NRC checkt:‘Bespieden van kind via gps vergroot kans op depressie’

Dat stelde De Telegraaf vorige week maandag op de voorpagina van de krant.

Telecombedrijf KPN presenteerde in 2005 een mobiele telefoon speciaal voor kinderen (links) met GPS, waardoor het voor ouders eenvoudiger is om hun kind te volgen. Foto Evert Elzinga/ANP

De aanleiding

Onder de kop ‘Bespieden maakt kind ziek’ poneerde De Telegraaf op de voorpagina vorige week maandag de stelling dat het op de voet volgen van kinderen door ouders, via gps en leerlingvolgsystemen als ParnasSys en Magister, kinderen in hun latere leven vatbaarder maakt voor depressies. We checken of ouders die hun kind intensief volgen via gps en leerlingenvolgsystemen hen opzadelen met een grotere kans op depressies.

Waar is het op gebaseerd?

Tweede Kamerlid Paul van Meenen (D66) zette het onderwerp vorige maand op de agenda met het pleidooi dat ouders niet te pas en te onpas mee moeten kunnen kijken in het leerlingvolgsysteem. Daarbij gaat het om ParnasSys voor het basisonderwijs en Magister voor het voortgezet onderwijs. Magister is voor scholieren en ouders het digitale platform waarop onder meer schoolprestaties, absentie en huiswerkopdrachten zichtbaar zijn. „Maar ook kinderen hebben recht op privacy”, stelde Van Meenen in het Algemeen Dagblad. Van Meenen wil dat minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) afspraken maakt met scholen en ouders over zaken die wel en niet gedeeld worden.

De Telegraaf voerde Katleen Gabriels op, universitair docent aan de TU Eindhoven en gespecialiseerd in de ethische aspecten van technologie. Zij waarschuwt voor maatschappelijke normverschuiving als gevolg van technologische monitoring. „Kinderen worden vanaf de wieg in de gaten gehouden. […] De gsm heeft invloed gehad op de ouder-kindrelatie. Sindsdien is het mogelijk om je kind te vragen om een sms te sturen als het veilig is aangekomen. Maar je moet oppassen niet in een angstcultuur te verzeilen.”

En, klopt het?

De Telegraaf legt op de voorpagina de bewering dat het digitaal bespieden door ouders via gps en het leerlingenvolgsysteem kinderen later vatbaarder maakt voor depressies, in de mond van Gabriels. Maar in het achtergrondverhaal rept zij daar niet over. Ook niet in publicaties van haar over de pedagogische invloed van digitale volgsystemen, zoals in haar boek Onlife. Hoe de digitale wereld je leven bepaalt (Lannoo, 2016).

Het ‘bespieden’ leidt volgens haar wel tot nieuwe ‘draadloze navelstrengen’ tussen ouders en kinderen. Gabriels heeft het over het permanent ‘gemonitorde kind’, dat dwingende vragen oproept over privacy, het recht op zelfontplooiing en het ‘belemmeren van een gezonde morele ontwikkeling’. Ze verwijst naar Amerikaans onderzoek waaruit blijkt dat studenten die tijdens hun opvoeding via de mobiele telefoon nauwlettend in de gaten werden gehouden door hun ouders, vaker kampen met angsten en depressies dan studenten die meer de vrije hand werd gelaten. Omdat die studenten te weinig voor zichzelf hebben leren denken. „Want mama en papa waren er immers altijd om mogelijke schade te helpen opvangen.”

   Maar met gps of leerlingvolgsystemen heeft dat niets te maken, stelt Gabriels in een toelichting. „Die onderzoeken gingen daar niet over, wel over de negatieve effecten van zogenoemde helikopterouders die te dicht op hun kind zitten.” Er is, voor zover bekend, geen onderzoek voorhanden waaruit blijkt dat gps en leerlingvolgsystemen op latere leeftijd depressies in de hand werken.

Conclusie

Uit internationale studies blijkt dat te dicht op je kind zitten negatieve effecten kan hebben. Ook blijkt dat nieuwe technologieën, zoals de mobiele telefoon, ‘helikopterouderschap’ kunnen versterken. Maar een directe relatie tussen gps-technieken of leerlingvolgsystemen en een hogere vatbaarheid voor depressies op latere leeftijd is nergens wetenschappelijk aangetoond. We beoordelen de stelling daarom als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Jos Verlaan