Opinie

    • Tom-Jan Meeus

En toen zat het stadje ineens zonder huisartsenpost. Niemand had schuld

Deze week: en wat is het grote verkiezingsthema in Woerden?

Ofwel: waarom landelijke politici zich juist wél met de raadsverkiezingen moeten bemoeien.

De deskundigen hebben gesproken, dus we weten het nu allemaal: landelijke politici horen zich niet te bemoeien met de gemeenteraadsverkiezingen.

Die verkiezingen, op 21 maart, moeten volgens de deskundigen het domein blijven van gemeentelijke partijen en politici. Landelijke politici die zich in de campagne mengen suggereren een betrokkenheid die zij niet hebben.

Geerten Waling, de historicus, riep vorige week zelfs op tot een boycot van het zogenoemde NOS-slotdebat de avond voor de verkiezingen, waaraan nationale partijleiders meedoen.

„Het gaat om LOKALE politiek’’, twitterde hij. „Terug in jullie hok, parlementariërs!’’

Op zich een sympathieke opvatting – maar toch denk ik er anders over.

Ik probeer nu enige jaren het politieke sentiment in het Schilderskwartier in Woerden te begrijpen. Een electoraal representatieve wijk in een middelgroot stadje (52.000 inwoners), die ik geregeld bezoek: what’s the matter with Woerden?

Ik heb er mensen een beetje leren begrijpen, hun humeuren, hun opvattingen, en vooral: de beperkte rol die politiek in hun leven speelt.

Hier geldt wat wijlen Harry Kuitert, de theoloog, ooit schreef: Alles is politiek. Maar politiek is niet alles.

Het betekent dat mensen in gesprekken politiek liever uit de weg gaan. Een intuïtieve zelfbescherming tegen politiek conflict. Een vermoeidheid met het dagelijkse politieke nieuws. Weerzin tegen gedoetjes.

Ook heb ik leren zien, denk ik, wanneer mensen ware politieke betrokkenheid ontwikkelen. Wanneer politiek tot hen doordringt.

Het onderwerp dat ze tot vorig jaar op verre afstand het meest beroerde was niet identiteit, islam of vluchtelingen – neen, dat was de sluiting van het lokale ziekenhuis.

Er waren periodes in 2014 en 2015 dat bijna alle wijkbewoners er uit zichzelf over begonnen. Dit onrecht sneed diep, omdat het een angst bevestigde: de angst overgeslagen te worden.

En het droevige is: het hele drama heeft zich het afgelopen jaar herhaald.

Dit keer draaide het om de sluiting van de huisartsenpost (voor huisartsenhulp ’s avonds, ’s nachts en in het weekend) en de verdwijning van de spoedeisende hulp uit Woerden.

Stelt u zich even voor: wie in Woerden ’s avonds na vijven pijn op de borst voelt en de huisarts of spoedeisende hulp belt, krijgt te horen: dan moet u even naar Utrecht.

Alles heeft hier met alles te maken: de verdwijning van dat lokale ziekenhuis, de sluiting van de huisartsenpost én de spoedeisende hulp zijn alle drie logische gevolgen van nationaal zorgbeleid, waar de lokale politiek de rotzooi van moet opruimen.

Dus het is leuk om te claimen dat landelijke politici de lokale verkiezingen met rust moeten laten, maar de werkelijkheid is: het zijn juist landelijke politici die zoveel onrust in de lokale democratie veroorzaken.

Ik kon niet alle verkiezingsdebatten in Woerden bijwonen, maar bij de aftrap van de campagne in het Schilderskwartier, woensdag 24 januari, hadden ze vijf hoofdthema’s aangewezen: veiligheid, milieu, verkeer, grijs en groen, zorgen voor elkaar.

Maar in de pauze, en na afloop, begonnen bewoners tegen mij alléén over de huisartsenpost – veel mensen hadden zelfs het zorgjargon overgenomen: de HAP.

Zo ging dat al het hele jaar: geëmotioneerde mensen die de HAP wilden behouden – en terugverlangden naar een verdwenen gevoel van veiligheid.

In feite keerden zij zich tegen grootschaligheid en rendementsdenken. Het lokale ziekenhuis was gesloten met als argument dat fusie met een nabijgelegen ziekenhuis in Utrecht (Leidsche Rijn) meer kwaliteit voor minder geld opleverde.

