Varkens verdelen dorp – ‘it stjonkt’

Uitbreiding varkensfokkerij De plannen voor nieuwe varkensstallen in Hemelum zaaien tweedracht in het Friese dorp. Op 8 maart neemt de raad een besluit.

Varkenshouder John Lorist wil groeien van 5.200 varkens naar ruim 8.700. „Er is veel verkeerde beeldvorming.” Kees van de Veen

Gerrit Stobbe, donkerblauwe schipperstrui, wit haar, zit in zijn schommelstoel in zijn knusse voorkamer in Hemelum. Het kleine dorp (550 inwoners) in het natuurrijke, glooiende landschap van Gaasterland heeft een school, een kerk, een zeilschool én een varkensfokkerij.

De fokkerij heet Hemelumer Hoeve en ligt even buiten het dorp. De voorkant oogt als een oude boerenhoeve. Er is een kleine parkeerplaats met twee varkensbeeldjes. De stallen staan deels achter hoge populieren.

Stobbe is een van de initiatiefnemers van een protestgroep tegen de geplande uitbreiding van de varkensfokkerij. Het bedrijf ligt op 375 meter van zijn woning. De Fries is er kort over. „It stjonkt” – het stinkt. „Als het bedrijf uitbreidt, zal de stank nog erger worden”, is zijn vrees. Varkenshouder John Lorist wil groeien van 5.200 varkens naar ruim 8.700. Er zouden twee nieuwe stallen komen.

Hemelum is verdeeld over het plan. Er is veel emotie, bij zowel voor- als tegenstanders, constateert Judith Hempel van de vereniging voor dorpsbelang, die zelf neutraal wil blijven. „Er is tweedracht in het dorp en dat is jammer.” Tegenstanders zijn bang voor nog meer stankoverlast en uitstoot van fijnstof.

Vanuit het achterraam van zijn woning wijst Peter de Kroon naar het dak van de varkensstal. „Je ruikt vooral bij zuidwestenwind een weeïge, zoetzure lucht. ’s Zomers houden we de ramen dicht.” Angelique Matthijssen: „Een megastal hoort niet thuis vlakbij een dorpskern.”

Dwaalspoor

Onder het dorpsconflict speelt meer, geeft zij aan. „De gemeente heeft meer oog voor de belangen van de ondernemer dan die van de omwonenden. Het plan werd al ingetekend in het bestemmingsplan en de gemeente zei dat er in het verleden toezeggingen aan Lorist waren gedaan. Als burger word je zo op een dwaalspoor gezet. De juiste informatie kregen we moeilijk boven water.”

Trekvogelecoloog Theunis Piersma, die opgroeide in Hemelum, steunt de tegenstanders. „Ik heb te doen met de dorpsbewoners die in de varkensstank zitten en zich afvragen wat uitbreiding betekent voor hun gezondheid.”

Maar niet alle dorpsbewoners denken er zo over. Dorien Spek vindt dat geuren van boerenbedrijven nu eenmaal bij het platteland horen. „Dat weet je als je hier gaat wonen. Ik ruik bijvoorbeeld ook de gier die een boer nu uitrijdt.” Han Meij, al twintig jaar vegetariër, is voor uitbreiding. Hij sprak onlangs bij een gemeentelijke commissievergadering over de kwestie. „De varkens krijgen straks meer ruimte en het bedrijf is belangrijk voor de werkgelegenheid.”

Lorist zit aan tafel van zijn kantoor in de Hemelumer Hoeve. „Het is al twee weken oostenwind en dan ruikt het dorp niks, want de wind waait de andere kant op”, stelt hij vast. De geuroverlast en uitstoot van fijnstof nemen bij uitbreiding juist af, verzekert hij. „Er komen drie luchtwassers, die 70 tot 90 procent van de ammoniak uit de lucht halen.”

Lorist verhuisde in 1986 vanuit Harderwijk naar Hemelum. Hij fokt er fokzeugen (moedervarkens) voor Topigs Norsvin, een wereldwijd varkensfokbedrijf. Deze zeugen werpen het ‘Gaasterlands Kruiden Varken’, dat onder de merknaam Friberne op de markt wordt gebracht. Hij moet wel uitbreiden, als franchiseondernemer van Topigs – een coöperatie met 1.200 leden waarvan hijzelf voorzitter is. „Ik heb nu 420 fokzeugen, maar Topigs heeft als eis dat ik er minimaal 900 moet hebben. Daardoor krijgen we meer selectiemogelijkheden.”

Tegenstanders van de uitbreiding vinden dit een onheus motief. Van de tien fokbedrijven van Topigs is er maar een die 1.080 fokzeugen heeft, stelt Tille Paanakker. „De rest heeft geen uitbreidingsplannen.”

Ondanks de protesten krijgt Lorist ook veel steun uit het dorp. „Er zijn honderd positieve reacties bij de gemeente ingediend.” Tegen de uitbreiding zijn dat er overigens 123. Hij laat een foto zien waarop hij tussen drachtige zeugen in het stro zit. Een tegenstander reageerde verbaasd toen hij die foto zag. Lorist: „‘Lopen jouw varkens in het stro’, vroeg die. Ja, er is veel verkeerde beeldvorming.”

Dierenwelzijn

Tegenstander Paanakker werpt tegen: „Lorist vertelt er niet bij dat de gespeende biggen en kraamzeugen in bedompte, betonnen donkere hokken liggen.” Maar dat gaat bij de uitbreiding veranderen, onderstreept hij. „Kraamzeugen krijgen kamers en liggen niet meer vast in beugels.” Het dierenwelzijn neemt dus toe, aldus Lorist.

De zorgen van dorpelingen over de varkensfokkerij bestaan al veel langer. Ze waren er al bij de komst van het bedrijf in de jaren tachtig, aldus Stobbe. In 2005 maakte hij met 66 andere inwoners bezwaar tegen een eerdere uitbreiding van het bedrijf. Dat werd door de Raad van State verworpen. Wel moest Lorist van de gemeente maatregelen nemen om de uitstoot van ammoniak te verminderen. Dit om de klachten van omwonenden over stankoverlast weg te nemen. Maar volgens de tegenstanders veranderde er niets en greep de gemeente ook niet in. Lorist riposteert dat hij in 2009 een nieuwe milieuvergunning kreeg, waarmee hij voldeed aan de toenmalige wetgeving.

Op 8 maart neemt de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân een besluit over de uitbreidingsplannen. Het college (CDA, PvdA, VVD en GroenLinks) stelt voor ermee in te stemmen. In de raad zal coalitiepartner GroenLinks tegen stemmen, verklaart GroenLinks-raadslid Angeline Kerver. „Dit is een moeilijke kwestie, maar wij zijn tegen uitbreiding van de bio-industrie. Soms moet je vasthouden aan je principes.”

Lorist zegt dat hij naar de rechter stapt als de gemeenteraad tegen de uitbreiding stemt.

    • Karin de Mik