Recensie

Weer een jonger broertje voor The Black Swan

De Naam van de Roos van de twee jaar geleden overleden Italiaanse schrijven Umberto Eco was een frustrerend boek. Niet omdat het slecht was, integendeel. Maar sinds het begin jaren tachtig uitkwam schreef Eco nog tal van prachtige romans, maar in de buurt van de eersteling kwamen ze niet meer. En toch was er telkens weer die hoop, op de weg naar de boekhandel.

Nassim Nicholas Taleb heeft in die zin wel wat weg van Eco. Niet alleen vanwege zijn eclectische benadering van zijn onderwerpen. Ook omdat het boek waarmee hij doorbrak, The Black Swan, daarna niet meer door hem geëvenaard is. The Black Swan ging vooral over gebeurtenissen waarop de kans klein is maar waarvan de gevolgen groot zijn, en over ons onvermogen daar mee te rekenen. Het boek landde in 2007, vlak voor de financiële crisis van 2008, en Taleb werd daarna beschouwd als de man die de crisis voorspelde. De volledigheid gebiedt overigens te vermelden dat Talebs Fooled by Randomness (2001) eigenlijk nóg beter was, maar dat boek kreeg pas door The Black Swan met terugwerkende kracht bredere bekendheid.

Na Talebs doorbraak volgde eind 2010 The Bed of Procrustes, een bundel met levenswijsheden, die de lezer zich vooral deed afvragen of Taleb last had gekregen van grootheidswaan. Maar met Antifragile, waarin de bestendigheid van systemen voorop staat, keerde hij in 2012 terug op het hardere, analytische spoor.

En nu is er Skin in the Game. Daarin stelt Taleb dat er enkel geloofwaardigheid is als leiders, bestuurders of andere beslissers zelf iets te verliezen hebben. Taleb voert de lezer daarbij langs een baaierd van voorbeelden, historische figuren, principes en gedachten. Van hoe het niet moet: de voormalige Amerikaanse minister van Financiën Bob Rubin bijvoorbeeld die, na zijn bewind, 120 miljoen dollar verdiende bij Citibank zonder vervolgens enige schade te ondervinden van de crisis van 2008. Tot hoe het wel moet: keizer Valerianus die zelf tegen de Perzen ten strijde trok en na zijn gevangenneming diende als voetbankje wanneer zijn overwinnaar zijn paard besteeg, en Jezus (geen toelichting nodig).

Taleb pleit onder meer voor sterke decentralisatie van samenlevingen, zodat beslissers dichter bij de gevolgen van hun daden staan. Voor de rest: een omgevallen boekenkast, met parels omtrent kansberekening. Of bijvoorbeeld het verhaal hoe Taleb bij een barbecue ontdekt hoe makkelijk een kleine minderheid, die skin in the game heeft, zijn wil oplegt aan een hele samenleving.

Er zullen lezers zijn die zich, vaak niet ten onrechte, ergeren aan Talebs neerbuigende toon, omringd als hij zich waant door idioten. Maar je kunt er evengoed van genieten.

    • Maarten Schinkel