Het gevolg van de Zorgverzekeringswet uit 2006, waardoor zorgverzekeraars schaalvergroting en specialisatie afdwingen: beperk het aantal ziekenhuislocaties en concentreer specialisaties, zeggen verzekeraars, want dat drukt kosten en verhoogt het zorgniveau.

Het grappige was: Yolan Koster, wethouder zorg in Woerden, kende deze redenering al jaren: als vicevoorzitter van het toenmalige College voor Zorgverzekeringen volgde zij de totstandkoming van die wet destijds op de voet.

Dus toen de nieuwe eigenaar van het ziekenhuis vorig voorjaar ook de huisartsenpost en de spoedhulp dreigde te sluiten, wist de wethouder vanaf dag één dat de gemeente hiertegen weinig kon doen.

„Maar burgers vinden het natuurlijk onverteerbaar”, zei ze. Ze werken bijna allemaal. Dan moeten ze, vertelde ze, kunnen leunen op basale voorzieningen in de gemeenschap. „Wij kunnen dit niet máken.”

In feite stond in Woerden de landelijke politiek, met haar Zorgverkeringswet, tegenover de lokale bevolking, met haar gezonde verstand.

En de laatste hoop van de bewoners waren vorig voorjaar de Woerdense huisartsen. Zij kozen, in eerste instantie, hun kant.

Maar ze zijn deel van een bovengemeentelijke coöperatie, en die steunde toch de sluiting per 1 januari dit jaar, met een bekend argument. „In Utrecht (Leidsche Rijn) kunnen we betere kwaliteit leveren”, vertelde Roderick Runne me namens Primair, een stichting van huisartsenposten.

Typerend genoeg waren het daarna vooral lokale partijen en hun aanhang – zij bezetten globaal eenderde van de raad – die hier zich niet bij neerlegden.

Zo had je Jaap van der Does. Een besnorde oud-agent van in de zeventig uit het Schilderskwartier, die jaren voor D66 in de raad zat. Na een intern conflict begon bij voor zichzelf, waarmee het volkse geluid uit het lokale D66 verdween.

Hij zei: „Mijn kiezers zeggen: gemeente, dóé iets!”

Hij verzamelde duizenden handtekeningen, het bewonersverzet hield aan, en Yolan Koster, de wethouder, ging toch op zoek naar een alternatief voor de verdwenen HAP.

Die leek ze de laatste maanden te vinden omdat twee bedrijven, MedSync en Allerzorg, nu toch een soort private HAP in Woerden willen openen.

„Let wel”, zei de wethouder, die landelijk bij GroenLinks hoort, „ik ben tegen marktwerking in de zorg.” Maar het bestaat, „dus werk ik ermee”.

Ze hoopt zo ook het kartel van de huisartsen te doorbreken. Want die huisartsen mogen zich op ‘kwaliteit’ beroepen, zei ze, zij gedragen zich als monopolist. „Protectionisme van de bovenste plank!”

Maar of dit alternatief doorgaat, blijft onzeker, zei ze. „Het is ook niet zeker of zorgverzekeraars dit vergoeden.”

Koster zal het zelf niet meer meemaken: ze vertrekt na de verkiezingen. „Ik vond het besturen fantastisch”, zei ze. Evengoed was het vaak ‘een klotebaan’. „Je bevoegdheden zijn erg beperkt.”

Zo is de kans aanzienlijk dat Woerden met lege handen achterblijft: ziekenhuis verloren, huisartsenpost verloren, spoedhulp verloren.

Donderdagmiddag reed ik even langs bij het oude ziekenhuis, waar nog een polikliniek is. De baliemedewerkster vertelde dat ze nog meemaakt dat mensen met klachten of letsel voor spoedeisende hulp aan komen racen. Ze trok er haar droevigste gezicht bij.

En zo leek het hele Woerdense me juist te schreeuwen om inbreng van landelijke politici bij deze lokale verkiezingen. Om uitleg, om verantwoording, en vooral: om ontlasting van lokale politici.

Want nu moeten zij, zonder instrumenten, de terugkerende klachten zien te temperen die hun landelijke collega’s hebben veroorzaakt.

Zoals de angst van die Woerdenaren: dat ze – opnieuw – overgeslagen zullen worden.

    • Tom-Jan Meeus