Gouden slotdag van ‘supervet’ WK

WK baanwielrennen

Kirsten Wild en Jeffrey Hoogland wonnen op de slotdag een gouden medaille. De succesvolste WK ooit waren „supervet”.

Foto Remko de Waal/ANP

De koningin van de WK baanwielrennen veegt het gutsende zweet van haar gezicht met de Nederlandse vlag. Die krijgt ze zondagmiddag alweer voor de derde keer dit toernooi aangereikt van een familielid in het publiek. Terwijl ze haar ererondjes rijdt, slaat ze geregeld haar hand voor haar mond. Eigenlijk weet ze niet wat haar overkomt.

Kirsten Wild (35) uit Zwolle heeft net met overmacht haar derde wereldtitel in vijf dagen veroverd – na de scratch (een wedstrijd over tien kilometer waarbij het goud is voor de eerste aan de finish) en het omnium (een meerkamp van vier onderdelen) nu ook op het onderdeel puntenkoers – en dat had ze bepaald niet voor mogelijk gehouden. Haar vriend had ze een paar dagen geleden nog toevertrouwd dat ze al erg blij zou zijn met één regenboogtrui, die hoort bij de wereldkampioen. Maar drie? „Bizar”, zegt ze eerst, en later wordt dat „heel apart”. En ook is het „fantastisch”, gevolgd door „heel cool”. Wild is geen vrouw van de grote uitbundigheid. Ze had deze week heel goede benen. En dan krijg je dit.

Haar gezicht is nog altijd dieprood aangelopen als ze van een verzorger een mobiele telefoon krijgt aangereikt. Het zal haar benieuwen, lees je op haar gezicht. Een minuutje later blijkt dat het ging om een adjudant van het koninklijk huis. Wild fronst. Ze weet niet goed wat ze aan moet met al die aandacht. Zij denkt alweer aan volgende week. Dan rijdt ze de Ronde van Drenthe.

Op het vernederende af

Voor toeschouwers was het een genot om naar te kijken, de manier waarop ze zondagmiddag op de puntenkoers in de rondte reed. Indrukwekkend, voor de concurrentie op het vernederende af. Als ze vond dat anderen kopwerk moesten doen, stuurde ze de hoge kuipbochten van de wielerbaan op en riep ze zoiets als ‘come on’ of ‘hup’, en hopsa, daar sprongen de vrouwen met de neus in de wind het rechte stuk op. Kon Wild weer even schuilen.

In de wedstrijd over honderd rondjes, 25 kilometer, vielen elke tien ronden vijf punten te sprokkelen voor de renner die de tussensprint won. Wild denderde met zo veel overmacht door het Omnisport dat ze 2,5 kilometer voor het einde al zeker was van de titel. Dat komt niet zo vaak voor, besefte ze. „Ik zag mijn score op het bord en was bang dat ik misschien niet goed gerekend had.” Maar toen ze coach Peter Schep zag grijnzen, wist ze genoeg.

Schep probeerde even later haar suprematie te verklaren. De sleutel lag in haar gewicht, ze was er eerder zelf over begonnen. Ze sprak toen over „ruim zes kilo” die ze was afgevallen „voor de foto”. Ze had moeite gehad om naar haar eigen beeltenis te kijken. „Dan draait het allemaal wat soepeler”, zei Schep.

Maximaal rossen

Ondertussen gleed zijn oog naar de overkant van de wielerbaan, waar Jeffrey Hoogland zich klaarmaakte voor zijn finale op de tijdrit, een kilometer maximaal rossen, ver voorbij de zuurgrens. Schep noemde dat „het zwaarste onderdeel van het baanwielrennen”. Daarna keek hij ademloos toe.

Tijdens de kwalificaties was Hoogland de snelste van iedereen gebleken. Hij reed 59,5 seconden, een wereldrecord op zeeniveau. Maar hij was zo diep gegaan dat twee man hem van zijn fiets moesten tillen. Daarna drapeerde hij zijn lichaam over het stuur van een normale racefiets en trapte wat rondjes op het middenterrein. Na tien minuten moest hij echt even zitten. Hij kreeg een vernevelaar met vocht aangereikt. Zijn luchtwegen stonden in brand. Hij kuchte, ging bijna over zijn nek in een opengevouwen Albert Heijn-tas. Hier zat meer nog dan een gespierde sportman een naar adem happende longpatiënt, die de voorbije dagen voortdurend moest stomen om de naweeën van een infectie de kop in te drukken.

Maar tweeënhalf uur later is alles anders. Wonderwel is Hoogland opgelapt. Hij lijkt klaar voor zijn tweede duizend meter. Hij start als een raket, normaal voor een sprinter die in het team soms de startpositie bekleedt. Na twee, drie rondjes is zijn voorsprong op de rest bijna twee seconden. Hij voelt dat hij goed bezig is. Een ronde later haalt hij nog eens diep adem. Zijn lichaam begint te protesteren, maar die pijn moet hij negeren. Twee ademteugen nog, hij gaat nog eens goed op zijn fiets zitten. Hij ziet niet precies meer waar hij rijdt. Het enige wat hij kan doen, is malen met zijn benen, en hopen dat het gauw voorbij is. Hij klokt 59.4, weer een wereldrecord. Niemand komt daar nog aan, Theo Bos wordt derde.

De episode die volgt, is op het meelijwekkende af. Hoogland wordt de trap afgedragen, en gaat in de foetushouding liggen, zijn arm om de middel van een verzorger. De staande ovatie van het publiek hoort hij niet. Een halfuur later, met de regenboogtrui om zijn schouders, grijpt hij naar zijn maag. Hij heeft meer van zijn lichaam gevraagd dan goed voor hem is uit wraak voor een mislukt sprinttoernooi, twee dagen terug. „Dit onderdeel is verschrikkelijk”, zegt Hoogland. „Zo ondankbaar als je verliest, maar supervet als je wint.”

    • Dennis Meinema