Insecticiden met risico voor bijen

Bijensterfte

Het gebruik van drie insecticiden, waaronder het omstreden imidacloprid, vormt „een risico voor bijen”. Dat concludeert de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (Efsa). Ze bracht woensdag haar oordeel uit.

De drie bestrijdingsmiddelen behoren tot de groep van neonicotinoïden. Ze worden mede verantwoordelijk gehouden voor de hoge sterfte onder honingbijvolken, die cruciaal zijn voor de bestuiving van landbouwgewassen als mais, koolzaad, zonnebloem, aardbei, appel, meloen, amandel. Ze behoren tot de meest verkochte insecticiden ter wereld.

De Efsa beoordeelde de toepassing van de drie insecticiden waarbij ze als een coating om gewaszaden worden aangebracht. Ze deed dat eerder al in 2013 – toen al was het oordeel dat de middelen een risico vormen. Op basis daarvan kondigde Brussel een moratorium af op het gebruik van de drie middelen in gewassen die aantrekkelijk zijn voor bijen. Om die maatregel te evalueren, heeft Efsa de afgelopen jaren opnieuw de wetenschappelijke literatuur bekeken. Behalve voor honingbijen blijken de middelen ook een risico voor in het wild levende sociale bijen zoals hommels, en voor solitair levende bijen.

Of het deze week uitgebrachte oordeel van de Efsa leidt tot een definitief verbod op het gebruik van de drie neonicotinoïden is nog niet duidelijk. Daarover moeten de Europese Commissie en de landbouwministers van de EU-lidstaten beslissen.