Waarom meldde NRC niet wat middel X precies is (en Arts en Auto wel)?

Is X nu gelijk aan X1 of aan X2? Dit is geen wiskunde, maar de hamvraag van een uitvoerig stuk dat NRC zaterdag bracht over het zelfdodingsmiddel ‘X’. De coöperatie Laatste Wil biedt dit ‘middel X’ te koop aan, omdat het „veilig en humaan” zou zijn, dat wil zeggen een waardige, snelle dood garandeert. Het houdt de naam van het middel geheim, „omwille van de veiligheid”, zei een bestuurslid eerder tegen NRC.

Veilig en humaan? Medisch redacteur Wim Köhler dook in de literatuur en kwam tot de conclusie dat de beweringen van de coöperatie ongefundeerd zijn. Op basis van de wél openbaar gemaakte informatie over het middel – het is een conserveermiddel in poedervorm – vond hij twee stoffen waar het om kan gaan, met één „belangrijkste kandidaat”. Geen van beide garandeert een snelle, pijnloze dood. Köhler is er nagenoeg zeker van dat hij de desbetreffende stof heeft gevonden.

De slag om de arm die hij in zijn stuk niettemin hield („als” deze stof gelijk is aan ‘middel X’), verdween dan ook in het bericht voorin de krant waarin zijn stuk werd aangekondigd. Daar stond zonder reserve, na overleg met Köhler, dat het bewuste middel van de coöperatie „niet de ‘waardige dood’ [garandeert] die het coöperatiebestuur belooft”. De kop, even stellig: Geen zachte dood na ‘Laatste-wil-poeder’.

Maar: de stoffen werden ook door Köhler niet genoemd. Ze werden aangeduid als X1 en X2.

Dan weet je dus nog niet zeker om welk middel het gaat.

Het argument was, na ruggespraak met de hoofdredactie: beduchtheid voor misbruik van het middel, dat legaal verkrijgbaar is, zij het niet in de winkel.

De afgelopen jaren is de krant in het algemeen zeer voorzichtig als het gaat om het vermelden van details bij zelfmoord (of ‘zelfdoding’). Eerder heb ik daar zelf ook al voor gepleit. Belangrijkste overweging: uit de literatuur blijkt dat imitatiegedrag, bij zelfmoord van beroemde personen of bij ‘gezinsdrama’s’, allesbehalve een fabeltje is. Wil de krant dat op zijn geweten hebben?

Voor een flink deel is die terughoudendheid het succes van de campagne van 113Online, een organisatie voor suïcidepreventie. Oprichter en psychiater Jan Mokkenstorm gaf ook bij NRC een presentatie, met resultaat: onder artikelen over zelfmoord plaatst de krant nu standaard een noot met een verwijzing naar de hulplijn van 113Online. Die noot stond ook onder het artikel van Köhler.

Toch vraag ik me af of de prudentie in dit geval niet te ver is doorgeschoten.

Want dit was geen ‘zelfmoordnieuws’, maar een – zeer grondig – medisch-journalistiek onderzoek naar de werking van een aantal stoffen, bedoeld om de geruststellende beweringen te toetsen van een organisatie die een levenseindemiddel wil verspreiden.

Je kunt dan óók redeneren dat een krant die zeker denkt te weten welk middel het betreft, en die concludeert dat dit allesbehalve „veilig en humaan” is, juist de taak heeft de naam van de stof te noemen. Uit publiek belang: kijk uit mensen, niet doen.

Ook in de huidige vorm zal het stuk dat waarschuwende effect wel hebben, want lezers zullen zich op basis van Köhlers bevindingen twee keer bedenken voor ze bij de coöperatie aankloppen. Maar een controleerbaar publiek debat erover is nu niet mogelijk, daar is identificatie voor nodig – een naam dus. En wie het stofje al langs een of andere weg in huis heeft, weet nog steeds niet of het een van de twee middelen is waar de krant voor waarschuwt.

Dat geldt temeer omdat de coöperatie wil „bevestigen noch ontkennen” dat hun X gelijk is aan X1 of X2, en blijft volhouden dat X veilig is. Dan is het dus maar wie je gelooft, de coöperatie of de krant. Ik zou het wel weten, daar niet van, maar toch.

Controleerbaarheid is ook het doorslaggevende argument voor arts en schrijver Bert Keizer, die zegt in zijn eerstvolgende column voor het artsenblad Medisch Contact het middel te zullen noemen, onder meer op basis van Köhlers stuk. Ook hij is ervan overtuigd dat het om X2 gaat. Hij deelt de huiver voor misbruik, zegt hij, maar: „Als je een deskundig gesprek wilt voeren over de toxicologie van een middel, moet je weten waar je het over hebt. Anders blijf je ruimte geven aan anderen om onzin uit te kramen.”

Keizer besprak zijn voornemen met de redactie van het blad, dat er geen bezwaar tegen had. Met diverse argumenten, zegt adjunct-hoofdredacteur Robert Crommentuyn: Keizer schrijft een column, het komt dus voor zijn rekening; Medisch Contact (oplage 45.000) is geen algemeen medium, maar een vakblad voor een specialistisch publiek, en: de naam van het middel is op internet toch al simpel te vinden.

Inderdaad, daar circuleert al langer om welk middel het zou gaan, en niet alleen op Twitter, waar een „activistische huisdokter” ertegen waarschuwt. Ook bij Arts en Auto. In zijn column op de site van dat tijdschrift (geen betaalmuur) deed oud-huisarts Ignace Schretlen, die de doelen van de coöperatie onderschrijft, begin februari een eigen onderzoek. Hij vond „zeer waarschijnlijk” het middel – Köhlers X2 – en trok een even kritische conclusie als NRC („Ik pas ervoor om mijzelf hiermee te vergiftigen”). Hij noemde de naam van de stof wel.

Moet een algemeen medium dan toch terughoudend blijven?

De norm is bij NRC hoe dan ook sterk veranderd. In een reportage uit Mexico in 2009 werd een ander zelfdodingsmiddel nog bij naam genoemd. De stof die Köhler X2 noemt, werd in 2004 genoemd in berichten over een geruchtmakende moordzaak, waarin het als gif was gebruikt.

Het blijft een lastige afweging. Maar in dit geval: als je lezers controleerbaar wilt informeren of waarschuwen dat een bepaald middel riskant is, in weerwil van allerlei mooie beloftes, hoort daar een concrete naam bij.

Reacties: ombudsman@nrc.nl. Praten over zelfdoding kan bij hulplijn ‘Zelfmoord? Praat erover.’ Telefoonnummer 0900 - 0113 of www.113.nl