Syrië Panos Moumtzis noemt het “simpelweg onacceptabel” dat bij de bombardementen burgers het slachtoffer worden. “In plaats van de hoognodige opschorting [van de gevechten], zien we meer gevechten, meer doden, meer verontrustende berichten van honger en ziekenhuizen die gebombardeerd worden.”

Humanitaire crisis

Volgens het SOHR zijn enkele honderden families het gebied inmiddels ontvlucht. Het Russische leger zegt dat militanten in de enclave een avondklok hebben ingesteld, schrijft persbureau Interfax. Daarmee zouden ze willen voorkomen dat burgers het gebied verlaten. De rebellen zelf ontkennen dit.

Lees meer over het drama in Oost-Ghouta: ‘Ze gaan net zolang bombarderen tot mensen het opgeven’

De humanitaire situatie in de Oost-Ghouta met zo’n 400.000 mensen wordt steeds penibeler. Er is volgens de VN een ernstig tekort aan voedsel, medische voorraden en andere goederen. Een konvooi bestaande uit ongeveer veertig vrachtwagens met hulpgoederen kon zondag vooralsnog de enclave niet in omdat het te gevaarlijk is op het moment. Dit jaar heeft slechts één klein hulpkonvooi Oost-Ghouta binnen kunnen rijden, met goederen voor zo’n 7.200 bewoners van het gebied.