Recensie

Moderne Robin Hood blijft hangen in oude clichés

Toneelgroep Oostpool onderzoekt wat oeroude sprookjes en legendes tegenwoordig nog te zeggen hebben, te beginnen met de voorstelling Robin Hood. De voorstelling volgt de platgetreden paden.

Toneelgroep Oostpool doet eeuwenoude legendes, als eerste Robin Hood. Foto Sanne Peper

Regisseur Sarah Moeremans en auteur Joachim Robbrecht staan erom bekend dat zij radicaal met klassiek repertoire om durven te gaan. In de Crash Test Ibsen-reeks, die met het (inmiddels ontbonden) collectief Moeremans & Sons maakten, kwamen de personages in de stukken van de Noorse schrijver steevast in opstand tegen de hen opgelegde rollen. Zo legden Moeremans en Robbrecht steeds op ultrakritische en geestige wijze oude verhalen langs een hedendaagse meetlat: welke waarden in het stuk onderschrijven we nog? En welke kunnen zonder schroom op de schroothoop van de geschiedenis worden gesmeten?

De rek is er wel een beetje uit

In haar nieuwe reeks bij Toneelgroep Oostpool richt Moeremans zich (wederom samen met Robbrecht) op sprookjes en legendes in plaats van oude toneelteksten. Voor Robin Hood heeft het duo opnieuw een sterke insteek gevonden: de ‘Merry Men’ van Robin Hood worden voorgesteld als een groep rebellen die nu al achthonderd jaar dezelfde strijd tegen de tirannieke koning voeren. De rek is er na al die tijd wel een beetje uit, en als de koning met een vredesvoorstel komt dat Hood en consorten een plek in het parlement zou geven, ontstaat er een ideologische twist onder de vrijheidsstrijders: compromissen sluiten of door blijven vechten?

Aan actualiteitswaarde geen gebrek: de premisse doet nog het meeste denken aan de recente vrede die werd gesloten tussen de Colombiaanse regering en de FARC-rebellen, maar het dilemma speelt natuurlijk voor alle politieke bewegingen die zich buiten het centrum van de macht bevinden.

Propagandapraatje

En het stuk begint veelbelovend: broeder Tuck (Louis van der Waal) en Justice (Gillis Biesheuvel) onderwerpen het publiek aan een propagandapraatje waar ze verschillende niveaus van lidmaatschap voorstellen (maar alleen op het hoogste niveau mag je met een boog schieten) en de financiële professionals in het publiek beroven (‘je wist toch naar welke voorstelling je kwam kijken?’). Het roept interessante vragen op: zijn we eigenlijk niet allemaal medeschuldig aan de ongelijkheid in de wereld? Hoe zou economische herverdeling er nu uit moeten zien?

Het probleem is dat de rest van het stuk te veel in oppervlakkige archetypes blijft hangen om de thematiek op een interessante manier uit te diepen. De manier waarop het ‘Robinisme’ als uitgeputte ideologie wordt neergezet is helder, maar de woorden die de personages aan hun strijd geven, wijken nergens van de platgetreden paden af: Little John (Dalorim Wartes) als de eindeloos strijdlustige guerrillero, Justice als rechtlijnige partij-ideoloog, Marian (Camilla Siegertsz) als Femke Halsema-achtige pragmaticus: het zijn overbekende clichés, en omdat de personages 100 procent in hun eigen gelijk blijven vastzitten biedt hun onderlinge conflict ook geen nieuwe inzichten.

Door de toon van ironische distantie die zowel in tekst als spelregie de boventoon voert krijg je bovendien nergens het gevoel dat er echt iets op het spel staat. Het grootste gemis van Robin Hood is dat een stuk dat over rebellie gaat vooral zo depolitiserend werkt dat je schouderophalend de zaal verlaat.

    • Marijn Lems