Recensie

Soms een avontuurlijke combi van pop en klassiek op Cross-linx

Cross-linx is een rondreizend festival waarin de werelden van klassiek en pop elkaar op allerlei manieren raken. Muziek van Björk door een strijkkwintet en de Belgische band Hooverphonic met het Residentie Orkest.

Optreden tijdens het festival Cross-linx. Foto Cross-linx/Armelle van Helden

Klassiek meets pop, dat is het idee van rondreizend festival Cross-linx. In de gunstigste gevallen leidde dat tot avontuurlijke samenwerkingen. Zo sloeg pianosensatie Joep Beving in een afgeladen Bimhuis in Amsterdam de handen ineen met cellist Maarten Vos en Cappella Amsterdam. De zes zangers en het ruimhartige gebruik van analoge synths bleken een welkome toevoeging, die de horizon van Bevings miniaturen verruimde.

Strijkkwintet Wooden Elephant speelde een akoestische, instrumentale versie van het album Homogenic (1997) van Björk. De elektronische klankwereld van Björk werd geloofwaardig gesuggereerd met inventief samenspel en trucs, zoals op de snaren stuiterende strijkstokken om dub-achtige tap delay te simuleren – bij openingsnummer Hunter pakte dat bijvoorbeeld goed uit. Met handpercussie, een speeldoosje, stemvorken, glazen water en zelfs een tetterende kazoo werd het vocale gemis opgevangen en vergrootte het kwintet zijn klankmogelijkheden. Jammer was wel dat er soms opvallend onstrak gespeeld werd, waar de grooves juist vragen om uurwerkprecisie.

Knotsgekke bewerking

Een heel andere benadering kozen het solistenensemble Stargaze en de Amerikaanse band Poliça, die vorige maand samen een album uitbrachten. Middelpunt was hier juist wel een krachtige stem, namelijk die van de frêle frontvrouw Channy Leaneagh. Haar bijzondere geluid – straalhelder met een hees randje – kreeg stekelig weerwerk van Stargaze, al leunde de samenwerking zwaar op de slimme beats van Poliça’s beide drummers en bassist. Erg geslaagd was de rockende, knotsgekke bewerking van Steve Reichs Music for pieces of wood.

De combinatie van de Belgische ninetiesband Hooverphonic met het Residentie Orkest was niet hemelbestormend: een aaneenschakeling van showtune-achtige hits, met het orkest als een soort luxe synthesizer. Voor welkom reliëf zorgden de orkestrale minimal-stukken tussendoor die Anthony Fiumara componeerde op basis van Hooverphonic-materiaal.

Als festivalganger kon je ook aan ‘music mining’ doen: achter een gehelmde gids aan de krochten van het Muziekgebouw in, voor intieme verrassingsconcertjes. Zo speelde het trio Temko, uitgebreid met fluit, klarinet en cello, adaptaties van elektronica-klassiekers van onder meer Brian Eno en Aphex Twin: een mooie vondst.

    • Joep Stapel