Recensie

Zo veelzijdig kan de liefde zijn

Jane Gardam

Het laatste deel van de trilogie van de Britse schrijfster Jane Gardam gaat over een bijfiguur uit de twee eerdere delen: een jongetje dat ondanks een hoop pech een succesvol advocaat wordt.

Bij de Londense rechtbank, Lincoln’s Inn Foto Stuart Franklin/Magnum Photos/HH

‘De vonk die door het korenveld flitste’: dat was de kleine Terrence Venetski. De magere jongen met de witblonde kuif is pijlsnel van lichaam én geest. Terwijl zijn moeder haar kolenkar door de haveloze stegen van hun dorpje ment, en zijn Russische vader na een ongeval als danser-acrobaat (of was hij spion?) lam op bed ligt, maakt Terrence graag vaart. Het leven is wat hem betreft ‘een urgente zaak van haast en actie’. Hij wil er niets van missen. Het is een wonder dat hij bestaat.

Laatste vrienden, het slotdeel van de trilogie van Jane Gardam, gaat voor een groot deel over dit levenslustige jongetje, dat ondanks een hele hoop pech, en ondanks zijn nederige afkomst, uitgroeit tot een succesvol advocaat. Zijn ietwat platvloerse, gretige, nog altijd vrij haastig overkomende volwassen persoonlijkheid was al bekend uit Een onberispelijke man en Een trouwe vrouw, de eerste twee delen van de trilogie.

In het eerste deel ging het vooral over de keurige ‘stiff upper lip’- jurist Edward Feathers, en in deel twee over Bettie Macintosh, de praktische vrouw die met hem trouwt. Terrence Venetski, die intussen getooid is geraakt met de meer Engels klinkende, aan Dickens ontleende naam ‘Veneering’, is voor beiden belangrijk. Feathers en Veneering zijn aartsrivalen op de werkvloer en tegenpolen, maar ze beminnen dezelfde vrouw: Bettie. En Bettie geeft zich aan beiden, en blijft op hoogsteigen wijze haar leven lang trouw aan allebei. Haar huwelijk is passieloos, dat weet ze vanaf dag één, maar zeker niet liefdeloos. Voor Veneering voelt ze juist wel passie, die ze, op een enkele keer na, beteugelt. Maar ze staat ook deze man een leven lang bij, onder meer door voor zijn zoontje te zorgen als deze in een ziekenhuis belandt. Zo veelzijdig is de liefde, toont Gardam, al hamert ze nooit op een interpretatie. Ze laat juist zoveel mogelijk aan de lezer over.

British Empire

In theorie zijn de boeken los van elkaar te lezen, maar dat zou afdoen aan de sensatie om deze driehoek (en de ondergang van het British Empire) van alle kanten te beleven. Situaties worden gespiegeld en kantelen, al naar gelang het perspectief. Gardam toont de mens, veelomvattend en geraffineerd, en wisselt met speels gemak van tijd, sfeer, vertelperspectief en plaats. Beurtelings vindt de handeling plaats in Azië (Singapore, Hongkong), Europa (mistig Engeland, voor, tijdens en na de oorlog), op zee, in de lucht en op land. Ze maakte echte ‘onderdompel-literatuur’, waarvan je niet wilt dat het ophoudt, terwijl je tegelijkertijd alles op alles zet om de boeken uit te lezen. Losjes en vrij is ook de vertelvorm. Vooral in dit derde boek hebben gedeeltes ineens veel weg van een sprookje, of krijgen de vorm van een scenario. Het is maar net hoe het zich aandient, zo lijkt het. Toch raakt de lezer geen moment te ver uit het verhaal geslingerd.

Gek genoeg bleef de in Engeland beroemde en hoogbejaarde Jane Gardam (1928), die verhalen, kinderboeken, novellen, recensies en nog veel meer romans schreef, tot nu toe onvertaald. Ook deze trilogie lag al jaren op de plank, tot de boeken ineens een hit werden in zowel Duitsland als Nederland. Gardam is de enige schrijver die tweemaal de Whitbread Novel of the Year Award won. In 1999 werd ze al bekroond met de Heywood Hill Award ‘for a lifetime’s contribution to the enjoyment of literature’.

Ze debuteerde pas op haar veertigste, nadat ze zich vijftien jaar lang exclusief aan haar kinderen had gewijd. Haar man was, net als de mannen in deze laatste boeken van haar hand, jurist in bouwgeschillen en veel op reis. Maar, vertelde ze in interviews, ze schreef als kind al verhaaltjes, geheime verhaaltjes, die ze verstopte in de schoorsteen. Toen kreeg ze waterpokken en werd de haard in haar slaapkamer ontstoken. Weg verhaaltjes.

Overtuiging

‘De titanen waren weg’ luidt de eerste zin van Laatste vrienden. Feathers en Veneering zijn allebei dood. Dit deel van het boek gaat over bijfiguren uit de eerdere boeken. Het boek vertelt naast de levensloop van Veneering ‘verhalen eromheen’, over mensen die een rol(letje) speelden in het leven van de drie hoofdfiguren.

Gardam is van mening dat kleine rollen even belangrijk zijn als grote, in een goede compositie, en werkt die overtuiging aldus uit. Volgens haar was dit derde deel zelfs haar beste boek, maar dat klopt toch niet. Boeien blijft het zeker wel, maar niet zo intens als in de eerdere delen. Deel drie blijft, waar het niet over Veneering gaat, voelen als een extra ommetje, een illustratie bij de eerdere boeken, meeslepend maar niet zo heel noodzakelijk.

Voor de hele trilogie geldt echter onveranderd dat Gardam met speels gemak en buitengewoon veel inzicht mensen portretteert, van kinderen tot bejaarden. Wat we denken, hopen en doen, en de discrepantie daartussen. Het beeld dat we van onszelf en de ander hebben. Aardse dingen: hoe ons lievelingseten, of de keuze voor een paraplu, iets over ons zegt. Hoe herinnering een loopje met ons neemt. Of hoe een keuze, een afslag, een ander bepaalt wie je bent, welke rol je spelen moet of voortaan nog mag. Maar 'de’ versie van een mens bestaat niet. Niemand leidt een echt eenduidig leven. Hoe de mens ook vastzit en aanklooit, er liggen andere versies op de loer. Het is de verdienste van Gardam dat ze dat aantoont en er geraffineerd op voortbouwt. Hopelijk wordt nu ook haar eerdere werk in vertaling uitgebracht.

    • Judith Eiselin