Column

Een ijskoude druppel aan de neus van Italië

Over de zompige strade bianche fietsten poppen van klei. Onder de bandjes verdwenen de sporen van volgauto’s, busjes, motoren en ook de voetafdrukken van toeschouwers die met ijsmutsen op een stukje meeholden met hun favoriet.

Van bovenaf leek Toscane bedrieglijk veel op het landschap van de hoogzomer, met groene cipressen op de heuvelkammen en de rijen olijfbomen tegen de flanken.

Maar de winter had nog geen afscheid genomen.

Op twaalf kilometer van de finish in Siena zag ik in een achtertuin een omgevallen stapel plastic tuinstoelen liggen naast een leeg zwembad, groen uitgeslagen door alg.

Er hing nog een ijskoude druppel aan de neus van Italië.

Het vrouwenpeloton mocht het eerst over het parcours, de RAI zond live uit. In de stromende regen fietste Anna van der Breggen alleen op kop. Terwijl ze door het slijk ploegde, reed een motor met sproeiend achterwiel veel te dichtbij. Tot twee keer toe riep ze – in puur Hollands, met een h – ‘Hé!’ tegen de motorrijder.

Met een vertragende camera eenmaal naast haar was pas goed te zien wat deze tocht over onverharde wegen deed: een doorleefd zandgezicht, uitgeslagen van regen en kou. Haar oogleden wisten als slome ruitenwissers vuil van haar netvlies.

Toen viel het beeld weg.

De vaste camera’s maakten plaatjes op en rond Piazza del Campo, het schelpvormige plein waar de eindstreep getrokken was. Wachtende carabinieri, de uitverkoop van Motivi, een natte duif onder een dranghek.

Publiek stond er nauwelijks, de voorverhalen over deze klassieker stonden op pagina 28 van de roze sportkrant. De Italianen hielden nog winterslaap.

Zou de RAI meer televisietechnici laten uitrukken voor een verkiezingsbijeenkomst dan voor de Strade Bianche? Zien Italianen liever de artificiële botoxlach van Berlusconi dan het naturelle masker van winnares Anna van der Breggen?

O, ironie van een machocultuur; tijdens de mannenkoers was de live-televisieverbinding weer op orde.

Eerst weer beelden vanuit de heli. Alsof een reuzenhand met een kwast een lik okergele verf door het landschap had getrokken. En dan weer op de grond, met die besmeurde koppen op de onverharde wegen. Wout van Aert en Tiesj Benoot reden als aanstormende voormannen op kop.

Flandriens van nu dienden zich aan in middeleeuws Italië.

De absolute winnaar van de Strade Bianche was het parcours zelf. Deze klassieker is een veelkoppig wezen; vuil en lyrisch, feeëriek aan de finish, hels onderweg.

Aan de voorkant zagen de coureurs er door het slijk uniform uit, als zwartwitsoldaten, maar op hun schone ruggen schreeuwden de kleuren en de typografie van de wielershirts.

Van de winter naar het vroege voorjaar; omslag in één oogwenk.

Ik moet er maar voor uitkomen – nog voordat Vlaanderen en Parijs-Roubaix verreden zijn: de Strade Bianche is een ideale versmelting van natuur met het wielrennen en daarmee voorlopig de mooiste klassieker in het voorseizoen.

Ongelooflijk dat de Italianen dit nog niet beseffen.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.