Commentaar

Met alleen uitdragen eigen gelijk komt Rutte niet ver in Europa

Nu na de instemming van de leden van de SPD in Duitsland de Grote Coalitie van Angela Merkel eindelijk kan beginnen, is het nieuwe Europese speelveld bijna gereed. Alle aandacht zal de komende tijd gericht zijn op hoe de Frans-Duitse as zich gaat ontwikkelen,

In dit licht kwam de Europa-toespraak van premier Mark Rutte, vrijdag in Berlijn, geen dag te vroeg. De premier heeft woord gehouden. Zijn verhaal was zoals eerder beloofd: zakelijk en vooral niet hemelbestormend. Om Ruttes slotwoorden aan te halen: „Hoogdravende visies leveren geen banen en veiligheid op.”

Zijn toehoorders bij de door de Bertelsmann Stiftung georganiseerde bijeenkomst hoorden een Europese leider die het nut van Europese samenwerking erkent, maar het voor het overige ook vooral bij die vaststelling wil laten.

Van deze nadrukkelijk naoorlogse politicus geen verhalen over het grote Europese project dan wel de opdracht die wij aan onze kinderen verplicht zijn. De kern van Ruttes idee over de Europese Unie is eenvoudig samen te vatten met de mercantilistische woorden: wat levert het ons op? Een boodschap die, zo liet Rutte bij vlagen in Berlijn zien, eveneens met gedrevenheid kan worden gebracht.

De ten aanzien van de Europese Unie gereserveerde instelling is vanuit Ruttes politieke VVD-achtergrond goed verklaarbaar. Maar de vraag blijft of deze houding op het grote Europese politieke speelveld wel zo effectief is. Nederland is straks na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk één van de 27 lidstaten van de Europese Unie. In de Raad van Europese regeringsleiders is de premier één van de 27 stemmen. Een stem met in veel gevallen vetorecht. Dat geeft macht, maar geen almacht. Bekendstaan als de eeuwige dwarsligger is ook niet bevorderlijk voor een stevige positie in een gremium dat opereert bij de gratie van consensus.

Lees ook: Stiekem toch een pragmatische pro-EU visie van Rutte

Sinds dit weekeinde is duidelijk dat in Duitsland een uitgesproken proactieve Europese coalitie aan de slag kan, in Frankrijk heeft de vorig voorjaar aangetreden president Emmanuel Macron zijn liefdesverklaring aan Europa al eerder afgeven, Italië houdt het spannend en het Verenigd Koninkrijk is steeds drukker met het inpakken van de verhuisdozen. En Nederland? Dat heeft met de toespraak van Rutte nog eens de piketpaaltjes onder de aandacht gebracht.

Hij deed dit door in Berlijn negen concrete voorstellen te noemen die niet moeten leiden tot een „ever closing Union”, maar tot „een steeds perfectere Europese Unie”. Alles geheel in lijn met het de afgelopen jaren door Nederland uitgedragen beleid.

Voor een deel sporen Ruttes voorstellen met het nieuwe realisme dat de Europese Commissie onder leiding van Jean-Claude Juncker ook al sinds 2014 predikt. De echte spanning zit in de onderhuidse architectuur die Rutte voorstaat. Bij het Europese begrotingsbeleid wil hij de rol van de Europese Commissie zo beperkt mogelijk houden en die van de afzonderlijke lidstaten opwaarderen. Traditioneel was Nederland altijd pleitbezorger van de Europese Commissie als hoeder van het gezamenlijk Europees belang.

Nederland heeft daar indertijd bewust voor gekozen. In het samenwerkingsverband van de Europese Unie is Nederland nu eenmaal het meest gebaat bij de gemeenschappelijke aanpak als verzekering tegen de dominantie van de grote lidstaten.

Terecht eist Rutte zijn rol op in Europa. Maar uitdragen van het eigen gelijk is onvoldoende. De Europese samenwerking gaat naar een hogere versnelling. Meesturen is dan productiever dan alleen maar afremmen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.