Assad: Operatie in Oost-Ghouta gaat gewoon door

Ondanks de vele burgerslachtoffers die de strijd kost, gaat het offensief door. Tegelijkertijd moeten burgers het strijdgebied kunnen verlaten, zegt Assad.

Een man die gewond is geraakt, wacht in Douma, in het Syrische Oost-Ghouta, aan de rand van de hoofdstad Damascus. Foto Hamza Al-Ajweh/ AFP

De Syrische president Bashar al-Assad heeft zondag gezegd dat de militaire operatie tegen de rebellen in het oosten van Ghouta door zal blijven gaan ondanks de vele burgerslachtoffers die de strijd kost. Tegelijkertijd moeten burgers de rebellenenclave kunnen verlaten, zei Assad volgens persbureau Reuters.

Oost-Ghouta is het laatste rebellenbolwerk in de buurt van de Syrische hoofdstad Damascus. Het Syrische leger probeert dat de afgelopen weken met een groot lucht- en landoffensief terug te veroveren. Bij de bombardementen zijn volgens de Verenigde Naties al zeshonderd mensen omgekomen, onder wie vele honderden burgers, en meer dan tweeduizend mensen gewond geraakt. De internationale gemeenschap heeft opgeroepen tot een wapenstilstand, maar daar wil Assad niets van weten zei hij:

“Er is geen verschil tussen een wapenstilstand of gevechten. De vooruitgang die het Syrische leger de afgelopen dagen heeft geboekt, vindt parallel plaats met de dagelijkse gevechtspauze tijdens welke burgers het gebied kunnen verlaten.”

In Beiroet wordt geprotesteerd tegen de bombardementen: Betogen voor Oost-Ghouta, tegen beter weten in

Assad verwees naar de dagelijkse gevechtspauzes waartoe Rusland een week geleden had opgeroepen van 9 uur ‘s ochtends tot 2 uur ‘s middags. Burgers zouden via zogenaamde ‘humanitaire corridors’ Oost-Ghouta kunnen verlaten. De VS noemden die pauzes eerder “een grap”. Zowel de rebellen als het Syrische leger hielden zich er niet aan. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei bovendien dat burgers helemaal geen gebruik durven te maken van deze vluchtroutes, bang als ze zijn te worden neergeschoten.

Het Witte Huis zei zondag ook dat Rusland dagelijks “minstens twintig bombardementen” uitvoert boven Oost-Ghouta en dat het daarbij “onschuldige burgers vermoordt onder het mom van counterterrorisme”.

Het Russische leger zegt dat militanten in de enclave een avondklok hebben ingesteld. Daarmee zouden ze willen voorkomen dat burgers het gebied verlaten. De rebellen zelf ontkennen dit. De humanitaire situatie in Oost-Ghouta, waar nog zo’n 400.000 mensen wonen, wordt steeds penibeler. Er is volgens de VN een ernstig tekort aan voedsel, medische voorraden en andere goederen. Inmiddels zou een kwart van het gebied in handen van het Syrische leger zijn.