Bronzen rentree Elis Ligtlee na ‘kuttijd Rio’

WK baanwielrennen Na meer dan anderhalf jaar fysiek en mentaal in de put te hebben gezeten, reed Elis Ligtlee zaterdagavond voor eigen publiek naar een bronzen medaille op de 500 meter tijdrit. In drieduizendsten van een seconde lag de herstart van een carrière besloten.

Elis Ligtlee aan de start van de finale 500m meter tijdrijden tijdens de wereldkampioenschappen baanwielrennen in Apeldoorn. Foto Vincent Jannink/ANP

Met haar handen leunt ze op de rugleuning van twee stoelen, haar gezicht heeft ze naar de grond gericht. Haar bovenbenen doen verdomde pijn, ze heeft zelfs moeite rechtop te blijven staan. Als ze zich omdraait naar haar coaches kan ze een glimlach niet onderdrukken. Het is er eentje van pure opluchting. Ze wint WK-brons op de 500 meter tijdrit. Dit had ze nodig.

Toen Elis Ligtlee in augustus 2016 te Rio de Janeiro olympisch kampioen werd,lag de wereld maandenlang aan haar voeten. Ze werd gehuldigd, er werden straten en plantsoenen naar haar vernoemd, gladiolen voor haar gekweekt. Een emotionele rollercoaster van jewelste. Haar relatie liep erdoor op de klippen. Van echt goed trainen kwam het ook niet meer. Ligtlee maakte kennis met de vloek van olympisch goud.

Er volgden blessures, ze begon te jojoën met haar gewicht – “ik ben een emotie-eter”, zei ze vorig jaar in gesprek met NRC. “Ik moet altijd nadenken bij alles wat ik eet. Het is mijn zwakke plek”. Al met al belandde ze in een diepe put, waar ze zaterdagavond, zeventien maanden na haar olympische titel, uit wist te klimmen met een nieuwe, internationale medaille.

Het had niet veel gescheeld of ze was op haar thuisbaan in Apeldoorn niet eens van start gegaan. Bondscoach Bill Huck selecteerde haar niet voor de sprintnummers. Daarvoor had ze bij wereldbekerwedstrijden in Minsk op het podium moeten eindigen en ze kwam niet verder dan de kwartfinale. In de Volkskrant zei hij: “Je hebt haar toch gezien op de baan? Ze is te zwaar. Met dit gewicht is het onmogelijk om resultaten van wereldklasse te rijden. Het probleem bestaat al heel lang. Ook René [Wolff, voormalig bondscoach, red.] is ermee bezig geweest.” De Amerikaan, na Rio begonnen, gunde haar in extremis een plekje op de 500 meter tijdrit, een niet-olympisch onderdeel. Het was een strohalm, daar moest ze dan maar laten zien dat ze de tijd en energie van de sprintcoach waard was.

In de kwalificaties op zaterdagmiddag reed ze naar de vierde tijd. Dat was genoeg voor de finale, die begon rond zevenen op een uitverkochte wielerbaan in Apeldoorn. Haar baan, hier moest het gebeuren.

Ze neemt een diepe teug adem, en grijpt dan in de beugels van haar racefiets. Assistent-coach Hugo Haak geeft haar een ferme tik op de schouders. Hij weet wat het is om in een vol stadion te sprinten, was tot vorig jaar zelf lid van de nationale selectie.

Lees ook: Voor Elis Ligtlee was 2017 een jaar vol tegenslagen: ‘Is dit dan het leven van een kampioen?’

Het startschot, de eerste meters zijn haar ding niet, maar dat is ingecalculeerd. Als Ligtlee eenmaal op gang is en haar grote verzet kan rondmalen, is ze de sterkste van allemaal. Met nog 125 meter te gaan lijkt een medaille ver weg, maar ze geeft niet op, integendeel. Ze pakt haar winst in de laatste halve ronde. Na 33.484 seconden stopt de klok. Over 500 meter is dat een gemiddelde snelheid van ruim boven de vijftig kilometer per uur. Ze weet niet meteen wat dat waard is. Even zwaait ze naar het publiek, dat haar verhaal kent en haar daarnet met oorverdovend lawaai voortstuwde. Dan maant ze het stadion tot stilte, uit respect voor haar tegenstanders.

Op het middenterrein krijgt ze een uitrijfiets aangereikt. Zou ze nu niet in beweging blijven, dan kon de kramp er nog wel eens inschieten. De Duitse Pauline Grabosch lijkt onder de tijd van Ligtlee te gaan duiken, maar komt op de finish drieduizendste van een seconde tekort. Ligtlee is verzekerd van het brons. Een oogwenk op de klok betekent de doorstart van een carrière. Een knuffel van Haak, en ook van Huck. Ze heeft het waargemaakt.

Lostrappend op een rollerbank memoreert ze dat ze van zo ver gekomen is, na die “kuttijd van Rio”. Ze heeft zo vaak op het punt gestaan te stoppen met topsport. Maar ze vond zichzelf nog te jong, 23 is ze pas. En dus ging ze door, met de bronzen WK-medaille zaterdag als bevestiging dat ze de goede keuze heeft gemaakt. Of zoals coach Hugo Haak het even later verwoordde: “Deze medaille laat Elis zien dat er licht is aan het einde van de tunnel.”