Commentaar

Minimaliseer schade door echtscheiding – vooral met het oog op de kinderen

Nederland steeg vorig jaar een plaats op de VN-lijst van gelukkigste landen ter wereld, naar nummer zes. Met als maatstaf gelijke verdeling van welvaart, sociale verbondenheid, vertrouwen in de samenleving en de overheid, kwaliteit van de zorg en ondervonden vrijheid. Maar op die onderlinge verbondenheid is wel wat af te dingen. Het aantal stellen dat uit elkaar gaat, is sinds de jaren 70 verdubbeld naar zo’n 40 procent. Dat zegt tegelijk ook iets over vrijheid, over een samenleving waarin scheiden sociaal meer wordt geaccepteerd, net als seriële relaties.

Dat heeft ook een keerzijde. Inmiddels maken 70.000 kinderen jaarlijks de scheiding van hun ouders mee, van wie naar schatting 16.000 daar ernstige last van ondervinden. 7.200 echtscheidingen vallen in de categorie vechtscheiding – verbitterde of ronduit gedragsgestoorde ex-partners die elkaar álles betwisten dat aan hun relatie herinnert, met inzet van alle middelen. De meerderheid van de kinderen met wie de jeugdhulp te maken heeft, komt inmiddels uit gezinnen met dit soort problemen. Met alle kosten meegerekend (arbeidsverzuim, juridische hulp, uitkeringen, huursubsidie, zorg etc.) komt de rekening uit op een geschat bedrag van 2.3 miljard euro per jaar. Het individuele leed nog daargelaten. Er is dus alle reden voor politieke aandacht.

Intussen wil niemand terug naar de stellen die ‘bij elkaar blijven voor de kinderen’, noch naar de stellen die hun huwelijk uitzaten vanwege de familie, de kerk, de buurt, dan wel uit verveling of gebrek aan levenslust. De kinderen putten er nadien meestal het streven uit om het zelf anders en beter te doen. Bijvoorbeeld door nóóit te trouwen. Voor de een is – vrij naar Sartre – ‘de hel de ander’, voor de ander juist het ultieme geluk.

Vorige week presenteerde André Rouvoet van het platform ‘Scheiden zonder schade’ een reeks acties en ‘oplossingsrichtingen’ om de gevolgen voor in het bijzonder de kinderen te helpen indammen. Sommige vechtscheidingen resulteren immers in kindermishandeling, merkt hij op.

De aanbevelingen van deze oud-minister van Jeugd- en Gezin namens de ChristenUnie balanceren op de grens tussen het particuliere en het publieke domein, tussen paternalisme en terechte correctie. Heeft de werkgever bijvoorbeeld een rol? Gaat relatiestress mee naar het werk, zoals werkstress mee naar huis verhuist? Moet de overheid behalve voor informatie en advies over relatievorming, ook aan preventie van relatiebreuken gaan doen? Rouvoet presenteert een menu van ideeën en ideetjes, variërend van ‘ouderschapsgym’ (partners helpen om samen het eerste kind te doorstaan), de verplichte ‘ouderschapsbelofte’ of het ‘geboortecontract’. Tot de ontwikkeling van een gemeentelijk scheidingsloket, een ‘goed-uit-elkaar-pakket’, het schoolvak ‘levensvaardigheden’ waarin behalve burgerschap, seksualiteit ook duurzame relatievorming aangeleerd kan worden. En een ‘anti-vechtscheidingsclausule’ in huwelijks- of samenlevingscontracten. Dan wel het strafbaar stellen van het consequent frustreren van omgangsregelingen. Wellicht is relatietherapie denkbaar in het basispakket van de zorgverzekering.

Ongetwijfeld zitten er bruikbare ideeën tussen. Waarbij eigen verantwoordelijkheid het bij voorkeur moet winnen van bemoeizucht. Relatievorming is een particuliere keuze, de wijze van beëindiging in beginsel dus ook. Contracten, geloften, cursussen en coaches vallen dan al gauw in de sector goed bedoeld, maar zijn in een geïndividualiseerde samenleving makkelijk te omzeilen. Nuttiger lijken de ideeën om de infrastructuur rond scheiden te vernieuwen. Een ‘echtscheidingsloket’ dat aanstaande ex-en begeleidt en van de kinderen meteen een prioriteit maakt, klinkt nuttig. Het contrast tussen jonge ouders die nu op het consultatiebureau maandelijks met hun pasgeborenen worden verwacht en aanstaande ex-partners die in hun boedel ook nog ergens kinderen hebben, is nu wel heel groot.

Verder is het hoog tijd dat de juridische procedure rond scheiden wordt verbeterd. De rechtspraak experimenteert al met de ‘regierechter’; Rouvoet stelt voor het proces via een neutrale gezinsvertegenwoordiger te laten verlopen en ouders eerder, onder begeleiding, tot compromissen te brengen. Het dempen van het toernooimodel waarin exen elkaar, vaak gesubsidieerd, eindeloos juridisch kunnen bestrijden zou een zegen zijn. Het vraagt van de advocaat een rolwisseling: van partij- naar gezinsvertegenwoordiger die de rechter één document moet presenteren. Aan dergelijke plannen is grote behoefte.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.